ECLI:NL:RBDHA:2026:24559

ECLI:NL:RBDHA:2026:24559

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.41397
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, eerste beroep, gronden voor de maatregel, lichter middel, voortvarend handelen, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.41397

(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),

en

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 22 juli 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. H. Palanciyan als waarnemer van de gemachtigde van eiser, de heer K. Wali als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

2. Verweerder kan de vreemdeling op wie de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in vreemdelingenbewaring stellen met inachtneming van artikel 44 van de Asiel- en migratiebeheerverordening. In de Asiel- en migratiebeheerverordening staat dat de lidstaten wanneer er een onderduikrisico bestaat of indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde, de lidstaten de betrokken persoon in vreemdelingenbewaring kunnen houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling van de situatie van de betrokken persoon en enkel voor zover vreemdelingenbewaring evenredig is en andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.

Op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) kan een vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld of een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening (AMbV) indien er een onderduikrisico bestaat of dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

3. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.

In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Kunnen de door verweerder vermelde gronden de maatregel dragen?

4. Eiser betwist grond d, omdat eiser altijd dezelfde personalia heeft gehanteerd. Hij heeft enkel de naam [naam] toegevoegd voor de volledigheid, nu hij behoort tot die stam in Pakistan. Daarnaast betwist eiser grond k. Volgens eiser rust er namelijk geen vertrekplicht op personen die vallen onder de AMbV. Verder betoogt eiser dat de gronden p, q, r, en s onvoldoende gemotiveerd zijn, omdat bij deze gronden standaardoverwegingen zijn gehanteerd door verweerder volgens eiser.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er voldoende gronden om de maatregel van bewaring te dragen. Zo is betrokkene terecht grond r tegengeworpen; hij heeft geen vaste woon- en verblijfplaats. Hij staat niet geregistreerd met een adres in de Basisregistratie Personen (BRP) en heeft ook anderszins niet concreet gemaakt dat hij wel een vaste woon- of verblijfplaats heeft. Hiernaast is grond s eiser terecht tegengeworpen, omdat hij afhankelijk is van leefgeld van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en dus onvoldoende middelen van bestaan heeft. Tot slot is eiser met onbekende bestemming vertrokken wetende dat er een vlucht naar Frankrijk was gepland, zodat ook grond k aan de orde is. Bij deze gronden zijn concrete omstandigheden van eisers situatie meegewogen en is het onderduikrisico toegelicht. De rechtbank acht de gronden dan ook voldoende gemotiveerd. De maatregel van bewaring wordt voldoende gedragen door de onbetwiste grond a en de hiervoor besproken gronden k, r en s. Er volgt uit deze gronden een onderduikrisico.

Had verweerder moeten volstaan met een lichter middel?

5. Eiser voert aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat eisers vrouw voldoende geld verdient om eiser en haarzelf te onderhouden. Eiser stelt dat hij bij haar terecht zou kunnen.

Bij de beantwoording van de vraag of verweerder met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij past een grondig onderzoek naar de feitelijke elementen van het concrete geval en een specifieke motivering van de minister: verwijzing naar de vreemdelingenbewaringsgronden volstaat daarvoor niet.

Verweerder stelt zich, gelet op wat hierboven is geoordeeld over de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, terecht op het standpunt dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De reden hiervoor is dat uit de gronden voor de maatregel van bewaring een onderduikrisico volgt. Het onderduikrisico blijkt verder uit eisers verklaringen op het onderzoek ter zitting, waarbij eiser meermaals te kennen gaf dat hij niet naar Frankrijk wil gaan. Bovendien heeft een eerdere meldplicht niet geleid tot de overdracht van eiser. Eiser heeft zich namelijk niet gehouden aan zijn meldplicht en daarom is op 18 juni 2026 een melding gemaakt dat eiser is vertrokken met onbekende bestemming. Gelet op het voorgaande kan eisers overdracht enkel worden gewaarborgd door middel van inbewaringstelling. Verder heeft eiser niet gesteld en aangetoond dat er persoonlijke en/of medische omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat inbewaringstelling onredelijk bezwarend is voor hem. Deze beroepsgrond slaagt niet. Handelt verweerder voldoende voortvarend?

6. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de overdracht van eiser.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Anders dan eiser betoogt werkt verweerder wel voldoende voortvarend aan de overdracht van eiser. De rechtbank constateert namelijk dat eiser op 22 juli 2026 in bewaring is gesteld, op 23 juli 2026 een vlucht is aangevraagd voor hem en op 24 juli 2026 een vertrekgesprek met eiser heeft plaatsgevonden. Verder is bekend dat eisers vlucht op 31 juli 2026 staat gepland. Gelet op deze omstandigheden, sluit de rechtbank zich niet aan bij eisers standpunt. Deze beroepsgrond treft geen doel.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Vroegop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. S.A. Vroegop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand