Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 10 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.W. Kuiper te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Vijftigschild te Leidschendam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben schriftelijk hun mening kenbaar gemaakt. De minderjarige [de minderjarige 3] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Feiten
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2025 te [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de twee jongste kinderen zullen eens per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man verblijven;
- de twee oudste kinderen zullen in onderling overleg met de man contactmomenten afstemmen;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert – met referte voor het overige – verweer tegen het uitsluitend gebruik en verzoekt te bepalen dat hij een termijn van drie maanden krijgt om de echtelijke woning te verlaten.
Beoordeling
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over het uitsluitend gebruik, de toevertrouwing en de voorlopige zorgregeling. De rechtbank neemt de afspraken op in het dictum en beschouwt de verzoeken voor het overige als ingetrokken.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning uiterlijk op 30 augustus 2026 dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] bij zich te hebben eens per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is het contact met de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in onderling overleg met hen af te stemmen;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.