RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/709091 / JE RK 26-1231
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige],
advocaat: mr. H. Polat uit Rijswijk.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de pleegmoeder] en [de pleegvader], hierna te noemen: de pleegouders.
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 29 juli 2026. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van 15 juli 2026 en de daarin genoemde stukken;
het e-mailbericht van de pleegouders met bijlage van 22 juli 2026;
- het bericht van de gecertificeerde instelling met bijlage van 27 juli 2026.
Op 28 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met zijn advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De pleegouders hebben zich bij e-mailbericht van 22 juli 2026 afgemeld voor de zitting.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover - in het bijzijn van zijn advocaat - een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld.
2. De feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 15 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee weken en aansluitend voor de duur van zes weken. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling het verzoek gewijzigd in die zin dat wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 augustus 2026.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [minderjarige] heeft een mooie ontwikkeling doorgemaakt bij [zorginstantie 2]. Hij heeft laten zien dat hij in staat is om zich aan de regels te houden als het voor hem duidelijk is waarom deze er zijn en wat de consequenties zijn. Als er geen regels zijn, zoals tijdens een verlofmoment, doet [minderjarige] dingen die tegen de afspraken zijn. Ook kan [minderjarige] in het contact met leeftijdsgenoten niet altijd goed inschatten wat het gevolg is van wat hij zegt, waardoor opmerkingen ongepast over kunnen komen. Het is zorgelijk dat hij de gevoelens van anderen niet goed lijkt in te kunnen schatten. Hij kan zich richting medewerkers grensoverschrijdend gedragen en kan hier niet altijd voldoende op worden aangesproken. Hoewel [minderjarige] momenteel niet open staat voor therapie, is hij wel aangemeld bij [zorginstantie 1] met daarbij de kanttekening dat hij de mogelijkheid houdt om dit te weigeren als hij er dan nog niet klaar voor is. Positief is dat [minderjarige] wat van zijn leven wil maken. Hij wil graag naar school en een bijbaan vinden. [minderjarige] heeft begeleiding nodig om tot leren en werken te komen. Hij zal bij een verhuizing naar [plaats 1] starten met een [stichting]-horeca-traject, waarna zal worden gekeken of hij in kan stromen bij het [schoolorganisatie]. Het zoeken naar een passende vervolgplek was een uitdaging, maar met behulp van het Expertiseteam is [zorginstelling] gevonden. [minderjarige] kan op 17 augustus naar deze kleinschalige begeleide woonvoorziening gaan. Hij kan hier een half jaar lang wennen aan het wonen in een open setting en een terugkeer naar onderwijs. Hierbij zal er veel aandacht zijn voor zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, en het bieden van structuur, voorspelbaarheid en duidelijkheid. Tijdens het verblijf bij [zorginstantie 2] is gebleken dat [minderjarige] hierbij gebaat is. Het is de bedoeling dat [minderjarige] vervolgens doorstroomt naar een perspectiefbiedende open plek. Het is niet in het belang van [minderjarige] dat hij op een crisisplek verblijft voordat hij naar [zorginstelling] gaat, omdat er dan door een gebrek aan begeleiding een grote kans is op terugval in oud gedrag. [minderjarige] zal dan weer een groot gevoel van onveiligheid ervaren en vanuit angst gezelschap zoeken bij mensen die hem niet gaan helpen bij het maken van de juiste keuzes. Ter zitting heeft de jeugdbeschermer benadrukt dat zij trots is op hoe [minderjarige] zich de afgelopen periode heeft ingezet om aan zijn doelen te werken, ondanks dat hij moest wachten op een vervolgplek.
4. De standpunten
Door en namens [minderjarige] is ingestemd met het verzochte. Het is goed nieuws dat hij op 17 augustus naar [zorginstelling] kan gaan.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] verdient complimenten voor zijn inzet gedurende het afgelopen half jaar. Hij heeft bij [zorginstantie 2] aan zijn doelen gewerkt en heeft zichtbaar een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij zoekt de rust op wanneer dit nodig is en is gemotiveerd om zijn leven op de rit te krijgen. Zo wil hij naar school, een bijbaan vinden en afstand nemen van vrienden die een negatieve invloed op hem hebben. Tegelijkertijd wordt er gezien dat deze positieve ontwikkelingen nog kwetsbaar zijn. [minderjarige] is erg gebaat bij begeleiding, regels, duidelijkheid en structuur. Als dit minder aanwezig is, zoals tijdens zijn verlof, blijft de verleiding van rondhangen en wiet gebruiken aanwezig. Ook kan hij vanuit angst gezelschap zoeken bij mensen die een negatieve invloed op hem hebben. [minderjarige] lijkt nog niet goed te beseffen dat hij beïnvloedbaar is en terug kan vallen in oude patronen als hij met de verkeerde mensen in aanraking komt. Het is daarom van groot belang dat hij bij de overgang van een gesloten naar een open groep goed begeleid wordt en dat deze overstap zorgvuldig plaatsvindt. Als [minderjarige] voordat hij bij [zorginstelling] terecht kan naar een open crisisplek zou gaan, is de kans groot dat hij door een gebrek aan kaders en begeleiding terugvalt in oude patronen. Het is daarom in het belang van [minderjarige] dat hij in de gesloten setting bij [zorginstantie 2] in [plaats 2] verblijft tot hij op 17 augustus bij [zorginstelling] terecht kan. De kinderrechter vindt het knap van [minderjarige] dat hij dit zelf ook inziet. De kinderrechter moedigt [minderjarige] aan om aan zijn doelen te blijven werken en na te denken over de vraag of hij toch in behandeling wil gaan bij [zorginstantie 1].
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de gecertificeerde instelling berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.
De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 18 augustus 2026.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 juli 2026 tot 18 augustus 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 25 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.