ECLI:NL:RBDHA:2026:24835

ECLI:NL:RBDHA:2026:24835

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL26.49068
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgberoep artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering van eiser. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister).

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.49068

(gemachtigde: mr. M. Timmer),

en

1. Deze uitspraak gaat over het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met het voortduren van de vreemdelingenbewaring. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Omdat eiser ook verzoekt om schadevergoeding beoordeelt de rechtbank ook of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. Er is geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 3 augustus 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Bij uitspraak van 7 augustus 2026 heeft de rechtbank het beroep van eiser tegen dat besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Beoordeling door de rechtbank

3. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

4. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van vreemdelingenbewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 7 augustus 2026 (NL26.43911) volgt dat de maatregel van vreemdelingenbewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering van eiser. Eiser verblijft als unieburger al bijna zeven weken in vreemdelingenbewaring.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering van eiser. Uit het dossier volgt dat op 11 augustus 2026 een vertrekgesprek met eiser is gehouden. Tijdens het vertrekgesprek is gebleken dat eiser niet in het bezit is van een geldig reisdocument. Daarom is diezelfde dag nog een laissez-passer aanvraag verstuurd naar de Bulgaarse autoriteiten. De geplande vlucht voor 17 augustus 2026 is vervolgens geannuleerd wegens het ontbreken van een geldig document. Op 24 augustus 2026 is via de DIA vernomen dat op 27 augustus 2026 in persoon wordt gepresenteerd bij de ambassade van Bulgarije om zijn laissez-passer op te halen. Diezelfde dag is een nieuwe vlucht aangevraagd en bevestigd dat voor 31 augustus 2026 een vlucht is geboekt. Deze informatie is tijdens een vertrekgesprek op 25 augustus 2026 aan eiser bekendgemaakt. Gelet op deze gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de verwijdering van eiser.

5. Los van de door eiser aangevoerde grond, ziet de rechtbank ook ambtshalve geen reden om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.B. de Boer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand