ECLI:NL:RBDHA:2026:2488

ECLI:NL:RBDHA:2026:2488

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer NL26.4405
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring – zicht op uitzetting – medische omstandigheden – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.4405

V-nummer: [V-nummer 1] ,

(gemachtigde: mr. E. Schoneveld),

en

(gemachtigde: mr. H. Toonders)

Procesverloop

Verweerder heeft op 6 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 30 januari 2026 gesloten.

De rechtbank heeft het onderzoek heropend op 5 februari 2026, waarna verweerder een verweerschrift heeft ingediend. Eiser heeft hierop gereageerd. Het onderzoek is vervolgens weer gesloten op 11 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1993 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 17 december 2025.

4. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Hij bevindt zich al bijna vier maanden in bewaring. Sinds het laatste vervolgberoep heeft enkel een vertrekgesprek plaatsgevonden en is er op 8 januari 2026 in het kader van de lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten gerappelleerd. Verweerder heeft nog geen concrete stappen ondernomen om de zaak op te schalen. Verder stelt eiser dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. Zijn lp-aanvraag loopt al langer dan twee jaar. Tot op heden hebben de Marokkaanse autoriteiten geen lp verstrekt of laten weten dat zij bereid zijn om binnen afzienbare tijd wel een lp aan eiser te verstrekken. Eiser is nooit gepresenteerd of uitgenodigd voor een presentatie. Tot slot stelt eiser dat er geen juiste belangenafweging heeft plaatsgevonden. Verweerder houdt geen rekening met zijn steeds zwaarder wegende belangen. Hij heeft al gewezen op zijn medische omstandigheden en heeft verzocht om een meldplicht. Zijn identiteit en nationaliteit staan al vast, nu hij jaren met een geldige verblijfsvergunning in Nederland heeft gewoond. Ook heeft hij een vast verblijfadres bij zijn moeder. Zijn medische situatie is van eminent belang. Eiser heeft daartoe zijn medisch dossier overgelegd, waaruit blijkt dat er een reconstructieve operatie gepland staat. De omstandigheden in bewaring hebben effect op zijn medische klachten en eiser krijgt niet de medicatie die hij voorheen altijd gebruikte. Zijn mentale klachten nemen daardoor ook toe.

5. Als een beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond is verklaard, kan de rechtbank in een vervolgberoep tegen het voortduren van de maatregel zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Gelet op de inhoud van het digitale dossier acht de rechtbank zich in dit geval voldoende voorgelicht om zonder zitting uitspraak te kunnen doen. De rechtbank ziet daarom geen reden voor een mondelinge behandeling van het vervolgberoep.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder vooralsnog voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser door in de te beoordelen periode een vertrekgesprek met eiser te voeren en schriftelijk te rappelleren over de lp-aanvraag. Ook ziet de rechtbank vooralsnog geen aanleiding voor het oordeel dat zicht op uitzetting is komen te vervallen. In de voorgaande beroepsprocedure tegen de maatregel is duidelijk geworden dat er enige tijd twee lp-aanvragen naast elkaar hebben gelopen. Op 30 oktober 2024 was immers al een lp-aanvraag ingediend voor eiser onder een ander V-nummer. Op 20 oktober 2025, niet lang na de huidige inbewaringstelling, is nogmaals een lp-aanvraag ingediend. Deze lp-aanvragen zijn inmiddels samengevoegd. Hoewel er dus al een zeer geruime tijd een lp-aanvraag loopt, komt naar het oordeel van de rechtbank in dat verband met name betekenis toe aan het gedeelte daarvan waarin eiser als gevolg van de huidige inbewaringstelling zijn vrijheid is ontnomen. In het algemeen bestaat er zicht op uitzetting naar Marokko. Er zijn door eiser geen concrete aanknopingspunten aangereikt die erop wijzen dat het lp-traject op niets zal uitlopen en dat er voor hem uiteindelijk geen lp zal worden afgegeven.

7. Niet is betwist dat de gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, waaruit een risico op onttrekking aan het toezicht blijkt, nog altijd van toepassing zijn. Het verblijfadres bij zijn moeder en de medische omstandigheden zijn ook meegenomen in de beoordeling van de voorgaande beroepen tegen de maatregel van bewaring. De update van eisers gezondheidstoestand aan de hand van zijn medisch dossier geeft geen aanleiding om anders te oordelen dan al is gedaan. Eiser dient zich te wenden tot de medische dienst in het detentiecentrum, ook voor zijn zorgen over de littekens op zijn buik. Uit het feit dat inmiddels een operatie gepland staat in maart 2026 valt eveneens af te leiden dat eiser niet verstoken blijft van medische zorg en dat specialistische medische zorg wordt gefaciliteerd wanneer dit nodig blijkt. Verweerder heeft dan ook kunnen concluderen dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, aanleiding hadden moeten geven om eisers belang zwaarder te laten wegen en de bewaring op te heffen.

8. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 11 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J. Schouw

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?