ECLI:NL:RBDHA:2026:24907

ECLI:NL:RBDHA:2026:24907

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL24.42530
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Asiel, Afghanistan. Tussenuitspraak. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de werkzaamheden van eisers vader bij de politie, eisers problemen met de Taliban en de gevangenschap en het overlijden van eisers vader niet geloofwaardig zijn. Verweerder zal eiser hierover moeten horen. Ook zal verweerder eiser moeten horen over zijn gestelde afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

De zaak in het kort

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.42530

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),

en

(gemachtigde: mr. J.O. Isibor).

1. In deze tussenuitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 23 oktober 2024 (het bestreden besluit), waarbij verweerder de asielaanvraag van eiser van 30 november 2022 heeft afgewezen.

2. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Volgens eiser heeft verweerder de werkzaamheden van zijn vader bij de politie en de problemen met de Taliban ten onrechte niet geloofwaardig geacht. Eiser vindt onder andere dat niet inzichtelijk is hoe verweerder rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Eiser heeft verklaard dat zijn vader bij de politie heeft gewerkt en daarom meerdere keren is lastiggevallen door de Taliban. De Taliban wilden ook dat eiser zich, als oudste zoon, bij hen zou aansluiten. Eiser wil dit niet. Eiser stelt dat de Taliban hem zullen vermoorden als hij zich niet bij hen aansluit. Eiser vindt verder dat verweerder het overlijden van zijn moeder en zus bij de overstroming in Baghlan in mei 2024 en de gevangenschap van en de moord op zijn vader door de Taliban niet lang daarna als aanvullende asielmotieven had moeten aanmerken. Eiser heeft er ook op gewezen dat het slecht gaat met zijn psychische gezondheid als gevolg van het overlijden van zijn ouders en zus en dat hij zich grote zorgen maakt over zijn broertjes. Eiser zal in Afghanistan geen opvangnetwerk hebben. Eiser stelt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico op ernstige schade loopt, ook omdat hij afvallig is van de islam en is bekeerd tot het christendom.

3. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de werkzaamheden van eisers vader bij de politie niet geloofwaardig zijn. Ook heeft verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eisers problemen met de Taliban niet geloofwaardig zijn. Verweerder heeft verder onvoldoende gemotiveerd dat de gevangenschap en het overlijden van eisers vader niet geloofwaardig zijn. Verweerder zal eiser hierover moeten horen als verweerder bij dit standpunt wil blijven, ook omdat dit overlijden volgens eiser heeft plaatsgevonden nadat hij is gehoord. Ook zal verweerder eiser moeten horen over zijn gestelde afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom als verweerder overweegt eisers asielaanvraag opnieuw af te wijzen. De rechtbank doet daarom een tussenuitspraak.

Het verloop van de procedure

4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen.

Verweerder vindt dat eiser moet terugkeren naar Afghanistan.

5. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Op 28 november 2024 en 13 juni 2025 heeft hij beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op 30 april 2026 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft hier diezelfde dag op gereageerd.

6. Op 1 juni 2026 heeft het Bureau Medische Advisering (BMA) medisch advies uitgebracht over eiser. Eiser heeft hier op 14 en 20 juli 2026 reacties op ingediend.

7. De rechtbank heeft het beroep op 5 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. F.J. Hoppenbrouwer als waarnemer van eisers gemachtigde, K. Wali als tolk en de gemachtigde van verweerder.

De beoordeling van het beroep

Afvalligheid en bekering

8. Eiser is geboren op [geboortedag] 2006 en heeft de Afghaanse nationaliteit.

Werkzaamheden vader bij de politie en de negatieve belangstelling als gevolg daarvan

9. Eiser heeft verklaard dat zijn vader voor de Afghaanse politie heeft gewerkt. Zijn vader werkte ’s nachts als bewaker en patrouilleerde in de omgeving van het politiebureau. Eiser heeft verklaard dat zijn vader stiekem werkte, dat hij niet weet of zijn vader een uniform had en dat zijn vader zijn uniform nooit mee naar huis bracht. Verweerder vindt eisers verklaringen over de werkzaamheden van zijn vader summier. Zo heeft eiser niet kunnen benoemen hoe lang zijn vader voor de politie heeft gewerkt, welke werkzaamheden zijn vader precies heeft verricht, wanneer zijn vader is gestopt met zijn werk voor de politie en of zijn vader voor of bij de politie heeft gewerkt. Eiser heeft echter toegelicht dat hij negen jaar oud was toen zijn vader stopte met het werken voor de politie. Ook heeft hij verklaard dat zijn vader in het geheim voor de politie werkte en probeerde dit niet bekend te laten worden, uit angst voor de Taliban. Verweerder merkt weliswaar terecht op dat eiser tijdens het gehoor vragen zijn gesteld en dat eiser in de gelegenheid is gesteld te verklaren over het werk van zijn vader, maar omdat eiser pas negen jaar oud was toen zijn vader stopte met werken bij de politie en omdat zijn vader probeerde dit werk geheim te houden, wat impliceert dat eiser daar mogelijk maar weinig over te horen en te zien kreeg, heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser op dit punt tekortschieten en eiser hier meer over zou moeten kunnen verklaren.

10. De rechtbank vindt verder dat verweerder eiser ten onrechte tegenwerpt dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het werk van zijn vader. Eiser heeft tijdens het aanmeldgehoor (blz. 5) verklaard dat zijn vader op het land werkte en gewassen verbouwde, terwijl hij tijdens het nader gehoor (blz. 10) heeft verklaard dat zijn vader (stiekem) voor de Afghaanse politie werkte. Eiser heeft er echter terecht op gewezen dat hem tijdens het aanmeldgehoor is gevraagd of zijn ouders ooit hebben gewerkt. Eiser heeft toegelicht dat hij hierop heeft verklaard wat zijn ouders op dat moment deden, namelijk dat zij (op dat moment) geen baan hadden en dat zijn vader daarvoor als laatste op het land heeft gewerkt en zijn moeder thuis. Eiser wijst er terecht op dat in het aanmeldgehoor niet is gevraagd naar alle banen die zijn ouders ooit hebben gehad. Tegen deze achtergrond heeft verweerder eisers latere verklaringen dat zijn vader (stiekem) voor de Afghaanse politie werkte ten onrechte als tegenstrijdig aangemerkt.

11. Verweerder vindt het verder niet aannemelijk dat de Taliban op de hoogte waren van de werkzaamheden van eisers vader en dat het lastigvallen van eisers vader hiermee verband houdt. Verweerder betrekt daarbij dat eiser heeft verklaard dat zijn vader stiekem voor de overheid heeft gewerkt, dat hij zijn werk geheim probeerde te houden voor de buitenwereld en dat eiser heeft verklaard dat hij zijn vader nooit in een politie-uniform heeft gezien. Eiser heeft echter te kennen gegeven dat zijn vader is gestopt met zijn werkzaamheden vanwege bedreigingen van de Taliban en dat zijn vader zijn oudste zoon (eiser) moest afstaan aan de Taliban, wat eisers vader niet wilde. Er waren volgens eiser dus meerdere redenen waarom zijn vader in de negatieve belangstelling stond van de Taliban. Eiser heeft ook gewezen op het Algemeen Ambtsbericht (AA) Afghanistan van juni 2023 (blz. 43), waarin staat dat er bij de machtsovername door de Taliban databases zijn achtergelaten met gegevens van Afghaanse burgers. Ook in het AA Afghanistan van december 2025 (blz. 70-73) en in de door eiser overgelegde informatie van VluchtelingenWwerk Nederland wordt genoemd dat het de Taliban – dankzij hun uitgebreide lokale netwerken – ook in kleinere dorpen lukte om voormalig ambtenaren op te sporen. In dit licht bezien heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat het niet aannemelijk is dat eisers vader in de negatieve belangstelling van de Taliban stond en dat zij naar hem op zoek waren.

12. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat het werk van eisers vader bij politie en de negatieve belangstelling als gevolg daarvan niet geloofwaardig zijn.

Eisers problemen met de Taliban

13. De rechtbank stelt vast dat verweerder de tegenwerping (in het voornemen) dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het moment waarop hij zelf is benaderd door de Taliban in het bestreden besluit heeft laten vallen. De rechtbank zal dit daarom niet bespreken.

14. Verweerder werpt eiser wel tegen dat hij summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn problemen met de Taliban. Eiser heeft tijdens het nader gehoor (blz. 9) bijvoorbeeld verklaard dat zijn vader meerdere keren is benaderd door de Taliban, maar hij heeft niet kunnen aangeven hoe vaak dit is geweest. Verder heeft eiser tijdens het nader gehoor (blz. 15) verklaard dat hij van zijn vader heeft vernomen dat de Taliban op zoek zijn naar eiser en dat de Taliban eisers vader een paar keer zouden hebben benaderd, maar dat dit niet aan eiser werd verteld. Eiser werd alleen van de laatste keer door zijn vader op de hoogte gesteld, maar eiser heeft niet duidelijk kunnen maken wat er bij die laatste benadering precies is gebeurd. Eiser heeft echter ook te kennen gegeven dat hij niet veel wist. Dat acht de rechtbank niet zonder meer onaannemelijk. Net als bij de werkzaamheden van eisers vader voor de politie is het immers mogelijk dat eisers ouders hem om veiligheidsredenen of om eiser niet ongerust te maken niet veel aan hem vertelden over de belangstelling van de Taliban voor eiser. In dit licht bezien is deze tegenwerping van verweerder onvoldoende gemotiveerd.

14. Verweerder werpt eiser verder tegen dat zijn verklaringen over de Taliban niet overeenkomen met landeninformatie. Eisers vader zou meerdere keren door de Taliban zijn benaderd, omdat zij de ‘oudste zoon’ moesten hebben, en zou deze verzoeken steeds hebben afgewezen. Volgens verweerder duidt dit erop dat de Taliban geduldig waren, terwijl dit beeld niet overeenkomt met het beeld dat in algemene landeninformatie wordt geschetst. Uit diezelfde landeninformatie volgt echter ook het beeld dat de Taliban willekeurig te werk gaan en dat hun werkwijze verschilt naar tijd en plaats, zoals eiser terecht heeft opgemerkt. De rechtbank kan verweerder daarom niet volgen in deze tegenwerping.

15. Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eisers problemen met de Taliban niet geloofwaardig zijn.

Gevangenschap en overlijden vader

16. Eiser heeft in zijn zienswijze te kennen gegeven dat hij in augustus 2024 heeft vernomen dat zijn vader is overleden. Eiser is gebeld door een oom. Deze oom heeft verteld dat eisers vader en zijn broertjes na de overstroming bij hem zijn komen wonen, dat het dorpshoofd dit aan de Taliban heeft doorgegeven, dat de Taliban zijn langsgekomen en eisers vader wapens, geld en zijn oudste zoon (eiser) moest afstaan, als compensatie van de werkzaamheden die eisers vader heeft verricht voor de politie. Eisers vader kon dit niet en is meegenomen door de Taliban. Hij is vijftien dagen vastgehouden en gemarteld en is hierdoor komen te overlijden. Het lichaam van eisers vader is aan de oom overgedragen. Eiser heeft in de zienswijze verklaard dat het op dat moment niet mogelijk was om aan bewijs van het overlijden te komen. Er is niet standaard internet of een verbinding op de plek waar eisers oom woont en hij kan zijn oom en broertjes daarom niet bereiken. Later zijn eisers broers gevlucht en hij weet niet waar zij nu zijn. Eiser heeft in de zienswijze aangegeven dat hij na het telefoontje met zijn oom geen familieleden meer heeft gesproken. Eiser heeft in de zienswijze gevraagd rekening te houden met deze nieuwe feiten en omstandigheden. Volgens eiser past dit bij hoe de Taliban handelen en zijn dit consequenties van het niet meewerken aan rekrutering.

17. Verweerder heeft het overlijden van eisers vader in het bestreden besluit niet geloofwaardig geacht. Verweerder werpt eiser in dit kader, kort gezegd, tegen dat eiser geen documenten heeft overgelegd die het overlijden van zijn vader onderbouwen en dat eiser hier weinig details over heeft gegeven. Verder is volgens verweerder niet in te zien dat eiser niet in contact kan komen met zijn oom om aan meer informatie te komen. Ten aanzien van de tegenwerping van verweerder dat niet duidelijk is op welke datum eisers vader is meegenomen, eiser niet heeft toegelicht wanneer hij contact had met zijn oom en op welk moment tijdens de gebeurtenissen eisers oom eiser heeft ingelicht, merkt de rechtbank op dat in het advies van MediFirst van 5 maart 2023 staat dat eiser moeite heeft met het benoemen en herinneren van exacte data. Dit kan eiser daarom naar het oordeel van de rechtbank niet worden tegengeworpen. Los daarvan had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van verweerder gelegen om eiser over de gestelde dood van zijn vader te horen als hij twijfelde aan de geloofwaardigheid van deze gebeurtenis. Daarbij betrekt de rechtbank dat de gestelde dood van eisers vader in het verlengde ligt van eisers eerdere verklaringen over de problemen van zijn vader met de Taliban. Nu verweerder dit niet heeft gedaan, is het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

18. Eiser heeft in zijn reactie op het verweerschrift van 30 april 2026 te kennen gegeven dat hij zich van de islam heeft afgekeerd en dus afvallig is, dat hij zich aan het verdiepen is in het christendom en dat hij wekelijks naar de kerk gaat. Eiser heeft verweerder verzocht hem daarover te horen. In een latere toelichting van 20 juli 2026 heeft eiser te kennen gegeven dat hij zich sinds eind 2025/begin 2026 (na het overlijden van zijn vader, moeder en zus) is gaan afvragen wat de islam voor hem betekent. Eiser is op 2 augustus 2026 gedoopt en stelt dat hij is bekeerd tot het christendom.

19. De gestelde afvalligheid en bekering van eiser zijn niet aan de orde gekomen tijdens de gehoren en in het bestreden besluit. Dat is logisch verklaarbaar, omdat dit volgens eiser pas sinds eind 2025/begin 2026 speelt. Eiser wil in de onderhavige procedure over zijn afvalligheid en bekering worden gehoord door verweerder.

20. Op grond van artikel 83, eerste lid, aanhef en onder a en derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) houdt de rechtbank bij de beoordeling van het beroep in asielzaken rekening met feiten en omstandigheden die na het bestreden besluit zijn aangevoerd, voor zover de goede procesorde zich daartegen niet verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

21. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het nieuwe asielmotief niet betrokken moet worden bij de beoordeling van het beroep. Artikel 83 van de Vw verzet zich er niet tegen om dit asielmotief bij de beoordeling te betrekken en dat zal naar valt aan te nemen minder tijd kosten dan het voeren van een nieuwe asielprocedure, zeker omdat verweerder eiser ook zal moeten horen over het overlijden van zijn vader als hij overweegt eisers asielaanvraag opnieuw af te wijzen.

Conclusie

22. Verweerder zal eiser moeten horen over het overlijden van zijn vader en eisers afvalligheid en bekering als hij overweegt eisers asielaanvraag opnieuw af te wijzen. Het ligt in de rede dat verweerder eiser tijdens dat gehoor ook vraagt wat hij verder nog naar voren wil brengen. Vervolgens moet verweerder een aanvullend besluit nemen en daarin alle relevante omstandigheden in samenhang beoordelen. Uit een oogpunt van finale geschilbeslechting en omdat eiser ter zitting heeft verklaard daar de voorkeur aan te geven en verweerder geen voorkeur heeft uitgesproken, zal de rechtbank een tussenuitspraak doen.

23. Omdat een aanvullend besluit naar verwachting een aantal maanden op zich zal laten wachten en er in die periode het nodige kan gebeuren, zal de rechtbank eisers betoog dat hij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico loopt op ernstige schade en zijn beroep op artikel 64 van de Vw om redenen van proceseconomie nu niet inhoudelijk beoordelen. Ook eisers betoog over opvangmogelijkheden in Afghanistan zal de rechtbank nu niet beoordelen. Overigens stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat het aannemelijk geachte overlijden van eisers moeder en zus door een overstroming, hoe verdrietig voor eiser ook, niet kan leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel.

Het vervolg van de procedure

24. Verweerder wordt verzocht binnen twee weken (uiterlijk op 8 september 2026) schriftelijk kenbaar te maken of hij gebruik wil maken van de gelegenheid om een aanvullend besluit te nemen.

25. Als verweerder gebruik maakt van de gelegenheid om een aanvullend besluit te nemen, verzoekt de rechtbank partijen te handelen zoals hieronder vermeld.

26. Mocht op enig moment een termijn niet gehaald worden, dan vragen partijen om uitstel via het digitale dossier. Als uitstel wordt verleend, schuiven de genoemde data op. Als een partij sneller handelt dan vermeld in overweging 24 of 25, blijft de lengte van de termijn voor de volgende stap gelijk. Als het aanvullend gehoor bijvoorbeeld plaatsvindt op 13 oktober 2026, wordt de uiterste datum voor toezending van het rapport van dat gehoor 20 oktober 2026. Van partijen wordt verwacht dat zij alle nieuwe processtukken meteen toevoegen aan het digitale dossier.

27. De rechtbank geeft mee dat verweerder, als hij voornemens is bij de afwijzing van de asielaanvraag te blijven, in het voornemen in ieder geval moet ingaan op de punten waarop de rechtbank het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd heeft geacht, op de verklaringen van eiser over het overlijden van zijn vader en zijn afvalligheid en bekering. Als er andere relevante ontwikkelingen zijn, bijvoorbeeld als er iets bekend wordt over de broers van eiser of als de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan verandert, ligt het voor de hand dat verweerder die ook meeneemt.

28. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden. Dit betekent dat zij ook over de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek;

- verzoekt verweerder om binnen twee weken schriftelijk mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om een aanvullend besluit te nemen;

- verzoekt partijen om, als verweerder van deze gelegenheid gebruik maakt, te handelen zoals vermeld in overweging 25 tot en met 27;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Roozeboom, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Velzen

Griffier

  • mr. W. Roozeboom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand