RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/708201 / JE RK 26-1143
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. P. Drenth uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de stiefvader] ,
hierna te noemen: de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verdere verloop van de procedure
Op 16 juli 2026 heeft op de zitting van de kinderrechter in deze rechtbank de mondelinge behandeling van het verzoekschrift tot verlening van de (traject)machtiging tot uithuisplaatsing plaatsgevonden. Het verzoek is in zijn geheel aangehouden tot de zitting van 28 juli 2026.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 16 juli 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 28 juli 2026.
Op 28 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
M. Berendsen, namens de gecertificeerde instelling;
de moeder met haar advocaat;
- de stiefvader.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [de minderjarige 2] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 16 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlenen voor een plaatsing in het een voorziening voor (netwerk)pleegzorg en aansluitend voor plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft de afgelopen twee weken gezocht naar een passende plek binnen het netwerk van het gezin. De moeder van de vriendin van [de minderjarige 2] is niet bereid om [de minderjarige 2] op te vangen. Er is geprobeerd om met [naam] , een goede vriend van moeder, een afspraak te maken, zowel op kantoor als telefonisch, maar dit is niet gelukt. Hij heeft aangegeven pas na zijn vakantie weer beschikbaar te zijn om in gesprek te gaan. Vanwege de aanmelding voor netwerkpleegzorgscreening is de aanmelding voor een gezinshuis dan wel groep on hold gezet. De gecertificeerde instelling meent dat er zo spoedig mogelijk een passende plek voor de kinderen moet komen aangezien de zorgen nog altijd aanwezig zijn. Een netwerkplaatsing is lastig te realiseren en daarom zal gezocht worden naar een andere plek waar [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] samen kunnen verblijven en bij voorkeur in de regio Den Haag. De gecertificeerde instelling vindt dat een kleinschalige groep met jongeren rond dezelfde leeftijd en met intensieve begeleiding passend voor hen is. Ook wordt gedacht aan een pleeggezin of gezinshuis. De kans is groter dat een passende groep voor de kinderen gevonden wordt waardoor de gecertificeerde instelling daarnaar gaat zoeken.
4. De standpunten
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzoek, met de kanttekening dat de moeder het liefst ziet dat de kinderen binnen het netwerk worden geplaatst. De moeder geeft aan dat het voor de kinderen belangrijk is dat zij in de regio worden geplaatst. Er is nog geen datum bekend wanneer de moeder kan starten bij de Brijder. Ze geeft aan dat de kinderen tot die tijd bij haar kunnen verblijven en dat de kinderen mogelijk een paar dagen naar de camping kunnen gaan met hun stiefvader. De aanmelding voor de gezinsopname is geregeld en door zowel de moeder als de kinderen getekend. Dit kan starten zodra de moeder klaar is bij de Brijder.
De stiefvader heeft aangegeven dat hij de kinderen enkel gedurende een korte periode zou kunnen opvangen. De thuissituatie van de stiefvader laat het niet toe om de kinderen langdurig op te vangen. Hij is wel bereid en in staat om een ondersteunende rol op zich te nemen.
5. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
De kinderrechter handhaaft alles wat in de beschikking van 16 juli 2026 is overwogen, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen.
Het is de gecertificeerde instelling niet gelukt om een netwerkplaatsing te realiseren. De door de moeder aangedragen personen zijn niet bereid om de kinderen op te vangen dan wel niet bereikbaar om op korte termijn hierover in gesprek te gaan met de gecertificeerde instelling. Aangezien de moeder op korte termijn kan starten met haar detox- en traumabehandeling zal er een passende plek voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] gevonden moeten worden. Gelet op het gedrag en de problematiek van de kinderen is het van belang dat zij worden geplaatst in een omgeving waar aangesloten wordt bij hun opvoedvraag. Het is belangrijk dat zij intensieve begeleiding krijgen die er mede op gericht moet zijn dat hun schoolgang wordt hervat. Verder is belangrijk dat zij zo spoedig mogelijk weer een coach krijgen die hun bij hun dagelijkse activiteiten kan stimuleren en ondersteunen. Daarbij is door [de minderjarige 1] in het kindgesprek en door de moeder ter zitting de wens uitgesproken dat zij het liefst zien dat de kinderen samen en in de regio Den Haag geplaatst kunnen worden. Door de gecertificeerde instelling is aangegeven dat de plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder het best aansluit bij de kinderen en sneller kan voldoen aan voornoemde wens. De kinderrechter zal daarom een machtiging verlenen voor de uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Het is de bedoeling dat de kinderen na de detoxbehandeling van hun moeder en gezinsopname weer bij hun moeder kunnen gaan wonen, maar er zullen nog de nodige stappen gezet moeten worden voordat dat mogelijk is.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 28 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.