ECLI:NL:RBDHA:2026:24478

ECLI:NL:RBDHA:2026:24478

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.49418
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar wordt toegewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de minister de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen omdat zij eerder bescherming heeft gehad onder de RTB in Polen. Verzoekster moet worden behandeld als dat zij valt onder de RTB.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L. Verhaegh).

Samenvatting

proces-verbaal uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.49418

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak

tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

Procesverloop

3. Verzoekster is geboren op [2002] en heeft de Oekraïense nationaliteit. Verzoekster is op 30 april 2026 vanuit Oekraïne in Nederland aangekomen en heeft een aanvraag ingediend om in Nederland te verblijven onder de RTB. Eerder in 2023 verbleef verzoekster in Polen onder de RTB.

4. Met het besluit van 13 augustus 2026 heeft de minister de aanvraag afgewezen.

5. Verzoekster heeft hiertegen op 26 augustus 2026 bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, kort gezegd inhoudend dat zij behandeld blijft worden alsof ze rechtmatig verblijf heeft onder de RTB zodat zij in de gemeentelijke opvang kan blijven.

6. De minister heeft op 27 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.

7. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat spoed dit vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Oordeel van de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang

8. De voorzieningenrechter beoordeelt bij een verzoek tot voorlopige voorziening hangende een bezwaarprocedure of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Voordat kan worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek moet worden beoordeeld of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening.

9. Verzoekster geeft aan dat sprake is van spoedeisend belang omdat haar is aangezegd om de gemeentelijke opvang te verlaten per 28 augustus 2026. De minister heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat hij vindt dat geen sprake is van spoedeisend belang. Verzoekster kan zich in Ter Apel melden voor de asielprocedure, waar zij vervolgens opvang van het COA zal verkrijgen.

9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat wel sprake is van spoedeisend belang. Door het bestreden besluit heeft verzoekster geen recht meer op de gemeentelijke opvang, waardoor verzoekster is aangezegd om de gemeentelijke opvang op 28 augustus 2026 te verlaten. De voorzieningenrechter zal het verzoek om voorlopige voorziening daarom inhoudelijk beoordelen.

Redelijke kans van slagen

Standpunten van partijen

10. Verzoekster voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat zij niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van de RTB in Nederland omdat zij eerder bescherming had in een ander land. De minister gaat er ook ten onrechte vanuit dat zij zich pas na de peildatum van 15 juni 2026, die staat in het Informatiebericht (IB) 2026/20, heeft aangemeld bij de gemeente. Verzoekster was al voor 15 juni 2026 in Nederland waardoor zij in aanmerking moet komen voor bescherming. Daarnaast blijkt uit de verklaringen van verzoekster en haar moeder dat verzoekster gelijk naar Nederland is gekomen en geen verblijfsrecht heeft in een ander land.

11. De minister heeft in zijn besluit overwogen dat verzoekster geen aanspraak kan maken op bescherming op grond van de RTB in Nederland, omdat zij in een Polen bescherming onder de RTB heeft gehad. Uit de verklaringen van verzoekster blijkt namelijk dat zij in 2023 tijdelijke bescherming heeft gehad in Polen, die niet meer actief is. Het Temporary Protection Platform (TPP) bevestigt dat. De minister heeft hierbij overwogen dat de Nederlandse overheid op grond van punt 4 van het Uitvoeringsbesluit 2025/1460 en artikel 8, eerste lid, van de RTB heeft besloten dat personen die op of na 15 juni 2026 tijdelijke bescherming in Nederland aanvragen en in een andere lidstaat tijdelijke bescherming hebben of hebben gehad niet in aanmerking komen voor verblijfsrecht onder de RTB in Nederland. Dit is neergelegd in het Informatiebericht 2026/20.2 De omstandigheid dat verzoekster Nederland is binnengekomen vóór de beleidswijziging, maakt het standpunt van de minister niet anders. Een van de toetsingsmomenten is namelijk aan het IND-loket en verzoekster heeft zich pas op 13 augustus 2026 bij de IND gemeld.

12. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, heeft op 19 en 20 augustus 20263 in vergelijkbare zaken uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter verwijst naar de overwegingen van die uitspraken en neemt deze overwegingen over. Kortgezegd is de voorzieningenrechter van oordeel dat het arrest Krasivila4 en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1460 van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2025 zich er niet lijken tegen te verzetten dat een ontheemde eerst in de ene lidstaat bescherming geniet, deze bescherming eindigt, en de ontheemde vervolgens in een andere lidstaat bescherming verkrijgt. De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat de minister de aanvraag van verzoekster niet had kunnen afwijzen omdat zij eerder bescherming heeft gehad onder de RTB in Polen.

13. De andere omstandigheden die verzoekster heeft aangedragen behoeven gelet op het voorgaande geen beoordeling.

Belangenafweging

14. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangenafweging in dit geval in het voordeel van verzoekster uitvalt. Het belang van verzoekster is erin gelegen dat zij de opvang behoudt die zij tot nu toe heeft gekregen. Het belang van de minister is erin gelegen dat alleen personen die recht hebben op RTB-bescherming gebruik kunnen maken van de gemeentelijke opvang. Verzoekster zou immers een asielaanvraag kunnen indienen en zich kunnen melden in Ter Apel, waar zij ook opvang zal krijgen. De voorzieningenrechter erkent het belang van de minister om de beperkte opvangcapaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten voor degenen die recht hebben op die opvang. Daar tegenover staat echter dat de rechtmatigheid van het besluit nog niet vaststaat en dat het voor verzoekster ingrijpende gevolgen heeft als haar verzoek wordt afgewezen. Daarbij komt dat er zowel in de gemeentelijke opvang voor RTB-beschermden als in de opvang voor “reguliere” asielzoekers tekorten bestaan. Daarnaast heeft verzoekster bijzondere omstandigheden aangevoerd waarom opvang in Den Haag gewenst is, namelijk om haar moeder te ondersteunen die een zware medische behandeling ondergaat. Dit belang weegt mee in het voordeel van verzoekster.

15. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding het verzoek toe te wijzen.

Conclusie en gevolgen

16. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat verzoekster dient te worden behandeld als een vreemdeling die onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt, tot twee weken na de dag dat het besluit op bezwaar bekendgemaakt wordt.

17. Er bestaat in dit geval aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op 27 augustus 2026 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

27 augustus 2026

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Wilpstra-Foppen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand