[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. T. Thissen),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. S. Beyik).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
Eiser heeft op 19 maart 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 2 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1981 en heeft de Libische nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij in 2023 is bedreigd door een ex-collega, [naam] , die hem wilde rekruteren voor een militie. Eiser stelt door hem te zijn bedreigd en stelt bij terugkeer te vrezen om door hem te worden vermoord. Het bestreden besluit3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:- identiteit, nationaliteit en herkomst;- de bedreigingen door eisers ex-collega.
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig.Verweerder acht de bedreigingen door eisers ex-collega niet geloofwaardig. Daarbij is van belang dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft hij wisselend verklaard over de tijdlijn van gebeurtenissen, heeft hij inconsistent en wisselend verklaard over de bezoeken van [naam] aan zijn woning en zijn zijn verklaringen over het contact met [naam] vaag. Verweerder vindt dat eiser gelet op de wel geloofwaardig geachte delen bij terugkeer naar Libië geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het enkele feit dat eiser uit Libië komt is hiervoor onvoldoende. Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij verwijst allereerst naar de inhoud van de zienswijze en verzoekt deze als herhaald en ingelast te beschouwen. Hij voert verder – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft eisers verklaringen over zijn werk als militair niet betrokken in de besluitvorming en heeft nagelaten om te beoordelen of eiser als voormalig militair kan worden gezien als Khadaffi-loyalist. Eiser kan vanwege zijn militaire verleden in de problemen komen bij terugkeer. Eiser voert ten aanzien van de tijdlijn aan dat hij zich heeft vergist. Daarnaast is verweerder niet ingegaan op hetgeen is aangevoerd in de zienswijze over hoe vaak eiser gebeld is. Dit geldt ook voor het aantal bezoeken en waarom het logisch is dat [naam] eiser heeft benaderd. Het bestreden besluit berust dan ook op een gebrekkige motivering.
Wat is het oordeel van de rechtbank? Herhaald en ingelast 5. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser eerder in de zienswijze naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
De geloofwaardigheidsbeoordeling 6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser met zijn verklaringen de bedreigingen door zijn ex-collega niet aannemelijk heeft gemaakt. Zijn verklaringen vormen immers geen samenhangend en aannemelijk geheel. In wat eiser in beroep naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder niet vast mocht houden aan de tegenwerpingen zoals verweerder die in dit verband heeft opgenomen in het voornemen en het bestreden besluit. Daarbij is van belang dat verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat eisers verklaringen over de tijdlijn van gebeurtenissen wisselend zijn. Zo heeft eiser in eerste instantie - bij herhaling en ook nadat hij was geconfronteerd met wat volgens de hoormedewerker tegenstrijdig was - verklaard dat de eerste ontmoeting met [naam] plaatsvond in 2023 en dat er slechts enkele weken zaten tussen deze ontmoeting en de twee oproepen van [naam] , en heeft hij tegelijkertijd - ook bij herhaling en ook nadat hij was geconfronteerd met wat volgens de hoormedewerker tegenstrijdig was - verklaard dat de tweede oproep van [naam] in oktober 2024 was. Verweerder heeft eiser hier tijdens het gehoor mee geconfronteerd en eiser is desondanks niet met een goede verklaring gekomen, ook niet in de correcties en aanvullingen of in de zienswijze. De enkele stellingen van eiser in de correcties en aanvullingen dat de ontmoeting dan wel in 2024 moet hebben plaatsgevonden omdat het een en ander niet klopt en in beroep dat hij zich heeft vergist, zijn hiervoor onvoldoende. Verder heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser inconsistent en wisselend heeft verklaard over de bezoeken van [naam] aan zijn woning. Zo heeft eiser eerst verklaard dat [naam] twee keer is langsgekomen, daarna dat [naam] één keer is langsgekomen, en heeft hij dit - nadat hij hiermee is geconfronteerd - vervolgens weer veranderd naar twee keer. Verweerder heeft kunnen stellen dat dit afbreuk doet aan de overtuigingskracht van eisers relaas. Ook heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eisers verklaringen over het contact met [naam] vaag zijn. Zo is onduidelijk waarom [naam] , een oude vriend van eiser, hem uit het niets zou willen dwingen om lid te worden van een militie en hem bij weigering direct met de dood zou bedreigen. Ook heeft eiser de ontmoetingsplaats niet genoemd en heeft hij geen nadere informatie over de militie uit Zaouiya waartoe [naam] zou behoren.
Gelet op al het voorgaande heeft verweerder niet ten onrechte gevonden dat de bedreigingen door eisers ex-collega niet aannemelijk zijn gemaakt. Anders dan eiser stelt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende is ingegaan op de in de zienswijze aangedragen argumenten. Van een motiveringsgebrek is dan ook geen sprake. Dit betekent dat verweerder zich ook niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Libië te maken zal krijgen met vervolging of ernstige schade. Daarbij is van belang dat uit eisers verklaringen niet is gebleken dat eiser (als voormalig militair) andere problemen heeft gehad in zijn land van herkomst of dat hij deze verwacht. De enkele, niet onderbouwde stelling dat eiser door zijn functie als voormalig militair als Gadaffi-loyalist kan worden gezien, slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.
8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van N. Đukić, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.