ECLI:NL:RBDHA:2026:24905

ECLI:NL:RBDHA:2026:24905

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL25.49194
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor ook geen goede verklaring heeft. De minister heeft eisers deelname aan de protesten en de daardoor ontstane problemen ongeloofwaardig mogen vinden. Eisers verklaringen hierover vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loop op ernstige schade bij terugkeer en is er geen sprake van een 15c situatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.49194

(gemachtigde: mr. A.C.J. Letmaath),

en

(gemachtigde: mr. N.L. Schoonbrood).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor ook geen goede verklaring heeft. De minister heeft eisers deelname aan de protesten in [plaats] en de daardoor ontstane problemen ongeloofwaardig mogen vinden. Eisers verklaringen hierover vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loop op ernstige schade bij terugkeer en is er geen sprake van een 15c situatie. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Libische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2001. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Shamoun als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser voert aan dat hij niet terug kan naar Libië omdat hij vreest voor de Haftar-groepering. Eiser heeft namelijk meegedaan aan protesten in [plaats] waar duizenden mensen aan meededen naar aanleiding van de overstroming van 11 september 2023. Hierdoor heeft eiser ook problemen ondervonden met de Haftar-groepering.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. Dat eiser deel heeft genomen aan de protesten in [plaats] en daardoor problemen heeft ondervonden vindt de minister echter niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn asielaanvraag niet voldoende onderbouwd met objectieve documenten. Daarom heeft de minister een geloofwaardigheidsbeoordeling gedaan. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw. Eiser heeft namelijk vaag verklaard over de volgende aspecten:

Daarnaast heeft eiser ongerijmd verklaard over dat hij werd herkend tijdens het protest. De minister stelt verder dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade en dat er geen sprake is van een 15c situatie. De minister heeft daarom de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid van de Vw.

Het oordeel van de rechtbank

Documenten

5. Eiser voert aan dat hij zijn asielrelaas voldoende heeft onderbouwd met objectieve documenten. Eiser heeft kleurenfoto’s opgestuurd. Daaruit moet blijken dat eiser in het ziekenhuis is geweest. Vlak voor de zitting heeft eiser nog een aanvullend stuk opgestuurd. Hieruit blijkt dat hij daadwerkelijk opgenomen is geweest in het ziekenhuis en waarvoor hij geopereerd is. Daarnaast heeft eiser opnames gemaakt tijdens de protesten in [plaats] , maar zijn deze verloren gegaan. Eisers telefoon is namelijk in Kroatië afgepakt door de grenspolitie.

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiser mag tegenwerpen dat hij geen documenten heeft overgelegd over de demonstraties in [plaats] . Eiser heeft in de zienswijze gesteld dat hij geen foto’s had van de protesten omdat dit gevaarlijk zou zijn. Later komt eiser hierop terug en stelt hij dat hij wel opnames heeft gemaakt tijdens de demonstratie maar dat deze verloren zijn gegaan omdat zijn telefoon is afgepakt door de grenspolitie. Aangezien eiser wel foto’s heeft overgelegd van zijn opname in het ziekenhuis, is het niet aannemelijk dat al zijn foto’s uit die periode op de afgepakte telefoon stonden. Dit is ook niet weersproken door eiser. Uiteindelijk heeft eiser nog wel een brief van het ziekenhuis overgelegd. Hieruit blijkt dat eiser aangereden is en daardoor ook gewond geraakt is. Dit neemt de minister dan ook aan en stelt dat het aannemelijk is dat eiser naar aanleiding van een ongeluk in het ziekenhuis heeft gelegen. Wat echter niet volgt uit deze brief is wat de aanleiding was van het ongeluk. Dat is niet af te leiden uit dat bewijsmiddel. De minister hoeft hier daarom ook niet zoveel waarde aan te hechten.

Geloofwaardigheidsbeoordeling

7. Eiser voert aan dat hij voldoende samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Het is niet vreemd dat er weinig informatie bekend is over het protest, er zijn namelijk weinig journalisten in Libië. Daar komt bij dat eiser uitvoerig heeft verteld over de organisatie van het protest. Dat eiser de autoband met slechts een aansteker heeft aangestoken moet een vertaalfout zijn. Eiser heeft deze namelijk met behulp van benzine aangestoken. Eisers verklaringen over dat hij werd herkend tijdens het protest zijn daarenboven niet ongerijmd. Eisers gezicht was bedekt, maar er waren momenten dat zijn gezicht even niet afgedekt was. Bekenden kunnen hem verder ook herkennen aan zijn stem en zijn postuur. Eiser heeft ook geen vage verklaringen afgelegd. Hij heeft juist duidelijk verklaard over de ruzie met het gewapende Haftar-lid naar aanleiding van het protest, het onderduiken en dat hij verraden is door een buurtgenoot.

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister mocht concluderen dat de verklaringen van eiser onsamenhangend en niet aannemelijk zijn. De minister heeft eisers deelname aan de protesten in [plaats] en de daardoor ontstane problemen daarom ongeloofwaardig mogen achten. Eiser heeft namelijk helemaal geen documenten overgelegd die zijn verklaringen ondersteunen. Eiser heeft daar ook geen goede verklaring voor. Daar komt bij dat eisers verklaringen verder vaag en ongerijmd zijn. Eiser heeft vaag verklaard over het aansteken van een autoband. De stelling van eiser dat het hier moet gaan om een vertaalfout, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Over dit specifieke onderwerp is tijdens het nader gehoor immers goed doorgevraagd. Op pagina 19 van het nader gehoor is het volgende te lezen: “Hoe stak u ze aan? Met een aansteker. Alleen met een aansteker, en zonder benzine? Ja, met benzine gaat het sneller maar het is niet nodig.”. Daar komt bij dat eisers uitleg dat er sprake geweest moet zijn van een vertaalfout niet eerder dan in beroep naar voren is gebracht door eiser. Verder is deze verklaring ook niet onderbouwd, daarom mag de minister dit onaannemelijk vinden.

Daarnaast mag de minister van eiser verwachten dat hij een gedetailleerdere verklaring af kan leggen over de (organisatie van de) protesten. Hij heeft immers verklaard dat hij een speciale rol had bij de protesten. De protesten zouden wekenlang geduurd hebben, maar hier is geen enkel nieuwsbericht over te vinden. Gelet op de schaal van de protesten en de verklaringen van eiser hierover mag de minister dit vaag en ongeloofwaardig vinden. Ten slotte zijn de verklaringen over dat eiser werd herkend tijdens de protesten ingewikkeld. Eiser heeft namelijk eerst verklaard dat hij bewust maatregelen heeft genomen om onherkenbaar te zijn. Daarna verklaard eiser dat hij vermoedt dat hij door iemand uit de buurt herkend is omdat hij op een gegeven moment zijn gezicht net niet had bedekt en hij iets gezegd zou hebben. Deze verklaringen zijn niet erg overtuigend en dat eiser vermoedt herkend te zijn door iemand is onvoldoende om ervan uit te gaan dat hij daadwerkelijk herkend is. De minister mag dit daarom vaag en ongerijmd vinden.

De rechtbank overweegt verder dat eiser ook vaag heeft verklaard over de ruzie met een Haftar-lid. Eiser heeft verklaard dat hij werd herkend door het Haftar-lid en door hem is geslagen. De broer van eiser was hierbij betrokken en heeft toen het Haftar-lid in zijn gezicht geslagen. Daarna is het Haftar-lid begonnen met schieten. Volgens eiser was het Haftar-lid op dat moment onder de invloed van drugs. Eiser en zijn broer zijn niet geraakt en hebben kunnen ontsnappen door een gebouw in te vluchten. De rechtbank begrijpt dat de minister vraagtekens zet bij deze verklaringen. Deze verklaringen geven onvoldoende uitleg over waarom de broer van eiser een gewapende man te lijf gaat en het vervolgens lukt om ongeschonden weg te komen. De verklaringen van eiser over het daaropvolgende ongeluk met dit Haftar-lid mag de minister, naar het oordeel van de rechtbank, ook vaag en ongerijmd vinden. Eisers verklaringen over hoe hij is ontsnapt aan het ongeluk zijn vaag. Daar komt bij dat het bevreemdend is dat er volgens eiser precies op dat moment een politieauto aan komt rijden, eiser daardoor te voet heeft kunnen ontsnappen en dat eisers zusje en moeder achterbleven bij het Haftar-lid, maar dat hij hen niets heeft aangedaan. Daarnaast volgt de rechtbank de minister in zijn standpunt dat eiser vaag heeft verklaard over het onderduiken naar aanleiding van het protest. Eiser is, terwijl hij stelt te zijn beschoten, geslagen en problemen te hebben ondervonden vanwege de protesten, naar een speelhal gegaan en heeft zich bewust in het openbaar vertoond. Het is niet voor de hand liggend dat eiser zich in een drukke omgeving heeft begeven, terwijl hij stelt dat hij ondergedoken was.

Tijdens de zitting heeft de minister zijn standpunt ten aanzien van de vage verklaringen over het verraad door een buurtgenoot ingetrokken. Dit behoeft dan ook geen verdere bespreking.

De rechtbank volgt ten slotte de onderbouwing van de minister voor wat betreft eisers vage verklaringen over de registratie door de autoriteiten naar aanleiding van het protest. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het niet ten onrechte ongeloofwaardig mogen vinden dat eiser staat geregistreerd vanwege zijn deelname aan de protesten. Eiser is namelijk legaal uitgereisd. Weliswaar met een valse uitreistoestemming, maar hij heeft het land wel legaal verlaten. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat indien eiser was geregistreerd, hij niet legaal het land had kunnen verlaten. Daar komt bij dat eiser slechts vermoed te zijn geregistreerd. Omdat eiser Libië legaal is uitgereisd, is het niet aannemelijk dat hij in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat en dat hij wordt gezocht. Eiser heeft geen overtuigende argumenten gegeven om dit te ontzenuwen.

15c situatie

9. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer naar Libië een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn en artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens eiser volgt uit het algemeen ambtsbericht Libië van juli 2025 en andere openbare bronnen dat terugkeer erg gevaarlijk is en kan zijn. De minister kan eiser niet dwingen om terug te keren totdat de veiligheids- en mensenrechtensituatie aanzienlijk is verbeterd.

10. De rechtbank overweegt dat het Algemeen Ambtsbericht Libië 2025 geen aanleiding geeft om aan te nemen dat sprake is van een uitzonderlijke situatie waarbij de mate van willekeurig geweld in [plaats] zo hoog is dat een vreemdeling alleen door zijn aanwezigheid een reëel risico loopt op een ernstige en individuele bedreiging van zijn leven of persoon. Eiser heeft geen informatie overgelegd op grond waarvan anders geoordeeld zou moeten worden. Op grond van het landenbeleid van de minister gaat de rechtbank ervan uit dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië en [plaats] . Daarom moet eiser aannemelijk maken dat er individuele omstandigheden zijn die maken dat hij persoonlijk bij terugkeer moet vrezen voor een zekere mate van willekeurig geweld.

De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij, ondanks de mate van willekeurig geweld in [plaats] , wegens zijn individuele persoonlijke omstandigheden het risico zou lopen om specifiek te worden geraakt door willekeurig geweld. De verklaringen van eiser over zijn deelname aan de protesten in [plaats] en de daardoor ontstane problemen zijn niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht en kunnen daarom niet als een bijzondere omstandigheid aangemerkt worden. Eiser heeft verder geen andere individuele omstandigheden aangevoerd die bij deze beoordeling betrokken zouden kunnen worden. Gelet op de mate van willekeurig geweld en dat eiser geen individuele omstandigheden heeft aangevoerd die bijdragen aan het risico om bij terugkeer slachtoffer te worden van willekeurig geweld, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatierichtlijn.

Artikel 3 van het EVRM

11. Eiser voert verder aan dat het gevaarlijk voor hem is om terug te keren naar Libië omdat hij lange tijd in het westen heeft verbleven en omdat hij geen paspoort meer heeft. Ook is hij uitgereisd met een valse uitreistoestemming. Volgens eiser wordt dit door de autoriteiten gezien als een illegale uitreis. Dat is een strafbaar feit waar hij voor vervolgd zal worden. Bovendien zal eiser, als hij met een laissez-passer terugkeert, worden onderworpen aan langdurige ondervragingen op de luchthaven, arrestatie, detentie, een oneerlijk proces, marteling of buitengerechtelijke executie. Dit volgt uit het Algemeen Ambtsbericht Libië 2025. Als eiser moet terugkeren zou dat dus in strijd zijn met artikel 3 van het EVRM.

12. De rechtbank is van oordeel dat het ambtsbericht geen aanleiding geeft om aan te nemen dat iedereen die terugkeert naar Libië vanuit het westen, zal worden onderworpen aan een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Uit het ambtsbericht volgt enkel dat er weinig informatie beschikbaar is over mogelijke terugkeer naar Libië. De weergegeven informatie heeft daarnaast met name betrekking op illegaal in- en uitreizen en gedwongen terugkeer. Eiser heeft verklaard dat hij Libië heeft verlaten met zijn eigen paspoort en een valse uitreistoestemming. De stelling van eiser dat een valse uitreistoestemming wordt gezien als een illegale uitreis, is onvoldoende om aannemelijk te maken dat eiser door de autoriteiten ook geregistreerd is als “illegaal uitgereisd”. Daarnaast heeft eiser geen onderbouwing gegeven waarom hij een groter risico loopt bij terugkeer als hij een dat doet met een laissez-passer. Dat er een groter risico zou zijn, volgt namelijk niet uit het algemeen ambtsbericht. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning krijgt en Nederland zal moeten verlaten. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Catsburg

Griffier

  • mr. E.S. Dorsman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand