ECLI:NL:RBDHA:2026:24480

ECLI:NL:RBDHA:2026:24480

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.36702
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

“Verzoek om een voorlopige voorziening. Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing. Verzoek toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] ,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.36702

V-nummer: [v-nummer]

geboren op [geboortedag] 1994, van Indiase nationaliteit, verzoeker

(gemachtigde: mr. J. van Putten),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) afgewezen.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt hem toe te staan tijdens de bezwaarprocedure te mogen blijven werken voor zijn werkgever.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De minister heeft bij brief van 13 augustus 2026 aan de rechtbank meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen hetgeen is verzocht, voor zover dit ziet op het mogen blijven werken gedurende de bezwaarprocedure.

3. Nu de minister zich niet verzet tegen het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet die zich tegen toewijzing van dit verzoek verzetten, zal de voorzieningenrechter dit verzoek als kennelijk gegrond toewijzen. Indien het bezwaar wordt ingetrokken of anderszins wordt beëindigd, zal deze voorlopige voorziening komen te vervallen.

4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

- bepaalt dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure mag blijven werken voor zijn werkgever;

- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoeker te vergoeden;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F.W. Victoor

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand