ECLI:NL:RBDHA:2026:24524

ECLI:NL:RBDHA:2026:24524

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-07-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.34765
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, eerste beroep, onjuiste grondslag voor de maatregel, lichter middel, gewijzigde omstandigheden, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.34765

(gemachtigde: mr. S.T.V. Le),

en

(gemachtigde: mr. S. Juriaans).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de volgende afkortingen voor de wet- en regelgeving:

Vw: Vreemdelingenwet 2000

Vb: Vreemdelingenbesluit 2000

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 22 juni 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft hierop gereageerd. Daarna hebben beide partijen nog eenmaal op elkaars standpunten gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 2 juli 2026 om 10:23u uur gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. Verweerder kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2°, van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw en die niet zouden kunnen worden verkregen indien de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer er sprake is van een onderduikrisico. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als door middel van vreemdelingenbewaring de gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning kunnen worden verkregen en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. In het besluit tot vreemdelingenbewaring vermeldt de minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag.

In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden, en de daarop gegeven toelichtingen, niet heeft betwist. De gronden en de daarop gegeven toelichtingen, die de ambtshalve toetsing van de rechtbank doorstaan, kunnen de maatregel van bewaring dragen. Er volgt namelijk uit dat er een onderduikrisico bestaat.

Onjuiste grondslag voor de maatregel

5. Eiser betoogt dat de wettelijke grondslag van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, vanaf het moment dat op de asielaanvraag van eiser is beslist niet langer door verweerder aan de maatregel van bewaring ten grondslag kon worden gelegd. Volgens eiser is deze grondslag uitsluitend bedoeld voor de duur van de behandeling van het asielverzoek, tot aan de beslissing daarop door verweerder. Eiser heeft verwezen naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 5 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1710 en 4 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:230. Verder heeft verweerder onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke gegevens na het besluit nog noodzakelijk waren voor de beoordeling van het verzoek om internationale bescherming.

Verweerder stelt dat de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 de ruimte biedt om de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onder b, van de Vw ook op te leggen na afwijzing van de asielaanvraag. Er is volgens verweerder een feitelijke noodzaak dat eiser beschikbaar blijft voor de verdere beoordeling van zijn asielaanvraag in de beroepsfase.

De rechtbank overweegt als volgt. Bij besluit van 10 juni 2026 is de asielaanvraag van eiser door verweerder niet-ontvankelijk verklaard. Nadien is bij uitspraak van 18 juni 2026 van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam (NL26.33009) de voorlopige voorziening getroffen dat voornoemd besluit wordt geschorst en dat eiser niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep. Eiser verblijft dan ook rechtmatig in Nederland in afwachting van de beroepsprocedure en kon rechtmatig in bewaring worden gehouden op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel b, van de Vw. Bovendien heeft verweerder toegelicht dat bewaring noodzakelijk is voor de beoordeling en verwerking van de door eiser aangekondigde over te leggen bewijsmiddelen. De voorzieningenrechter heeft immers in voornoemde uitspraak van 18 juni 2026 geoordeeld dat een nadere bestudering van de asielzaak vereist is ten aanzien van de stelling van eiser dat in Algerije in eerwraakzaken geen bescherming kan worden geboden door de autoriteiten. Eiser heeft aangekondigd in de beroepsfase van de asielprocedure landeninformatie te zullen overleggen. Daarnaast blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen (onder 4.2.) dat er een onderduikrisico bestaat. Gelet op het voorgaande is geen sprake van een onjuiste grondslag voor de inbewaringstelling. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Had verweerder moeten volstaan met een lichter middel?

6. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Het is vanuit vreemdelingenbewaring niet goed mogelijk om documenten te verzamelen die benodigd zijn bij het doorlopen van de asielprocedure. Daarnaast betoogt eiser dat hij het zeer zwaar heeft in detentie. Verder dient gewicht te worden toegekend aan de toewijzing van de voorlopige voorziening.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van de minister: verwijzing naar de vreemdelingenbewaringsgronden volstaat daarvoor niet.

Verweerder stelt zich, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, terecht op het standpunt dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Er volgt uit de gronden voor de maatregel namelijk dat er een onderduikrisico bij eiser aanwezig is (onder 4.2.). Daarnaast ziet de rechtbank geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat verweerder van inbewaringstelling af had moeten zien. Zo heeft de rechtbank in een beroepsprocedure van eiser tegen een eerdere maatregel van bewaring (uitspraak van 24 juni 2026 bij de zaak met zaaknummer NL26.32776) overwogen dat de psychische druk die eiser voelt, onvoldoende is voor het oordeel dat een lichter middel had moeten worden toegepast. Verder geeft de enkele stelling van eiser dat het niet goed mogelijk is om vanuit vreemdelingenbewaring documenten te verzamelen voor zijn asielprocedure, geen aanleiding voor het oordeel dat een lichter middel een gepaster alternatief is. Niet is gebleken dat eiser zijn asielprocedure niet kan doorlopen vanuit het detentiecentrum. Daarnaast ziet de rechtbank geen aanleiding om in dit kader gewicht toe te kennen aan de toewijzing van de voorlopige voorziening. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Gewijzigde omstandigheden

7. Eiser voert aan dat verweerder bij de oplegging van de maatregel niet de gewijzigde omstandigheden van eiser heeft meegenomen.

De rechtbank constateert dat voorafgaand aan de oplegging van de maatregel van bewaring een gehoor heeft plaatsgevonden met eiser. In dit gehoor is met eiser gesproken over zijn omstandigheden. De antwoorden van eiser bij het gehoor zijn meegewogen in de maatregel van bewaring. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

8. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Vroegop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Abdoelkadir

Griffier

  • mr. S.A. Vroegop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand