ECLI:NL:RBDHA:2026:24874

ECLI:NL:RBDHA:2026:24874

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL25.57096
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asiel; verweerder vindt de problemen met een guerrillagroepering ongeloofwaardig; eventueel onderzoek door Bureau Documenten naar de originele stukken kan niet maken dat de beslissing alsnog in het voordeel van eiser uitvalt; het beroep is ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. B. Temeltasch),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

Eiser heeft op 29 juli 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.

Eiser heeft op 11 februari 2026 desgevraagd een nadere reactie ingediend. Op 13 februari 2026 heeft de rechtbank verweerder om een reactie daarop verzocht. Verweerder heeft op 26 februari 2026 een reactie ingediend. Hierop heeft eiser vervolgens op 22 april 2026 gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de echtgenote van eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Als tolk was aanwezig A. Koster. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van de echtgenote van eiser (met zaaknummer NL25.57094) is gelijktijdig op zitting behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

2. Eiser heeft de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1993. Hij heeft – kort samengevat – het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser en zijn familie zijn jarenlang bedreigd door onbekende personen, die volgens eiser bij een guerrillagroepering horen. In 2021 heeft er aanval op zijn leven plaatsgevonden. Bij terugkeer vreest eiser voor de geurrilla’s.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:

Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Dat eiser problemen heeft met een guerrilla groepering vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd en hij heeft daar geen goede verklaring voor. Verweerder vindt ook dat eisers verklaringen over dit asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Tot slot heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij voor wat betreft het geloofwaardig geachte asielmotief een vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Colombia. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Verweerder heeft te weinig gewicht toegekend aan de bewijskracht van de door hem overgelegde kopieën van documenten. Daarbij komt dat hij in beroep beschikking heeft gekregen over de originele stukken. Verweerder weigert ten onrechte om deze te laten onderzoeken door Bureau Documenten. Daarnaast werpt verweerder ten onrechte tegen dat de datum die eiser heeft opgegeven van het incident, namelijk 16 juli 2021, tegenstrijdig zou zijn met de datum die is weergegeven op de aangifte, namelijk 20 augustus 2020. Immers is de datum op de aangifte een administratieve fout van de Fiscalía. Ook wordt in de verklaring van het Openbaar Ministerie van Colombia bevestigd dat de aangifte tegen de poging tot moord nog steeds actief in behandeling is. Verder sluit het medisch rapport, waarin wordt gesproken over een schotwond, aan bij de verklaringen van eiser over de aanslag op zijn leven. Uit de WhatsApp-berichten blijkt daarnaast dat er een directe en persoonlijke dreiging is. Ook de verklaring over gedwongen verplaatsing en de overlijdensakte van eisers oom, die door de guerrilla is vermoord, onderstrepen dit.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers gestelde problemen met een guerrillagroepering niet geloofwaardig zijn. Verweerder wijst er terecht op dat van de meeste van de originele documenten die eiser gedurende de beroepsprocedure heeft bemachtigd al kopieën zijn overgelegd. Verweerder heeft de inhoud daarvan in samenhang met de verklaringen van eiser en zijn echtgenote betrokken bij de beoordeling in de bestreden beschikking. Verweerder heeft kunnen concluderen dat de documenten inhoudelijk niet onderbouwen dat eiser problemen heeft gehad met een guerrillagroep. Zo heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat, nog los van de datum die op een van de aangiftes staat, een aangifte subjectieve verklaringen bevat van degene die aangifte doet. De aangifte bestaat dus niet uit feitelijke en objectieve informatie. Uit het document van het Openbaar Ministerie van Colombia blijkt niet wie er achter de gestelde moordpoging op eiser zat of wat het doel was van die poging. Ook heeft verweerder erop kunnen wijzen dat uit de medische documenten niet blijkt dat eiser is aangevallen door een guerrillagroepering of dat hij jarenlang door die groepering is bedreigd. Ook over de WhatsApp-berichten heeft verweerder kunnen stellen dat daaruit niet blijkt dat een guerrillagroepering eiser heeft bedreigd en dat zij een aanslag op eisers leven hebben gepleegd. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat een eventueel onderzoek door Bureau Documenten naar de originele stukken niet kan maken dat de beslissing alsnog in het voordeel van eiser uitvalt.

Conclusie en gevolgen

7. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag heeft mogen afwijzen als ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Dokkum

Griffier

  • mr. L.W.H. Schippers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand