Beschikking op het op 17 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Karami te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het F9D formulier zijdens de vader van 20 juli 2026;
- het F9D formulier zijdens de moeder van 22 juli 2026 met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over het verzoek, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 24 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met mr. A. Azauiyat als waarnemend advocaat voor mr. S. Karami en de vader met zijn advocaat.
Feiten
- Partijen hebben van 2010 tot medio 2018 een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats] .
- De moeder is van rechtswege met het eenhoofdig gezag over de kinderen belast.
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
Partijen hebben op zitting volledige overeenstemming bereikt en de rechtbank verzocht deze
overeenstemming op te nemen in de beschikking.
Beoordeling
Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De ouders hebben afgesproken dat de ouders het gezamenlijk gezag over alle kinderen gaan uitoefenen. De rechtbank zal dat in deze beschikking vastleggen, zodat dit in het gezagsregister zal worden aangepast zonder dat partijen dat zelf moeten doorgeven.
Op de zitting is gebleken dat de zorgregeling, zoals deze is vastgelegd tijdens het kort geding van deze rechtbank op 1 augustus 2025, feitelijk wordt uitgevoerd. Ouders willen deze definitief vastleggen. De ouders wensen de vakanties en feestdagen te verdelen volgens het vakantieverdelingsvoorstel dat op de zitting door de moeder is uitgedeeld en tevens als productie 15 op 22 juli 2026 aan het digitale dossier is toegevoegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken, dus zal zij overeenkomstig de wens van ouders beslissen.
Kinderalimentatie
De ouders hebben tijdens afgesproken dat de vader vanaf 1 augustus 2026 maandelijks aan de moeder ten behoeve van de drie kinderen een totaalbedrag van € 395,- betaalt. Met ingang van 1 januari 2027 wordt het laatstgenoemde bedrag van rechtswege verhoogd met de jaarlijkse wettelijke indexering.
Wat betreft de achterstallige alimentatie en achterstallige indexering zijn de ouders overeengekomen dat de vader een bedrag van totaal € 400,- aan de moeder betaalt in acht termijnen. Het eerste bedrag van € 50,- zal de man uiterlijk op 1 augustus 2026 aan de moeder betalen en uiterlijk op 1 maart 2027 voor het laatst.
De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt met betrekking tot de kinderen
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] , en
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats] ,
dat de volgende reguliere zorgregeling geldt:
- de vader haalt en brengt;
dat de vakantie- en feestdagenregeling geldt volgens het aangehechte vakantieverdelingsvoorstel;
dat de door de vader aan de moeder met ingang van 1 augustus 2026 te betalen kinderalimentatie € 395,- in totaal bedraagt (voor de drie kinderen gezamenlijk), telkens bij vooruitbetaling te voldoen en met inachtneming van de jaarlijkse wettelijke indexering, voor het eerst per 1 januari 2027;
dat de vader een bedrag van € 400,- aan de moeder betaalt in acht maandelijkse termijnen, waarbij de eerste € 50,- wordt betaald uiterlijk op 1 augustus 2026 en de laatste betaling uiterlijk op 1 maart 2027 plaatsvindt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.