ECLI:NL:RBDHA:2026:24553

ECLI:NL:RBDHA:2026:24553

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.40436
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, eerste beroep, verblijfsrecht Italië, lichter middel, zicht op uitzetting, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.40436

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Ince),

en

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de volgende afkortingen voor de wet- en regelgeving:

Vw: Vreemdelingenwet 2000

Vb: Vreemdelingenbesluit 2000

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 18 juli 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 23 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de heer U. Burgu als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. Verweerder kan als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in vreemdelingenbewaring stellen. Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. Deze vreemdeling kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien a) een onderduikrisico bestaat, of b) de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Kunnen de door verweerder vermelde gronden de maatregel dragen?

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die door verweerder in de maatregel van vreemdelingenbewaring zijn opgenomen, inhoudelijk niet betwist. De gronden zijn voldoende om de maatregel te dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een onderduikrisico bestaat.

Verblijfsrecht in Italië

6. Eiser voert aan dat er onduidelijkheid heerst omtrent zijn verblijfsstatus in Italië, maar stelt zich op het standpunt dat hij wel degelijk een verblijfsstatus heeft in Italië. Volgens eiser bestaat er gerede twijfel over de gestelde beëindiging van het verblijfsrecht in Italië, onder meer vanwege de aanzienlijke geldigheidsduur van eisers Italiaanse identiteitskaart en ook vanwege de vragen die eisers Italiaanse asieladvocaat heeft gesteld aan de Italiaanse immigratiedienst. Ter onderbouwing van dit standpunt is deze identiteitskaart toegevoegd aan het dossier en heeft eiser de fysieke kaart meegenomen naar het onderzoek ter zitting.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt verweerder in het betoog dat deze beroepsgrond reeds is getoetst in de uitspraak op het beroep tegen de maatregel van bewaring op 21 mei 2026 met zaaknummer NL26.26933 en dat eisers verblijfsrecht in Italië procedureel van aard was, vanwege de hangende asielprocedure die eiser daar had lopen. Doordat eiser vanuit Italië is teruggekeerd naar Nederland en daarbij zijn asielaanvraag in Italië heeft gelaten voor wat het is, is zijn procedurele verblijfsrecht in Italië kennelijk van rechtswege komen te vervallen. In het verlengde hiervan kent de rechtbank om deze reden geen waarde toe aan de identiteitskaart die door eiser is overgelegd, nu deze identiteitskaart enkel was verstrekt vanwege eisers procedurele rechtmatige verblijf in Italië op 5 maart 2026, welke datum is gelegen voor het vervallen van het Italiaanse verblijfsrecht.

Voor wat betreft de gestelde gerede twijfel van eiser over de beëindiging van zijn verblijfrecht, ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om tot het oordeel te komen dat dit moet leiden tot onrechtmatigheid van de maatregel. De vragen die zijn gesteld door eisers Italiaanse advocaat verduidelijken niet zonder meer dat eiser momenteel onomstotelijk een verblijfsstatus zou hebben in Italië. Ditzelfde geldt voor de geldigheidsduur van de identiteitskaart; aan de enkele geldigheidsduur van deze kaart kan geen betekenis worden toegekend in het kader van eisers verblijfstatus in Italië. Naar het oordeel van de rechtbank is het gestelde verblijfsrecht in Italië dan ook onvoldoende gestaafd.

Had verweerder moeten volstaan met een lichter middel?

7. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat de maatregel van bewaring niet proportioneel is en een subsidiair, lichter middel toereikend zou zijn. Met betrekking tot de proportionaliteit van de maatregel, stelt eiser dat zijn voorlopige voorziening tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit van 16 juli 2026 betreffende eisers opvolgende asielaanvraag ertoe leidt dat inbewaringstelling disproportioneel is. Eiser voert namelijk een verweer omtrent het beginsel van non-refoulement, waardoor uitzetting daardoor onomkeerbare gevolgen kan teweegbrengen. Eisers voorlopige voorziening heeft geen schorsende werking waardoor hij dus kan worden uitgezet, terwijl eiser er zeker baat bij heeft om aanwezig te zijn bij zijn voorlopige voorziening procedure en zijn verweer te staven. De uitzetting is volgens eiser dan ook voorbarig. Verder is eisers vriendin in Nederland bereid om een borgsom te voldoen, waardoor dit middel ook toereikend zou zijn. Eiser stelt daarnaast een meldplicht voor als een gepaster alternatief voor inbewaringstelling.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van de minister: verwijzing naar de vreemdelingenbewarings-gronden volstaat daarvoor niet.

Verweerder stelt zich, gelet op de niet bestreden omstandigheden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, terecht op het standpunt dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De reden hiervoor is dat uit de gronden voor de maatregel een onderduikrisico blijkt. Door dit onderduikrisico heeft verweerder er terecht voor gekozen om de maatregel van bewaring, het enige middel waarmee uitzetting voldoende wordt gewaarborgd, op te leggen. De rechtbank overweegt dat de voorgestelde meldplicht of de mogelijkheid van het voldoen van een borgsom dan ook geen toereikend alternatief is voor inbewaringstelling vanwege dit onderduikrisico.

Verder neemt de rechtbank in acht dat, zoals eiser aangeeft, de voorlopige voorziening geen schorsende werking van het terugkeerbesluit heeft. Verweerders belang van uitzetting prevaleert boven eisers belang om de uitkomst van de voorlopige voorziening in Nederland af te kunnen wachten. De maatregel van bewaring gericht op eisers uitzetting naar zijn land van herkomst is niet disproportioneel door de omstandigheid dat eiser een voorlopige voorziening procedure heeft lopen. Dit is slechts anders als de voorlopige voorziening zou worden toegewezen.

Zicht op uitzetting

8. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat naar Turkije in eisers geval. Er ligt een terug- en overnameovereenkomst (T&O) akkoord van de Turkse autoriteiten en er is een vlucht aangevraagd, maar een concrete datum voor de uitzetting ontbreekt nog altijd. Vanwege het ontbreken ervan, kan volgens eiser niet worden gesteld dat er een zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.

De rechtbank overweegt dat uit het feit dat er een T&O-akkoord ligt van de Turkse autoriteiten en dat er een vlucht is aangevraagd, al blijkt dat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Dat er nog geen concrete vlucht en bijbehorende vertrekdatum bekend is, doet hier niet aan af. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

9. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Vroegop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. S.A. Vroegop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand