3. Incident Stadstuin Rusthout – 29 november 2025
[minderjarige 1] viel voorover met een blokkenkar, waarbij zij met haar voorhoofd op een houten rand terechtkwam. Toen ik het letsel wilde vastleggen, verhinderde jij dit door jouw hand voor de camera te houden. Ook hiervan is een geluidsopname aanwezig.
(…)
6. Grensoverschrijdend gedrag
Tijdens het contactmoment op 2 december 2025 bij [naam 2] heb ik geconstateerd dat jij [minderjarige 1] herhaaldelijk aan haar billen aanraakte. Ik heb jou moeten verzoeken dit te staken. Tevens heb jij eerder een topless babyfoto van haar op Instagram geplaatst, ondanks waarschuwingen van instanties. Screenshots en geluidsopnames zijn beschikbaar.
7. Pedagogische zorgen
Tijdens afspraken bij [locatie 1] [plaats 1] (8 november 2025) en [locatie 2] [plaats 2] (15 november 2025) gaf jij aan: “Door vallen leren ze.” Deze benadering acht ik voor een kind van één jaar onverantwoord.
8. Privacyschending en manipulatief handelen
Jij hebt zonder toestemming mijn privégegevens gedeeld en dit gebagatelliseerd. Daarnaast ervaar ik structureel manipulatief gedrag, waaronder het beïnvloeden van derden, het verspreiden van een onjuist beeld van mij en het benaderen van personen uit mijn omgeving met tegenstrijdige informatie.
(…)
De rechtbank acht deze punten onvoldoende redengevend om zorgen te hebben over de veiligheid van [minderjarige 1] bij de vader. Alle punten betreffen zaken die door de moeder op een bepaalde manier worden geïnterpreteerd, maar waar voor de rechtbank niet zodanige zorgen uitspreken dat er geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] zou moeten zijn. Uit de stukken en hetgeen op zitting is besproken is het de rechtbank gebleken dat beide ouders onhandig zijn geweest in het contact naar elkaar toe. Ook van de moeder zijn voorbeelden gebleken van gedrag dat als controlerend en onwenselijk zou kunnen worden gezien en dat eveneens niet in het belang van [minderjarige 1] lijkt te zijn. Bovendien zijn beide ouders in de afgelopen periode druk bezig geweest met het betrekken van derden bij de situatie. Gebleken is dat ook de moeder gedrag heeft vertoond dat zij de vader onder punt 8 van de hierboven geciteerde e-mail verwijt. Een en ander is niet wenselijk en niet in het belang van [minderjarige 1]. Alles bij elkaar genomen ziet de rechtbank onvoldoende reden om geen contact tussen de vader en [minderjarige 1] vast te stellen. Bovendien heeft er afgelopen periode ook contact plaatsgevonden. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] dat dit contact zo snel mogelijk, op een minder belastende wijze, wordt uitgebouwd en dat de vader een normale rol kan spelen in het leven van [minderjarige 1].
De rechtbank ziet eveneens onvoldoende aanleiding om een voorlopige, begeleide regeling vast te stellen en de zaak aan te houden in afwachting van de hulpverlening voor de ouders via [zorginstantie]. De rechtbank is van oordeel dat de ouders en [minderjarige 1] gebaat zijn bij duidelijkheid en een regeling waarop ze zich kunnen richten. De rechtbank zal de ouders ook niet doorverwijzen naar [zorginstantie] voor ouderschapsbemiddeling, aangezien de ouders zich daarvoor zelf al aangemeld hebben en die aanmelding nu loopt. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk dat de ouders zich maximaal gaan inzetten om dit traject te laten slagen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de ouders door te verwijzen naar omgangsbegeleiding. De begeleiding door de moeder bij de contactmomenten van [minderjarige 1] met de vader acht de rechtbank ontzettend belastend voor [minderjarige 1] en niet in haar belang. De rechtbank beslist dan ook dat de verdere uitbouw zonder haar aanwezigheid plaats dient te vinden.
De rechtbank stelt de volgende regeling vast, waarbij [minderjarige 1] bij de vader is:
- week 1 t/m week 4: een dagdeel in het weekend van 4 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald;
- week 5 t/m week 8: een tijdvak in het weekend van 6 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald;
- week 9 t/m week 12: een dag in het weekend van 8 uur inclusief het avondeten bij/met de vader, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald;
- week 13 t/m week 16: van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag. Het contact duurt 24 uur in totaal, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald. In overleg kunnen de ouders ook afspreken dat het contact van zaterdagochtend tot zondagochtend zal plaatsvinden, waarbij ook geldt dat het contact 24 uur in totaal duurt;
- vanaf week 17 voor de duur van drie maanden: om de week van zaterdag 10:00 uur tot zondag 19:00 uur, inclusief het avondeten bij/met de vader;
- na die drie maanden: om de week van vrijdag 17:00 uur tot maandagochtend naar de opvang;
- de ouder waar [minderjarige 1] verblijft brengt [minderjarige 1] naar de andere ouder en vice versa;
- de moeder is niet aanwezig bij de contactmomenten;
- bovengenoemde regeling loopt door in de vakanties. Dit tot [minderjarige 1] naar school gaat. Vanaf dat moment wordt het uitgangspunt dat de vakanties bij helfte worden verdeeld.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
De verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt toegewezen. Dit betekent dat de regeling ook ingaat en doorloopt indien er hoger beroep wordt ingesteld. De rechtbank acht dit noodzakelijk omdat zij het in het belang van [minderjarige 1] acht dat het contact met de vader zo snel mogelijk wordt genormaliseerd. Uitstel vanwege een ingesteld hoger beroep zal dit doel bemoeilijken.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats],
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] bij de vader zal zijn:
- week 1 t/m week 4: een dagdeel in het weekend van 4 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald;
- week 5 t/m week 8: een tijdvak in het weekend van 6 uur, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald;
- week 9 t/m week 12: een dag in het weekend van 8 uur inclusief het avondeten bij/met de vader, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald;
- week 13 t/m week 16: van vrijdagmiddag tot zaterdagmiddag. Het contact duurt 24 uur in totaal, waarbij de tijden in overleg tussen de ouders worden bepaald. In overleg kunnen de ouders ook afspreken dat het contact van zaterdagochtend tot zondagochtend zal plaatsvinden, waarbij ook geldt dat het contact 24 uur in totaal duurt;
- vanaf week 17 voor de duur van drie maanden: om de week van zaterdag 10:00 uur tot zondag 19:00 uur, inclusief het avondeten bij/met de vader;
- na die drie maanden: om de week van vrijdag 17:00 uur tot maandagochtend naar de opvang;
- de ouder waar [minderjarige 1] verblijft brengt [minderjarige 1] naar de andere ouder en vice versa;
- de moeder is niet aanwezig bij de contactmomenten;
- bovengenoemde regeling loopt door in de vakanties. Dit tot [minderjarige 1] naar school gaat. Vanaf dat moment wordt het uitgangspunt dat de vakanties bij helfte worden verdeeld.
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.