ECLI:NL:RBDHA:2026:24735

ECLI:NL:RBDHA:2026:24735

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2026
Datum publicatie 30-08-2026
Zaaknummer C/09/709152 / JE RK 26-1240
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/709152 / JE RK 26-1240

Datum uitspraak: 30 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter tot ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [naam 1] namens de Raad;

de moeder, via een telefonische verbinding;

de vader;

[naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven. [minderjarige] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

[minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren.

Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont de ene week bij de moeder en de andere week bij de vader.

3. Het verzoek en de gronden

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd. De Raad heeft ernstige zorgen over een bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] gaat sinds maart 2025 niet meer volledig naar school, komt weinig buiten en vermijdt sociale contacten. Hij heeft een bovengemiddelde opvoedvraag, is zelfbepalend en verbaal sterk. Hierdoor lukt het de vader en de moeder onvoldoende om hem op passende wijze aan te sturen, te motiveren en te begrenzen. De Raad heeft aangedragen dat, hoewel de vader en de moeder hun best doen, zij soms lijken te kiezen voor de weg van de minste weerstand. De vader en de moeder zijn gescheiden en liggen niet op één lijn over de opvoeding van [minderjarige] . Ook hebben zij onvoldoende inzicht in de oorzaak van de problematiek en in hun eigen rol in het in stand houden daarvan. Er is veel hulpverlening ingezet, maar die is onvoldoende van de grond gekomen. Daarbij speelt mee dat [minderjarige] de moeder kan beïnvloeden om afspraken met de hulpverlening af te zeggen. De Raad vindt het van belang dat de bestaande patronen binnen het gezin worden doorbroken en dat diagnostiek en intensieve hulpverlening wordt ingezet voor [minderjarige] . Gelet op de zorgen vindt de Raad een ondertoezichtstelling noodzakelijk.

4. De standpunten van de belanghebbenden

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij moeite heeft met het verzoek tot ondertoezichtstelling. Zij verwacht dat het goed komt als [minderjarige] meer gemotiveerd raakt. Volgens haar is diagnostiek nodig om te bepalen welke behandeling passend is voor [minderjarige] . Zij erkent wel dat het dwingende gedrag van [minderjarige] soms moeilijk is, maar vreest dat een ondertoezichtstelling vooral als drukmiddel wordt ingezet om [minderjarige] in beweging te krijgen. Daarmee kan zij niet instemmen.

De vader heeft ingestemd met het verzoek. Hij heeft aangedragen dat hij het beste wil voor [minderjarige] en openstaat voor samenwerking met de moeder. Het mediationtraject ligt momenteel stil.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De Raad heeft onderbouwd aangedragen, en ter zitting toegelicht, dat er sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] . Die ontwikkelingsbedreiging vindt zijn oorzaak grotendeels in zijn persoonlijke, kind-eigen problematiek. Dit uit zich in zorgwekkend vermijdend en zelfbepalend gedrag. Deze problematiek heeft ertoe geleid dat [minderjarige] sinds maart 2025 niet meer naar school gaat, geen zinvolle dagbesteding heeft en voornamelijk binnen aan het gamen is. [minderjarige] heeft een bovengemiddelde opvoedbehoefte. Tussen de vader en de moeder is sprake van een verstoorde ex-partnerrelatie, waardoor zij het niet eens zijn over wat nodig is in de opvoeding van [minderjarige] . Het mediationtraject tussen de vader en de moeder ligt stil en er is op dit moment geen duurzame samenwerking tussen hen. Uit de stukken en de toelichtingen ter zitting leidt de kinderrechter verder af dat het met name de moeder niet lukt om haar gezag vorm te geven, waardoor [minderjarige] ruimte en gelegenheid krijgt zelfbepalend gedrag te laten zien. Het is van belang dat [minderjarige] op een passende manier wordt gemotiveerd, gestimuleerd en begrensd om tot ontwikkeling te komen. Langs verschillende wegen is geprobeerd hulpverlening in te zetten, maar deze trajecten zijn even zo vele malen niet van de grond gekomen. De Raad heeft toegelicht dat een systemische aanpak nodig is. Ook dient nader onderzocht te worden in hoeverre eerder diagnoses houdbaar en nog geldig zijn. De kinderrechter onderschrijft de noodzaak dat een jeugdbeschermer betrokken raakt die regie gaat voeren en de voor het gezin noodzakelijke en passende hulpverlening kan inzetten om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen. Gelet op de aard en ernst van de ontwikkelingsbedreigingen en de tijd die nodig zal zijn om deze weg te nemen vindt de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de verzochte duur van één jaar passend en geboden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 30 juli 2026 tot 30 juli 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Plug als griffier. De schriftelijke uitwerking daarvan is vastgesteld op 21 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.M. Plug als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand