ECLI:NL:RBDHA:2026:2478

ECLI:NL:RBDHA:2026:2478

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer NL25.61909
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

2de Beroep niet tijdig, asiel

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest binnen een termijn van twee weken alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, hij een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.

Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 5 oktober 2023.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

2. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moet eiser de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat hij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen. Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig.

3. In de uitspraak van 4 november 2025 heeft de rechtbank de minister een beslistermijn opgelegd van twee weken. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit op de aanvraag genomen.

4. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.

Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

5. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.

6. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Als uitgangspunt geldt dat de minister binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

7. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.

8. Omdat de bij uitspraak van 4 november 2025 opgelegde rechterlijke dwangsom nog niet volledig is volgelopen, oordeelt de rechtbank dat de bij onderhavige uitspraak op te leggen rechterlijke dwangsom aanvangt vanaf de dag nadat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom volledig is volgelopen. De bij uitspraak van 4 november 2025 opgelegde rechterlijke dwangsom is aangevangen op 20 november 2025 en eindigt op 20 april 2026. Dit betekent dat de bij deze uitspraak op te leggen rechterlijke dwangsom aanvangt op21 april 2026.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiser een dwangsom verschuldigd.

10. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. De rechtbank stelt de wegingsfactor die gebruikt wordt bij het bepalen van de hoogte van die proceskostenvergoeding op 0,25. Hiertoe ziet zij aanleiding omdat de omvang van de werkzaamheden die redelijkerwijs nodig zijn voor een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen in beginsel beperkter zijn dan voor een eerste beroep. Dat betekent dat de proceskostenvergoeding zal worden vastgesteld op € 233,50.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?