RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.19169
V-nummer: [v-nummer]
geboren op [geboortedag] 1988, van Indiase nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. H. Loth),
en
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
Eiser heeft op 4 maart 2026 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de minister en M.N. Haidari als tolk in de taal Urdu deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
Toetsingskader
2. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact inwerking getreden. In dat kader is de Vreemdelingenwet 2000 met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (de Uitvoerings- en implementatiewet) gewijzigd. Op grond van artikel IX, zesde lid, onder b, van de Uitvoerings- en implementatiewet, zijn de artikelen van de Vreemdelingenwet 2000 zoals deze gold tot 12 juni 2026 op eisers aanvraag van toepassing omdat deze aanvraag is ingediend vóór 12 juni 2026. In deze uitspraak hebben de verwijzingen naar de Vreemdelingenwet 2000 dan ook betrekking op de wetsversie die geldig was tot 12 juni 2026.
3. Daarnaast zijn er met dit pact diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Zo is onder meer de Kwalificatierichtlijn ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
4. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. In 2022 en 2023 is eiser in India aangevallen door twee verschillende groeperingen vanwege een dispuut over de koop van een stuk grond. Bij het incident in 2023 heeft eiser schoten gelost op de aanvallers. Om die reden heeft eiser in 2023 een periode gevangen gezeten. Hij is in februari 2024 vrijgekomen. Eiser heeft een zaak aangespannen tegen de bedreigers van het incident in 2023, welke nog loopt. Ook hebben de mensen van dat incident een zaak tegen eiser aangespannen. Omdat eiser niet fysiek bij de zitting aanwezig is geweest, wordt hij gezocht door de politie. Eind 2025 heeft eiser van zijn advocaat in India gehoord dat er tegen hem een arrestatiebevel is uitgevaardigd omdat hij geen gehoor heeft gegeven aan de oproepen om te verschijnen op de zitting. In 2025 is eiser bedreigd door een criminele organisatie genaamd Yogesh Bhadora. Bij terugkeer naar India vreest eiser voor de politie en de mensen waarmee hij incidenten heeft gehad.
5. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende asielmotieven:
De minister vindt het eerste, tweede, derde en vierde asielmotief geloofwaardig. Dat eiser problemen heeft vanwege de zaak die tegen hem is aangespannen en de zaak die hij heeft aangespannen vindt de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen onvoldoende met documenten onderbouwd. Hij krijgt niet het voordeel van de twijfel omdat hij geen goede verklaring heeft voor het ontbreken van documenten. Ook vormen de verklaringen van eiser over dit asielmotief volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Tot slot heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij voor wat betreft de geloofwaardig geachte asielmotieven een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar India. De minister heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond en daarbij aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Wat vindt eiser in beroep?
6. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst heeft de minister onvoldoende kenbaar gemaakt welke verklaringen van eiser ongeloofwaardig zijn bevonden. Daarnaast heeft eiser voldoende toegelicht waarom hij het arrestatiebevel en andere processtukken niet heeft kunnen overleggen. Bovendien heeft eiser in beroep een kopie van het arrestatiebevel overgelegd. Verder heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eisers risico op ernstige schade en zijn vrees voor wraakacties bij terugkeer naar India niet aannemelijk zijn. Daarbij is ook niet gemotiveerd waarom de ernstige schade uit het verleden zich niet opnieuw zal voordoen. Tot slot heeft de minister niet onderzocht of eiser bescherming kan verkrijgen tegen de personen die hem hebben aangevallen en had Meerut niet als binnenlands vestigingsalternatief kunnen worden tegengeworpen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank beoordeelt of de minister de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank haar oordeel uit en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd welke verklaringen ongeloofwaardig zijn bevonden nu in het voornemen voldoende is toegelicht waarom de minister het niet te volgen vindt dat eiser legaal het land heeft kunnen verlaten ondanks het arrestatiebevel.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister, anders dan eiser betoogt, ook voldoende gemotiveerd waarom eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Zo heeft de minister terecht betrokken dat eiser na het incident in 2022 niet meer is lastiggevallen en dit incident niet de aanleiding was om India te verlaten. Ook heeft de minister overwogen dat er geen indicaties zijn dat eiser op dit moment nog actief wordt gezocht door de mensen die betrokken waren bij het incident in 2023. Dat de belagers eiser opnieuw zouden lastigvallen, is dan ook gebaseerd op vermoedens. De rechtbank kan de minister hierin volgen. Ten aanzien van de bedreiging in 2025 heeft de minister terecht gesteld dat dit een eenmalige bedreiging was en eiser daarna niet meer is gecontacteerd. Daarbij komt dat eiser niet heeft onderbouwd dat deze bedreiging gerelateerd is aan het incident van 2023 en dat de criminele organisatie die achter de bedreiging in 2025 zou zitten, mensen tegen betaling laat vermoorden. Bovendien heeft eiser zelf verklaard geen verband te zien tussen de bedreiging en de eerdere incidenten. In beroep heeft eiser geen concrete punten aangevoerd die de minister onvoldoende zou hebben betrokken bij de beoordeling. Voor zover eiser stelt dat de politie hem niet kan beschermen tegen de belagers, heeft hij dit niet nader onderbouwd en blijkt ook uit algemene landeninformatie niet dat de politie in India structureel geen bescherming biedt tegen geweld. Daarnaast betekent de omstandigheid dat er tegen eiser een arrestatiebevel zou zijn uitgevaardigd niet dat hij niet door de politie beschermd zal worden. Gelet op het voorgaande heeft de minister zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar India.
Ook de door eiser overgelegde kopie van het arrestatiebevel maakt bovenstaande niet anders. Eiser heeft deze kopie vlak voor de zitting overgelegd, zonder begeleidend schrijven en zonder vertaling. Herhaaldelijk is eiser gewezen op het belang van het arrestatiebevel voor zijn procedure, waarop hij heeft aangegeven dit document te zullen indienen. Indien het document echt zou worden bevonden en als daar, zoals eiser heeft verklaard, in zou staan dat hij niet op zitting is verschenen in de tegen hem aangespannen rechtszaak ten aanzien van het incident 2023, dan heeft eiser daarmee nog niet zijn vrees aannemelijk gemaakt. Het betreft namelijk een civiele dan wel strafrechtelijke zaak over een geschil betreffende een stuk grond, waarbij eiser niet heeft onderbouwd hoe daaruit een schending van het verbod op refoulement kan worden afgeleid. Op de zitting heeft eisers gemachtigde desgevraagd toegelicht dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade omdat de politie eiser niet zal willen beschermen tegen de belagers met wie eiser eerder te maken heeft gehad. Zoals hierboven in 7.2 al is overwogen blijkt uit algemene landeninformatie niet dat de politie in India structureel geen bescherming biedt tegen geweld en betekent een arrestatiebevel ook niet dat eiser niet door de politie beschermd zal worden in geval van geweldpleging tegen hem door andere burgers.
8. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om de zaak op zitting aan te houden of het onderzoek alsnog te heropenen.
Conclusie en gevolgen
9. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot de conclusie dat de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.