ECLI:NL:RBDHA:2026:24580

ECLI:NL:RBDHA:2026:24580

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.9211 en NL26.9212
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asiel, ongegrond.

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Eiser heeft op 29 januari 2026 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, Z. Hamidi als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas 2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1989 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij tweemaal seks heeft gehad met een man, genaamd [naam]. Dit zou uitgekomen zijn, waardoor eisers vader heeft aangegeven dat hij eiser zal vermoorden wanneer hij hem weer zou zijn. Ook stelt eiser ervoor te vrezen dat de broers van [naam] hem in het gezicht zullen steken. Het bestreden besluit3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:- identiteit, nationaliteit en herkomst;- eisers problemen met zijn vader en de broers van [naam] vanwege seks met [naam].

Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser deels geloofwaardig. Zo acht verweerder eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft immers geen identificerende documenten overgelegd en heeft daarvoor geen goede verklaring gegeven. Verweerder acht eisers problemen met zijn vader en de broers van [naam] vanwege seks met [naam] niet geloofwaardig. Daarbij is van belang dat eiser zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hierbij betrekt verweerder dat eiser onlogisch heeft verklaard over de tweede keer seks met [naam]. Eiser was op de hoogte van de strafbaarheid van homoseksuele handelingen in Marokko en werd desondanks in het bijzijn van zijn vrienden aangeraakt door [naam]. De verklaringen van eiser over het stelen van geld van zijn vader zijn volgens verweerder ongerijmd nu niet blijkt dat eiser op een enkel moment rekening heeft gehouden met het risico dat hij zijn vader tegen zou kunnen komen. Daarnaast heeft eiser sinds 2020 niks meer vernomen van zijn vader. Dit maakt de gestelde problemen van eiser met zijn vader minder geloofwaardig. Wat betreft de broers van [naam], heeft eiser sinds februari 2021 niks meer van hen vernomen. Dit maakt de gestelde problemen van eiser met de broers van [naam] minder aannemelijk. Daarnaast is eiser nooit zelf in persoon bedreigd, maar is hij wel meteen op de vlucht geslagen. Ten slotte heeft eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend, heeft hij hier volgens verweerder geen goede verklaring voor gegeven en heeft hij de aanvraag enkel ingediend om uitzetting of overdracht naar Marokko uit te stellen of te verijdelen. Verweerder vindt dat eiser gelet op de wel geloofwaardig geachte delen bij terugkeer naar Marokko geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het enkele feit dat eiser uit Marokko komt is hiervoor onvoldoende.Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – aan dat het bestreden besluit in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel tot stand is gekomen. Zo is het volgens eiser onvoldoende dat verweerder de diefstal van het geld van zijn vader heeft benoemd, zonder hierbij in te gaan op de hoogte van het bedrag. Ook had verweerder eiser nader moeten bevragen over de exacte toedracht van het stelen van het geld. Verder zijn eisers verklaringen over de avond van de tweede keer seks met [naam] niet goed beoordeeld. Eiser stelt hierbij dat verweerder onvoldoende heeft weerlegd dat eiser door [naam] is betast en dat hij door de hieruit voortvloeiende toegedichte homoseksualiteit problemen heeft ondervonden. Daarnaast stelt eiser dat verweerder de dreiging in Marokko miskent. Hierbij voert eiser aan dat dit geen herhaling van zetten is, zoals verweerder stelt, maar enkel het wijzen van verweerder op de punten die zijn gemist. Tot slot is eiser niet van mening dat enige kennis van reguliere verblijfsmogelijkheden automatisch zouden moeten meebrengen dat hij kennis zou hebben over mogelijkheden van asiel.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

De geloofwaardigheidsbeoordeling 5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser met zijn verklaringen de problemen met zijn vader en de broers van [naam] vanwege seks met [naam] niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft mogen vinden dat zijn verklaringen hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In wat eiser in beroep naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder niet vast mocht houden aan de tegenwerpingen zoals verweerder die in dit verband heeft opgenomen in het voornemen en het bestreden besluit. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat eiser onlogisch heeft verklaard over de tweede keer seks met [naam]. Zo is het onlogisch dat eiser samen met zijn vrienden weer naar [naam] ging, terwijl het risico zou bestaan dat zijn vrienden op de hoogte konden raken van hun handelingen. Ook is het onlogisch dat eiser in het bijzijn van vrienden werd betast. Dit geldt temeer nu algemeen bekend is dat homoseksuele handelingen strafbaar zijn in Marokko. Voor zover de gemachtigde van eiser op zitting heeft gesteld dat verweerder een onjuiste setting heeft geschetst en de betasting vluchtig was, is de rechtbank van oordeel dat dit nog niet maakt dat het asielmotief eerder geloofwaardig is. Verweerder heeft er verder op mogen wijzen dat eiser ongeveer 5 jaar niks heeft vernomen van zijn vader en de broers van [naam] en zij eiser nooit in persoon hebben bedreigd. Het is dan ook ongerijmd dat eiser op de vlucht is geslagen, zonder ook maar enige bedreiging in persoon te hebben ontvangen en hier ook geen uitleg is gaan verschaffen. Ook heeft verweerder er op kunnen wijzen dat eiser ongerijmd heeft verklaard over het stelen van het geld van zijn vader. Zo wordt niet ingezien waarom eiser een risico heeft genomen om het geld van hem te stelen, als hij ook stelt te vrezen voor zijn leven wanneer hij zijn vader weer zou zien. Het bedrag van € 10.000,- maakt dit niet anders. Verweerder heeft eisers verklaringen over de problemen met zijn vader op geloofwaardigheid beoordeeld en heeft op goede gronden gesteld dat het niet aannemelijk is dat deze problemen (waaronder de gestelde problemen door het stelen van het geld) er zijn. Daarbij is het onduidelijk gebleven hoe eiser wist dat zijn vader precies op dat moment niet thuis was en hoe lang zijn vader weg zou blijven. Anders dan eiser stelt, is het aan eiser om hier zo compleet mogelijk over te verklaren. Eiser heeft hier tijdens het nader gehoor uitgebreid de kans voor gehad.

Gelet op al het voorgaande heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zijn problemen met zijn vader en de broers van [naam] vanwege seks met [naam] niet aannemelijk heeft gemaakt. Dit betekent dat verweerder zich ook niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Marokko te maken zal krijgen met vervolging of ernstige schade. Van een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek is dan ook geen sprake.

Kennelijk ongegrond6.De rechtbank is tot slot van oordeel dat verweerder de aanvraag kennelijk ongegrond heeft mogen verklaren, nu eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en hij hier geen goede verklaring voor heeft gegeven. Eiser is al in 2023 voor het eerst naar Nederland gereisd en heeft pas op 29 januari 2026 een asielaanvraag ingediend, nadat hij in bewaring is gesteld. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat het niet aannemelijk is dat eiser voorafgaand de bewaring geen kennis had over de mogelijkheid om asiel aan te vragen, nu uit eisers verklaringen blijkt dat hij goed op de hoogte is van de (reguliere) verblijfsmogelijkheden in Spanje. Eiser heeft dus, anders dan hij stelt, geen goede verklaring gegeven voor waarom hij niet zo spoedig mogelijk een asielaanvraag heeft ingediend. Daarnaast heeft verweerder kunnen meenemen dat eisers aanvraag ook kennelijk ongegrond is omdat hij de aanvraag alleen heeft ingediend om uitzetting of overdracht naar Marokko uit te stellen of te verijdelen. Dat eiser asielmotieven heeft doorgegeven, maakt dit niet anders. Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.

8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen.

9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van N. Đukić, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening is geen hoger beroep mogelijk.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand