Vervangende toestemming erkenning, gezag en zorg- c.q. omgangsregeling
Beschikking op het op 12 oktober 2023 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man/de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.M. Zeeman te Zoetermeer.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.J.V.H. Stoffels te Zevenbergen.
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] ,
de minderjarige, hierna: [minderjarige 1] (roepnaam),
in rechte vertegenwoordigd door mr. W.J. Vroegindeweij,
advocaat te Katwijk,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
Bij beschikking van 4 december 2024 van deze rechtbank is een beslissing ten aanzien van de ontkenning van het vaderschap, de vervangende toestemming erkenning, het gezag en de zorg-c.q. omgangsregeling aangehouden in afwachting van de testresultaten van het door partijen te verrichten DNA-onderzoek en het gezamenlijk overleg tussen de man en de moeder.
Bij beschikking van 14 mei 2025 van deze rechtbank is de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard van: [naam] , geboren op [geboortedatum 2] 1976 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ,
ten aanzien van: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] .
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de vervangende toestemming erkenning, het gezag en de zorg- c.q. omgangsregeling is pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
Uit voornoemde berichten volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Er heeft daarom geen (nadere) mondelinge behandeling plaatsgevonden.
Verzoek en verweer
Gelet op de tussen partijen bereikte overeenstemming verzoeken zij nu beiden om hun afspraken ten aanzien van de zorgregeling vast te leggen in een beschikking.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Vervangende toestemming erkenning [minderjarige 1]
De erkenning van [minderjarige 1] door de man is inmiddels door partijen zelf geregeld, zo blijkt ook uit de latere vermelding van de erkenning van 18 november 2025 die aan de geboorteakte van [minderjarige 1] is gehecht. De rechtbank beschouwt het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] te erkennen daarom als ingetrokken.
Ontslag bijzondere curator
Door de erkenning van [minderjarige 1] door de man is vertegenwoordiging van [minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure ook niet meer nodig. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Gezag ten aanzien van [minderjarige 1]
De man (hierna te noemen: de vader) heeft door de recente erkenning van [minderjarige 1] van rechtswege mede het gezag over [minderjarige 1] verkregen, zodat daaromtrent van de rechtbank geen beslissing meer nodig is.
Gezag ten aanzien van [minderjarige 2]
De vader heeft verzocht om mede met het gezag over [minderjarige 2] te worden belast. De moeder is het hiermee eens en wenst ook dat partijen over [minderjarige 2] gezamenlijk het gezag zullen hebben. Gelet hierop en omdat de rechtbank dit ook in het belang acht van [minderjarige 2] , zal de rechtbank het betreffende verzoek toewijzen en bepalen dat de vader en de moeder voortaan gezamenlijk het gezag over [minderjarige 2] uitoefenen.
Nu de ouders gezamenlijk met het gezag over de kinderen zijn belast, zal hierna worden gesproken over een zorgregeling.
Zorgregeling
De ouders hebben overeenstemming bereikt over de zorgregeling tussen de vader en de kinderen en zij verzoeken om deze zorgregeling in de beschikking op te nemen. De ouders zijn overeengekomen dat de vader de kinderen iedere vrijdag ophaalt bij de moeder tussen 14.30 uur en 18.00 uur, waarna de moeder de kinderen op zondag na 18.00 uur weer bij de vader ophaalt. De vakanties en feestdagen zullen de ouders in onderling overleg bij helfte verdelen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, ook omdat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.
Beslissing
De rechtbank:
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
bepaalt dat voortaan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
*
bepaalt dat er een zorgregeling zal gelden tussen de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
en de vader, inhoudende dat de vader de kinderen iedere vrijdag ophaalt bij de moeder tussen 14.30 uur en 18.00 uur, waarna de moeder de kinderen op zondag na 18.00 uur weer bij de vader ophaalt, en waarbij de vakanties en feestdagen in onderling overleg tussen de ouders bij helfte worden verdeeld;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 31 juli 2026.