Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 1 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Arslan te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Bhulai te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het F9-formulier van 23 juli 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlage.
Op 29 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en tolk V. Bolt, de man met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats], met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- het minderjarige kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 515,- per maand wordt vastgesteld,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte ten aanzien van de toevertrouwing – nu nog verweer tegen het overig verzochte, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de man zelfstandig nog:
- de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot het verkrijgen van het uitsluitend gebruik en het niet terugkeren in de woning, omdat zij geen belang hierbij heeft;
- het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie af te wijzen, althans een bijdrage van € 257,- per maand vast te stellen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert gedeeltelijk verweer tegen het verzochte, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Feiten
- Partijen zijn op [datum] 2024 een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan.
- Zij zijn de ouders van het minderjarige kind [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1].
- De vrouw is tevens moeder van het minderjarige kind [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2], [geboorteland].
- De man is tevens vader van de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 3],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats 3].
- Partijen zijn het met het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] belast.
- Partijen en [minderjarige 1] beschikken allen over de Keniaanse nationaliteit.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige- voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Toevertrouwing [minderjarige 1]
De man heeft ingestemd met het verzoek van de vrouw om [minderjarige 1] aan haar toe te vertrouwen voor de duur van echtscheidingsprocedure. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Beide partijen hebben verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning te verkrijgen. De vrouw heeft met de kinderen de echtelijke woning verlaten en verblijft in een vrouwenopvang. De man heeft op de zitting aangegeven niet over alternatieve woonruimte te beschikken en belang heeft bij de woning om zijn twee kinderen uit zijn eerdere huwelijk te kunnen ontvangen. De vrouw heeft op de zitting aangegeven traumatische ervaringen te hebben om terug te keren naar de echtelijke woning. Met deze huidige stand van zaken zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de man toekennen. Het verzoek van de man tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar verzoek zal de rechtbank afwijzen. Het belang van de vrouw is er immers nog steeds, maar in de belangenafweging zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de woning aan de man toekennen.
Zorgregeling
Op de zitting hebben partijen aangegeven dat zij in samenwerking met [zorginstantie] een zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] zullen gaan opstarten. [zorginstantie] gaat partijen hierin begeleiden om een uiteindelijke zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] vorm te geven. Voor nu ligt hierover geen verzoek voor, zodat de rechtbank hierop niets zal beslissen.
Voorlopige kinderalimentatie
Partijen zijn het erover eens dat de man voor de duur van echtscheidingsprocedure aan de vrouw een bijdrage aan kinderalimentatie zal betalen van € 257,- per maand, met ingang van 1 juli 2026. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning [adres] te [plaats] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 juli 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1](bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 257,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.