RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.47195
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Procesverloop
Bij besluit van 15 augustus 2026 is aan verzoekster op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van de Schengengrenscode de toegang tot Nederland geweigerd. Ook is aan verzoekster een vrijheidsbeperkende maatregel voor verblijf in de Schiphol lounge opgelegd op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw. De maatregel is inmiddels opgeheven en omgezet in een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw.
Verzoekster heeft op 15 augustus 2026 beroep ingesteld tegen de vrijheidsbeperkende maatregel met het verzoek tot schadevergoeding. Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.47194, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.