ECLI:NL:RBDHA:2026:24416

ECLI:NL:RBDHA:2026:24416

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-07-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer C/09/707718 / KG ZA 26-696
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

kort geding, alleen de vorderingen die zien op zomervakantie en vervangende toestemming vakantie worden beoordeeld omdat bodemprocedure gelijktijdig is behandeld

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/707718 / KG ZA 26-696

Vonnis in kort geding van 28 juli 2026

in de zaak van

[de vader] te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. M.A. Sobral te ’s-Gravenhage.

tegen:

[de moeder] te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. G.D. Haytink te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de door gedaagde op 2 juli 2026 ingediende conclusie van antwoord met de akte houdende een eis in reconventie;

- de door gedaagde op 9 juli 2026 ingediende producties 1 tot en met 3;

- de door eiser op 13 juli 2026 ingediende producties 1 tot en met 5.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026 gevoegd met de verzoeken tot gezag, omgang dan wel zorgregeling en kinderalimentatie in de bodemprocedure (zaaknummer C/09/701328 / FA RK 26-541). Op deze laatste verzoeken wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.

Op de gevoegde behandeling zijn verschenen:

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam] .

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Deze relatie

is in april 2025 geëindigd.

Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] .

De vader heeft beide kinderen erkend. De kinderen verblijven bij de moeder.

De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.

3. Het geschil

in conventie

De vader vordert – zakelijk weergegeven –:

I. een voorlopige omgangsregeling vast te stellen, zoals beschreven in punt 25 en 26 van de dagvaarding, waarbij de kinderen bij de vader verblijven, in zijn woning, volgens onderstaand schema:

Tot aan de zomervakantie (20.07.2026)

- alle dinsdagen en alle vrijdagen van 07:45 tot en met 18:30 uur;

- in aanvulling daarop twee weekenden van vrijdag 07:45 uur (voor school) tot

en met zondag 18:30 uur;

Vanaf de zomervakantie (31.08.2026)

- volgens een schema opgenomen onder punt 25 van de dagvaarding en dat is

gebaseerd op het 4-wekelijkse dienstrooster van de vader, dat bestaat uit een

herhalend patroon van 24-uursdiensten, gevolgd door 72- uur roostervrij.

Vanwege dat repeterende patroon, is het mogelijk dat de kinderen twee

opeenvolgende weekenden (week 1 en week 4) bij de vader verblijven van

vrijdagochtend tot zondagavond 18:30 en twee keer per maand van maandag

uit school tot en met dinsdag uit school 18:30 uur (week 3, week 4).

II. een voorlopige vakantieregeling vast te stellen:

Zomervakantie

- de kinderen verblijven bij de vader van maandagochtend 20 juli tot en met

vrijdag 31 juli 18:30 uur en de vader zal met hen gedurende deze periode

verblijven op park [vakantiepark] in Noord Brabant (Nederland);

- de kinderen verblijven het weekend van vrijdag 31 juli 18:30 uur bij de

moeder tot en met maandagochtend 3 augustus 10:00 uur, waarna zij bij de

vader verblijven van maandag 3 augustus tot en met vrijdag 7 augustus 18:30

uur;

- van vrijdag 7 augustus 18:30 uur tot en met maandagochtend 31 augustus

voor school verblijven de kinderen bij de moeder;

Herfstvakantie:

- de kinderen verblijven in de oneven jaren bij de vader en de even jaren bij de

moeder;

Kerstvakantie:

- (2 weken): verdeling bij helfte, waarbij de vader mede afhankelijk van zijn

werkrooster in de “even” jaren de eerste keuze heeft welke week (1e of 2e

week van de kerstvakantie) de kinderen bij hem verblijven en de moeder in

de “oneven” jaren de keuze heeft;

Kerstdagen/kerstavond:

- de kinderen verblijven kerstavond 24 december en 1e kerstdag tot 2e

kerstdag 10:00 uur bij de vader gedurende de even jaren, in de oneven jaren

bij de moeder;

Oud- en Nieuw:

- de kinderen verblijven Oudjaarsavond en Nieuwjaarsdag tot 12:00 bij de

moeder gedurende de even jaren, in de oneven jaren bij de vader, mits dit

mogelijk is vanwege het werkrooster van de vader;

III. althans een zodanige omgangsregeling en vakantieregeling vast te stellen als de voorzieningenrechter juist acht;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. Sinds de relatiebreuk eind april 2025, mag de vader de kinderen alleen op dinsdag en vrijdag opvangen in de voormalige gezamenlijke woning, voor- en na schooltijd tot 18:30 uur. De moeder verbiedt de vader om de kinderen mee te nemen naar zijn eigen woning. Ook mogen de kinderen niet met de vader mee op vakantie. De vader stelt altijd een actieve en betrokken vader te zijn geweest, maar het wordt hem onmogelijk gemaakt om invulling te geven aan zijn rol als vader. Hij is volledig afhankelijk van de toestemming van de moeder voor het hebben van het contact met zijn kinderen. Volgens de vader hebben de kinderen uitdrukkelijk aangegeven meer tijd bij hem te willen doorbrengen. De vader heeft diverse pogingen gedaan om met de moeder afspraken te maken over de uitbreiding van de omgang, maar de moeder wil alleen meewerken mits de vader instemt met haar voorwaarden met betrekking tot de woning en de financiële afwikkeling van de samenlevingsovereenkomst.

De moeder voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met uitzondering van het door de vader verzochte verblijf van de kinderen bij hem van

maandagochtend 20 juli tot en met vrijdag 31 juli 18.30 uur op park [vakantiepark] in

Noord-Brabant.

in reconventie

De moeder vordert – zakelijk weergegeven –:

- een zorgregeling vast te stellen tussen de vader en de kinderen van iedere dinsdag en vrijdag voor school tot 18.30 uur in de gezamenlijke woning aan de [adres] ; voor de vakantie- en feestdagen de zorgregeling toe te passen waarbij in onderling overleg kan worden afgeweken;

- te bepalen dat aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om

met [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2]

, geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] van 12 augustus 2026 tot

en met 25 augustus 2026 af te reizen naar [plaats] (Spanje) en dat de

vervangende toestemming zal gelden in plaats van de toestemming van de

vader;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De moeder vindt de huidige omgangsregeling voldoende en passend. De kinderen hebben regelmatig contact met de vader. Verder is de regeling voorspelbaar en hebben de kinderen een veilig en stabiel hoofdverblijf bij haar. Mede gelet op de conflicten in aanwezigheid van de kinderen, het onvoorspelbare en agressieve gedrag van de vader en de negatieve gevolgen hiervan op de kinderen, vindt de moeder een uitbreiding niet in het belang van de kinderen. Voor de moeder is het van belang dat zij erop kan vertrouwen dat de vader de gemaakte afspraken nakomt, wat hij tot nu toe volgens de moeder niet doet. Volgens de moeder is de verzochte omgangsregeling van de vader niet realistisch, omdat de vader veel werkt en een nieuwe partner heeft.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Omdat de verzoeken in de bodemprocedure tegelijkertijd met de vorderingen in de kort geding procedure worden behandeld en hierop op korte termijn zal worden beslist, zal de voorzieningenrechter in deze kort geding procedure alleen de vorderingen beoordelen die zien op de zomervakantie 2026 en de vervangende toestemming voor de vakantie. De overige vorderingen van de vader en de moeder zal de voorzieningenrechter bij gebrek aan (spoedeisend) belang afwijzen.

In conventie en in reconventie

In de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie ziet de voorzieningenrechter aanleiding deze gezamenlijk te behandelen.

Zomervakantie 2026

De ouders zijn het erover eens dat de kinderen van maandagochtend 20 juli tot en met

vrijdag 31 juli 18:30 uur bij de vader verblijven en met hem gedurende deze periode

op park [vakantiepark] in Noord Brabant (Nederland) zullen zijn. Gelet hierop en nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de voorzieningenrechter deze vordering van de vader als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen. De rechtbank neemt in het dictum alleen de periode op. Het staat de vader vrij om zich binnen Nederland te bevinden waar hij wenst met de kinderen en in het geval het verblijf op park [vakantiepark] geheel of gedeeltelijk niet doorgaat, verblijven de kinderen in deze periode bij de vader op een andere plek.

De voorzieningenrechter zal de vordering van de vader dat de kinderen van maandag 3 augustus tot en met vrijdag 7 augustus 18:30 uur bij hem verblijven eveneens toewijzen. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende.

Op de zitting is met de ouders deze vordering van de vader besproken. De moeder heeft in dit verband aangegeven dat zij kan instemmen met deze vordering als de eerste vakantieweek van 20 juli tot en met 31 juli goed gaat. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat de moeder dan kan beslissen of de eerste vakantieweek bij de vader “goed” is gegaan. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te subjectief. De voorzieningenrechter ziet geen enkele aanleiding om deze vordering af te wijzen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter wel op dat op de zitting door de vader is toegezegd dat hij in zijn woning zal zorgen voor een eigen bed voor [minderjarige 2] , zodat hij niet meer bij de vader in bed zal slapen.

Concluderend zal de voorzieningenrechter de vorderingen van de vader die zien op de zomervakantie 2026 toewijzen onder afwijzing van de desbetreffende vordering van de moeder. Dit leidt er verder toe dat de kinderen in de periode in de zomervakantie dat zij niet bij de vader zullen zijn bij de moeder verblijven en dat de reguliere omgangsregeling in deze periode niet zal doorlopen.

Vervangende toestemming vakantie

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de moeder alleen belang heeft bij deze vordering voor zover in de bodemprocedure aan de vader ook het ouderlijk gezag zal worden toegekend.

Gelet op de spanningen tussen de ouders zal de voorzieningenrechter voor de gemoedsrust van de moeder en de kinderen en vooruitlopend op de beslissing in de bodemprocedure, ongeacht wat deze zal zijn, deze vordering toewijzen, zodat de moeder en de kinderen zich kunnen verheugen op de vakantie. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de vader op de zitting heeft aangegeven dat hij het toejuicht dat de moeder met de kinderen op vakantie zal gaan naar Spanje.

Proceskosten

In de omstandigheid dat partijen ex-partners zijn, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en reconventie

stelt de volgende vakantieregeling voor de zomervakantie 2026 vast, waarbij de minderjarigen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ,

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] ,

bij de vader zullen verblijven:

van 20 juli (de ochtend) tot en met vrijdag 31 juli 18:30 uur;

van 3 augustus tot en met vrijdag 7 augustus 18:30 uur;

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt - om met de hiervoor genoemde minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op vakantie te gaan naar [plaats] (Spanje) van 12 augustus 2026 tot en met 25 augustus 2026;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Witteman en in het openbaar uitgesproken op

28 juli 2026.

MC

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand