RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707627 / JE RK 26-1095
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder;
de vader als informant.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij [zorginstantie].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 31 oktober 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 februari 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt ter zitting nader toegelicht. Er moet nog diagnostiek plaatsvinden bij [minderjarige]. [minderjarige] is nu aangemeld bij RIOzorg voor diagnostiek en behandeling. De communicatie met [zorginstantie] verloopt gebrekkig. De gecertificeerde instelling zal alert zijn op signalen die [minderjarige] uit over haar verblijfplek.
4. De standpunten
De moeder stemt in met het verzochte. Zij vindt het jammer dat [minderjarige] ver weg is, maar vindt het vooral belangrijk dat zij nu de zorg zal krijgen die zij nodig heeft.
De vader maakt zich zorgen over de omstandigheid dat de hulp voor [minderjarige] nog niet gestart is, terwijl zij deze wel nodig heeft. [minderjarige] heeft een hulpvraag op meerdere gebieden, onder meer over de vraag of zij een jongen wil zijn. Het is frustrerend dat zij ondanks een duidelijke hulpvraag, niet de benodigde hulpverlening ontvangt. De aanvraag heeft lang stilgelegen, doordat de moeder een brief had gemist en er vervolgens door [zorginstantie] niet is gehandeld om alsnog toestemming te verkrijgen. Er is nu ook een aanmelding voor een ander soort dagbesteding gedaan en [minderjarige] zal een vorm van thuisonderwijs krijgen. De vader kan [minderjarige] momenteel nog geen stabiele thuisbasis bieden door praktische belemmeringen. Hij wil dit in de toekomst wel doen en acht het van belang dat [minderjarige] voor die tijd aan haar problematiek heeft kunnen werken.
5. De beoordeling
De kinderrechter stelt voorop dat uit het verzoekschrift blijkt dat de minderjarige heeft aangegeven [voornaam] genoemd te willen worden. De kinderrechter heeft niet met de minderjarige hierover kunnen spreken, maar zal, conform de wens van de minderjarige, hierna de naam [voornaam] gebruiken. Omdat de formele naam van [voornaam] [minderjarige] is, ziet de kinderrechter zich genoodzaakt om onder meer in het dictum van deze beschikking wel de naam [minderjarige] te gebruiken.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [voornaam] kan momenteel niet bij een van zijn ouders wonen. Het is daarom van belang dat het verblijf van [voornaam] bij de [zorginstantie] gecontinueerd wordt. De kinderrechter acht het van belang dat hij daar wel zo snel mogelijk de noodzakelijke diagnostiek, behandeling, begeleiding en dagbesteding krijgt. Ook is het belangrijk dat [voornaam] de benodigde structuur wordt geboden, zodat hij aan zijn eigen problematiek kan werken. Hoewel [voornaam] momenteel nog op zijn plek lijkt te zitten bij de [zorginstantie], is het wel noodzakelijk dat dit nauwlettend gemonitord wordt door de jeugdbeschermer. Zowel [voornaam] als de vader hebben de uiteindelijke wens dat hij op termijn bij vader zal gaan wonen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 31 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 25 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.