ECLI:NL:RBDHA:2026:24585

ECLI:NL:RBDHA:2026:24585

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer NL26.47194
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel, artikel 6, eerste lid, lounge Schiphol, toegangsweigering rechtmatig, duur verblijf en omstandigheden, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.47194

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

(gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2026 is aan verzoekster op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van de Schengengrenscode de toegang tot Nederland geweigerd. Ook is aan verzoekster een vrijheidsbeperkende maatregel voor verblijf in de Schiphol lounge opgelegd op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft op 18 augustus 2026 de maatregel opgeheven en omgezet in een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw.

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [persoon]. Verweerder zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Paraguayaanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1997.

2. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de vrijheidsbeperkende maatregel al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van deze maatregel, aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de vrijheidsbeperkende maatregel volgend op de toegangsweigering, een rechtmatige grondslag ontbeert nu de toegangsweigering om verschillende redenen niet rechtmatig was. Eiseres heeft zich namelijk voor een periode van vier dagen moeten ophouden in de lounge die niet over faciliteiten beschikt voor een langer verblijf. Zo beschikt de lounge niet over gelegenheden om zich te wassen, te slapen of te eten.

4. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan haar niet de maatregel van artikel 6, eerste lid, van de Vw mocht worden opgelegd. De rechtbank stelt voorop dat zij de toegangsweigering van 15 augustus 2026 rechtmatig heeft geacht. Voor zover eiseres zich beroept op de duur van het verblijf en de voorzieningen in de lounge, is de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 23 augustus 2019 van oordeel dat de omstandigheid dat eiseres drie nachten in de lounge heeft doorgebracht in dit geval niet tot onrechtmatigheid van de onderhavige maatregel leidt. De rechtbank betrekt daarbij dat eiseres op 17 augustus 2026 om 12:25 uur een asielaanvraag heeft ingediend, deze vervolgens heeft ingetrokken, diezelfde dag om 19:10 uur weer een asielaanvraag heeft ingediend en ook deze aanvraag de volgende dag weer heeft ingetrokken. Ook is tijdens het verblijf van eiseres in de lounge al een besluit over de toegangsweigering genomen. Eiseres kon dus op elk moment gebruik maken van de mogelijkheid om te vertrekken naar haar land van herkomst of een ander land waar haar toegang gewaarborgd was. Verder overweegt de rechtbank dat eiseres geen lopende asielaanvraag heeft, zodat verweerder niet was gehouden om te zorgen voor verdergaande voorzieningen dan die in de lounge voorhanden zijn. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsbeperkende maatregel ten onrechte is opgelegd.

5. Ook overigens is niet gebleken dat de vrijheidsbeperkende maatregel tot de opheffing daarvan op enig moment onrechtmatig is geweest.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H. Bel

Griffier

  • mr. A.S.J.I. Hendrickx

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand