RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.13500
V-nummer: [v-nummer]
geboren op [geboortedag] 1976, van Ugandese nationaliteit, eiseres,
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
(gemachtigde: mr. V.J.C.M. Tielemans).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. De afwijzing van de asielaanvraag kan dus niet in stand blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
De minister heeft met het bestreden besluit van 5 maart 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, B. Hitchcock als tolk in de taal Engels, en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Asielrelaas
3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij door haar man psychisch en fysiek – ook seksueel – is mishandeld. Dit begon op het moment dat zij zwanger raakte en in 2001 met hem ging samenwonen. In 2016 verslechterde de situatie. Eiseres en haar ex-man hadden meningsverschillen over politiek. Hij steunt de regeringspartij en zij steunt een oppositiepartij. Op 23 oktober 2020 sloeg hij haar in elkaar en verbrandde hij haar been met een strijkijzer. Eiseres ging naar de dorpscommissie en de politie. Haar man werd gearresteerd en één dag later weer vrijgelaten. Hij heeft namelijk connecties bij de overheid, omdat hij campagne voerde voor de regeringspartij. Eiseres besloot bij hem weg te gaan. Zij ging met haar kinderen in een dorp dicht bij haar vader wonen. Haar ex-man probeerde telefonisch contact met haar te leggen. In 2022 blokkeerde eiseres hem op haar telefoon. In 2023 kregen haar kinderen een telefoon en begon hij hen te contacteren. Op 21 augustus 2024 kwam hij naar het dorp en sloeg hij eiseres in elkaar. Daarbij brak hij haar tanden. Ook dreigde hij haar te vermoorden. Toen ging eiseres weer naar de dorpscommissie. Haar man kreeg een waarschuwingsbrief. Eiseres ging ook naar het kantoor van huiselijk geweld. De mensen op het kantoor waren uit op smeergeld en hielpen haar niet. Op 19 maart 2025 kwam de ex-man van eiseres weer naar het dorp. Hij sloeg haar en dreigde haar weer te vermoorden. Eiseres ging weer naar de dorpscommissie en de politie. Haar man werd gearresteerd maar na één dag weer vrijgelaten. Eiseres kon dus geen bescherming tegen hem krijgen. In januari 2026 heeft eiseres Uganda verlaten.
Verder heeft eiseres verklaard dat zij problemen heeft ondervonden vanwege haar etnische afkomst (Muganda). Zij mocht niet werken in het gebied waar zij wilde werken.
Bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen met ex-man; en
problemen vanwege etniciteit.
De minister vindt de asielmotieven geloofwaardig. De minister vindt echter dat eiseres niet in aanmerking komt voor een asielvergunning. Eiseres is volgens de minister geen vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij vanwege haar Muganda etniciteit te vrezen heeft voor vervolging. Uit haar verklaringen blijkt niet dat de discriminatie die zij heeft ervaren zodanig was dat het voor haar onmogelijk was om op sociaal en maatschappelijk gebied te functioneren.
Verder vindt de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Uganda een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege de problemen met haar ex-man. Niet is gebleken dat haar ex-man daadwerkelijk de intentie had om eiseres te doden. Na het incident in maart 2025 heeft eiseres nog tot januari 2026 in Uganda gewoond, zonder problemen te ondervinden met haar ex-man.
Bovendien neemt de minister aan dat eiseres in Uganda de bescherming kan inroepen van de autoriteiten. Niet is gebleken dat de Ugandese autoriteiten eiseres geen bescherming willen bieden. Het vermoeden van eiseres dat de autoriteiten haar niet helpen vanwege de invloedrijke positie van haar ex-man, is niet met concreet bewijs onderbouwd. Eiseres heeft geen navraag gedaan naar de reden van de vrijlating. Verder kent Uganda de Domestic Violence Act 2010, die het mogelijk maakt voor slachtoffers om bij de rechtbank een verzoek in te dienen voor een beschermingsmaatregel. Eiseres heeft dit niet geprobeerd. Tot slot bestaan er in Uganda opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld.
De minister vaardigt een terugkeerbesluit naar Uganda uit met een vertrektermijn van vier weken.
Toetsingskader
5. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact inwerking getreden. Met dit pact zijn diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Onder meer de Kwalificatierichtlijn is ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank naar aanleiding van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 juni 2026 een volledig en ex nunc onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht voor wat betreft het asielrelaas zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek ter zitting. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.
Heeft de minister aannemelijk gemaakt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen?
6. Op de zitting is vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres in het verleden is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade. Dit wordt beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de vrees van eiseres voor vervolging gegrond is of het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Het is aan de minister om deze goede redenen aannemelijk te maken. In geschil is of de minister hierin is geslaagd.
7. Eiseres voert aan dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Dat er tussen de laatste confrontatie met haar ex-man en haar vertrek sprake was van tijdsverloop, vormt geen goede reden om aan te nemen dat de vervolging zich niet opnieuw zal voordoen. De ex-man van eiseres heeft haar immers eerder na meerdere jaren opnieuw mishandeld. Eiseres verwijst hierbij naar de Practical Guide on Evidence and Risk Assessment van de EUAA van januari 2024. Deze vermeldt:
‘For example, a relatively long timelapse between the last incident or threat will not be in itself sufficient as a good reason for believing that the event will not occur again. You will have to have explored the possible reasons for this long timelapse, both from the perspective of the applicant as well as that of the actor of persecution or serious harm. Only when you have found that there are no other explanations for the absence of incidents or threats, other than that the actor of persecution or serious harm has stopped persecuting or trying to harm the applicant and where there are otherwise no other indications that they will pick up their behaviour again in the future, can you conclude that the timelapse may form part of the good reasons to believe that the persecution or serious harm will not be repeated.’
8. De minister stelt zich op het standpunt dat bij de beoordeling niet uitsluitend is gekeken naar het tijdsverloop, maar dat ook de overige relevante feiten en omstandigheden zijn betrokken bij de beoordeling van de gestelde vrees. In het voornemen is niet alleen ingegaan op het tijdsverloop tussen de gestelde incidenten, maar ook het feit dat eiseres in de periode van 2020 tot 2024 geen problemen heeft ondervonden, terwijl zij wel telefonisch contact onderhield met haar ex-man en hij bovendien op de hoogte was van haar verblijfplaats.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Uit de verklaringen van eiseres tijdens het nader gehoor blijkt dat zelfs na een tijdsverloop van jaren (tussen 2020 en 2024), haar ex-man haar opnieuw heeft mishandeld. Dat er tussen het laatste geweldsincident en haar vertrek tien maanden zaten, is dan ook onvoldoende om aan te nemen dat de vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.
De stelling van de minister dat eiseres geen problemen heeft ondervonden terwijl zij wel telefonisch contact onderhield met haar ex-man en hij op de hoogte was van haar verblijfplaats, volgt de rechtbank niet. Eiseres heeft immers in 2022 het contact met haar ex-man verbroken. Desondanks heeft hij haar in 2024 mishandeld en in 2025 opnieuw. Verder ging zij soms naar een andere plek in het dorp [locatie] voor haar veiligheid. Zij verplaatste zich met de reden om aan haar ex-man te ontkomen. Haar ex-man wist dus niet altijd waar zij was.
Tot slot betrekt de rechtbank bij haar oordeel de stellingen van eiseres op de zitting dat haar ex-man haar nog steeds probeert te zoeken via haar kinderen en haar oude werk. Ook dit wijst erop dat eiseres nog altijd een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Uganda.
De beroepsgrond slaagt. Het bestreden besluit is op dit punt ondeugdelijk gemotiveerd. Dit betekent dat het beroep gegrond is. Ten behoeve van de finale geschilbeslechting beoordeelt de rechtbank waar mogelijk nog de overige beroepsgronden.
Heeft de minister aannemelijk gemaakt dat eiseres de bescherming van de Ugandese autoriteiten kan inroepen?
10. Eiseres voert aan dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de bescherming van de Ugandese autoriteiten kan inroepen. Uit landeninformatie van VluchtelingenWerk blijkt dat (seksueel) geweld in het huwelijk niet effectief wordt bestraft en dat in de praktijk onvoldoende wordt opgetreden door de autoriteiten tegen de daders. Zo vermeldt Freedom House in een rapport dat gendergerelateerd geweld veel voorkomt in Uganda en dat de daders zelden worden vervolgd. US Department of State stelt in een rapport dat verkrachting en huiselijk geweld veelvoorkomende problemen zijn in het hele land en de overheid de wet niet effectief handhaaft. De Bertelsmann Stiftung rapporteert dat politieagenten vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel en gendergerelateerd geweld vaak de schuld geven van het geweld dat zij hebben ondergaan, waarbij zij de kant van de daders kiezen en slachtoffers de toegang tot het rechtssysteem ontnemen.
11. De minister stelt zich op het standpunt dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres de bescherming van de autoriteiten kan inroepen. Ten behoeve van de besluitvorming heeft de minister landeninformatie opgevraagd over huiselijk geweld in Uganda bij Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). Dat is een intern bureau van het ministerie. De geraadpleegde bronnen zijn vermeld in het verweerschrift. Uit de landeninformatie van TOELT blijkt dat in Uganda sinds 2010 de Domestic Violence Act van kracht is. Op basis van deze wet kunnen slachtoffers van huiselijk geweld bij de rechtbank een verzoek indienen om een beschermingsmaatregel te verkrijgen. Daarnaast beschikken politiebureaus over een Gender Based Violence Desk. Verder zijn er in Uganda opvangcentra beschikbaar voor slachtoffers van huiselijk geweld. Niet is gebleken dat eiseres van deze beschermingsmogelijkheden gebruik heeft gemaakt. De omstandigheid dat eiseres tweemaal aangifte heeft gedaan, waarna haar ex-man beide keren is aangehouden maar telkens binnen één dag weer is vrijgelaten, doet hier niet aan af. Eiseres heeft haar vermoeden, dat haar ex-man vanwege zijn invloedrijke positie is vrijgelaten, niet nader onderbouwd. Anders dan eiseres stelt, is haar politieke achtergrond ook betrokken bij de beoordeling of eiseres bescherming kan krijgen van de autoriteiten. Eiseres heeft niet onderbouwd waarom de autoriteiten in haar specifieke geval op de hoogte zouden zijn van haar politieke voorkeur en haar om die reden geen bescherming zouden willen bieden. Daarbij is van belang dat eiseres reeds tweemaal aangifte heeft gedaan en dat beide aangiften door de autoriteiten in behandeling zijn genomen. Ook uit de door eiseres aangehaalde landeninformatie kan niet worden opgemaakt dat zij vanwege haar politieke achtergrond geen bescherming van de autoriteiten zal kunnen krijgen. Bij een nieuwe melding moet zij dan opnieuw niet vertellen over haar politieke opvattingen.
12. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres de bescherming van de Ugandese autoriteiten kan inroepen. Eiseres heeft diverse malen de hulp ingeschakeld van de autoriteiten, maar ondanks dat haar ex-man wel meerdere malen is aangehouden is hij steeds weer vrijgelaten zonder dat er gevolgen voor hem aan verbonden waren. Ook heeft hij eiseres opnieuw belaagd. Eiseres heeft in beroep verwezen naar recente en relevante landeninformatie, die het standpunt van de minister over effectieve bescherming weerlegt. De minister heeft deze informatie niet kenbaar betrokken in de beoordeling en ook niet inhoudelijk weerlegd. De minister heeft op de zitting enkel gesteld dat hij meer waarde hecht aan de landeninformatie die hij heeft ontvangen van TOELT dan aan de landeninformatie van eiseres. De rechtbank volgt deze stelling niet. De minister heeft deze stelling namelijk niet toegelicht. Bovendien is de landeninformatie van de minister alleen afkomstig van de Ugandese overheid, terwijl ook informatie uit andere objectieve bronnen beschikbaar is. Verweerder had dan ook moeten reageren op de door eiseres aangedragen recente en relevante landeninformatie, dan wel deze moeten betrekken bij een nadere motivering van het bestreden besluit.
De beroepsgrond slaagt.
Vluchtelingschap
13. Tot slot voert eiseres aan dat haar vrees valt onder het Vluchtelingenverdrag. De minister heeft dit onvoldoende weersproken en heeft onvoldoende kenbaar rekening gehouden met het politieke component. Het is correct dat eiseres haar overtuiging voor zich hield uit angst, maar juist dat gegeven maakt dat het een relevant onderdeel is in de context van Uganda. Eiseres heeft verklaard dat zij minder kan verwachten door de connecties van haar ex-man en heeft aangevoerd dat zij als aanhanger van de oppositie kwetsbaarder is en dus minder rechten heeft. Eiseres verwijst daarbij naar verschillende bronnen waaruit blijkt dat oppositiegroepen in Uganda worden onderdrukt.
14. De minister stelt zich op het standpunt dat het politieke aspect terecht in
samenhang met de problemen met de ex-partner is beoordeeld. Uit de verklaringen van
eiseres blijkt immers dat de politieke meningsverschillen een van de oorzaken vormden voor de problemen met haar ex-man. Om die reden zijn deze elementen in onderlinge samenhang beoordeeld.
15. De rechtbank komt niet toe aan een beoordeling van deze beroepsgrond. Het is eerst aan de minister om opnieuw te beoordelen of er goede redenen zijn om aan te nemen dat de vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen en of eiseres de bescherming van de Ugandese autoriteiten kan inroepen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
16. De rechtbank oordeelt dat de minister het bestreden besluit op onvoldoende zorgvuldige wijze heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
17. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag van eiseres te nemen. Ook draagt de rechtbank de minister niet op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om deze zaak af te doen. De rechtbank bepaalt daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
18. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1).
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen 1 week na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.