ECLI:NL:RBDHA:2026:24910

ECLI:NL:RBDHA:2026:24910

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL26.39959
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

AMBV Roemenië – beroep gegrond – pkv,

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.39959

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] ,

V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer] , eisers,

(gemachtigde: mr. L.I. Siers), en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.M. Sánchez Rhemrev).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het niet in behandeling nemen van hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

De minister heeft de aanvragen eerder al, namelijk op 3 april 2026, niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de aanvragen.

De rechtbank heeft het beroep tegen die besluiten op 7 mei 2026 gegrond verklaard1. De rechtbank heeft de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van haar uitspraak.

De minister is met de bestreden besluiten van 10 juli 2026 gebleven bij het besluit om de aanvragen niet in behandeling te nemen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de aanvragen.

De rechtbank heeft het beroep tegen de bestreden besluiten op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de waarnemer van de gemachtigde van eisers mr. F. van Bussel, E. Taskin als tolk en de gemachtigde van de minister.

1 NL26.19082 en NL26.19087

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Dit staat in de Dublinverordening (Dvo), welke tot 12 juni 2026 van kracht was. Op grond van de Dvo neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.2 In dit geval heeft Nederland bij Roemenië een verzoek om overname van eisers gedaan. Roemenië heeft de verzoeken aanvaard.

5. Op 12 juni 2026 is de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV) in werking getreden. Artikel 83, eerste volzin, van de AMBV bepaalt dat de Dublinverordening op 12 juni 2026 wordt ingetrokken. De rechtbank bespreekt daarom als eerste welk recht in deze zaak van toepassing is.

6. Artikel 84, tweede lid, van de AMBV bepaalt dat de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een vóór 12 juni 2026 ingediend verzoek om internationale bescherming wordt bepaald volgens de in de Dvo vastgelegde

criteria. De verzoeken van eisers om internationale bescherming zijn vóór 12 juni 2026 ingediend. Dat betekent dat de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is, op grond van het overgangsrecht, wordt bepaald volgens de in de Dvo vastgelegde criteria. Op grond van de Dvo neemt Nederland een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

7. De bestreden besluiten gaan ook over de toepassing van de discretionaire bevoegdheid van de minister, op grond van artikel 35 van de AMBV. Dit artikel heeft directe werking sinds 12 juni 2026. Uit artikel 84, tweede lid, van de AMBV volgt namelijk niet dat het overgangsrecht ook op artikel 35 van de AMBV van toepassing is.

Discretionaire bevoegdheid

8. Eisers voeren aan dat de minister niet heeft voldaan aan de opdracht van de rechtbank in de uitspraak van 7 mei 2026, ten aanzien van de toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dvo (discretionaire bevoegdheid). Dat nu in artikel 43 van de AMBV is bepaald dat in beroep niet kan worden geklaagd over de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de AMBV (discretionaire bevoegdheid) is volgens eisers niet relevant. Doordat de minister niet in hoger beroep is gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 mei 2026, heeft de uitspraak gezag van gewijsde. De minister dient daarom nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister heeft in de bestreden besluiten alleen overwogen dat de verblijfsduur in Nederland ten opzichte van die in Roemenië geen

2 Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

proceseconomische reden is voor toepassing van artikel 35, eerste lid, van de AMBV. De minister is in het geheel niet ingegaan op de omstandigheden waaronder dit verblijf in Nederland en Roemenië heeft plaatsgevonden en de disbalans tussen de verblijfsduur in beide landen. De rechtbank heeft echter in de uitspraak van 7 mei 2026 nadrukkelijk overwogen dat de minister dit wel had moeten doen. Eisers hebben ruim een jaar rechtmatig onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) in Nederland verbleven en zijn direct na de eerste mededeling dat de RTB werd afgeschaft voor derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne, teruggekeerd naar Oekraïne omdat zij niet wisten dat zij een asielaanvraag in Nederland konden indienen. Bij terugkeer naar Nederland hebben eisers in Roemenië een transit gemaakt van 5 uur met een transit visum. De minister heeft in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van gezag van gewijsde gehandeld door de opdracht van de rechtbank niet op te volgen.

9. De rechtbank overweegt dat de minister terecht het nu geldende recht aan de bestreden besluiten ten grondslag heeft gelegd. Zoals hiervoor onder ‘overgangsrecht’ al is vastgesteld, is de AMBV op 12 juni 2026 in werking getreden en is de Dvo op die datum ingetrokken. De AMBV had dus vanaf dat moment directe werking, met uitzondering van de bepalingen over welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een vóór 12 juni 2026 ingediend verzoek om internationale bescherming.3

10. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van 7 mei 2026 gezag van gewijsde heeft. In die uitspraak is de minister opgedragen om met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen nieuwe besluiten te nemen op de asielaanvragen van eisers. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de minister niet alle omstandigheden kenbaar heeft betrokken bij de besluitvorming en de afweging bij de vraag of toepassing gegeven moest worden aan artikel 17 van de Dvo. In dat artikel was de discretionaire bevoegdheid van de minister opgenomen om een asielaanvraag te behandelen, ook al is hij daartoe volgens de in de Dvo neergelegde criteria niet verplicht. Diezelfde discretionaire bevoegdheid staat nu in artikel 35, eerste lid, van de AMVB.

11. In de bestreden besluiten stelt de minister zich op het standpunt dat geen aanleiding bestaat om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 35, eerste lid, van de AMBV. De minister heeft overwogen dat hij alleen gebruik maakt van deze bevoegdheid als het voor de minister gunstiger is om de aanvragen zelf te behandelen (proceseconomische redenen)4. Dat is volgens de minister in het geval van eisers niet aan de orde. Daarom wordt geen uitzondering gemaakt op de regels van de AMBV, aldus de minister.

12. In artikel 43, eerste lid, van de AMVB staat dat de verzoeker het recht heeft tegen het overdrachtsbesluit bij een rechterlijke instantie een doeltreffend rechtsmiddel in te stellen. De draagwijdte van een dergelijk rechtsmiddel is beperkt tot een beoordeling of:

3 Zie artikel 84 van de AMVB met betrekking tot het overgangsrecht.

4 Zie Vreemdelingencirculaire (Vc) C2/3.3.6

inbreuk is gemaakt op de artikelen 25 tot en met 28 en artikel 34, in het geval van op grond van artikel 36, lid 1, punt a), overgenomen personen.

13. De rechtbank stelt vast dat de bestreden besluiten (ook) gaan over de toepassing van de discretionaire bevoegdheid in artikel 35, eerste lid, van de AMBV. In artikel 43, eerste lid, onder c, van de AMBV wordt artikel 35 van de AMVB niet genoemd. Daaruit volgt dat het beroep niet kan gaan over de vraag of de minister geen gebruik heeft hoeven maken van de discretionaire bevoegdheid om de asielaanvragen onverplicht te behandelen. Wanneer echter de rechtbank geen oordeel kan geven over de thans bestreden besluiten, als het gaat om het niet toepassen van de discretionaire bevoegdheid, zou dat betekenen dat de rechtbank niet kan toetsen of de minister op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de opdracht van de rechtbank in de uitspraak van 7 mei 2026. Dat heeft tot gevolg dat die uitspraak, die gezag van gewijsde heeft, feitelijk elke betekenis verliest doordat de rechter in een volgende procedure de uitvoering van de opdracht in de uitspraak niet meer mag toetsen. Dat verdraagt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met het beginsel van effectieve rechtsbescherming, zoals dat is neergelegd in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese unie en met het gezag van gewijsde van de uitspraak van 7 mei 2026. De rechtbank zal daarom hierna beoordelen of de minister op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de opdracht van de rechtbank in de uitspraak van 7 mei 2026.

14. De minister heeft in de bestreden besluiten, in het kader van artikel 35, eerste lid, van de AMBV, toepassing heeft gegeven aan zijn beleid5 om een asielaanvraag alleen onverplicht te behandelen, als proceseconomische redenen daartoe aanleiding geven. Volgens de minister zijn die er niet. Gelet echter op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had de minister ook moeten beoordelen of er in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat strikte toepassing van het beleid leidt tot onevenredige gevolgen. En of er aanleiding is om van het beleid af te wijken. De minister had, gelet op wat de rechtbank in de uitspraak van 7 mei 2026 heeft overwogen, een dergelijke beoordeling wel moeten maken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister niet op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de opdracht in de uitspraak van 7 mei 2026.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de bestreden overdrachtsbesluiten worden vernietigd. Wat verder nog door eisers is aangevoerd behoeft geen bespreking meer. De minister dient nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de uitspraak van 7 mei 2026.

16. Omdat het beroep gegrond is krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en (de waarnemer van de gemachtigde) aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.

5 Vc C2/3.3.6

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 augustus 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Loman

Griffier

  • mr. K.L.H. Thomas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand