ECLI:NL:RBDHA:2026:24912

ECLI:NL:RBDHA:2026:24912

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL26.47830
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep bewaring art. 59 Vw. Onderduikrisico mag worden aangenomen, verdedigingsbeginsel niet geschonden, voldoende kenbaar gemotiveerd waarom geen lichter middel kon worden toegepast. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.47830

(gemachtigde: mr. M. Taheri),

en

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 19 augustus 2026 heeft de minister aan eiser, die stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995, de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 25 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, J. Allachi als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in vreemdelingenbewaring stellen. De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. Deze vreemdeling kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien a) een onderduikrisico bestaat, of b) de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zal onderduiken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser betoogt dat de minister ten onrechte concludeert dat het risico bestaat dat hij zal onderduiken. In dat verband betwist hij bovengenoemde gronden van de maatregel.

De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond niet slaagt. Eiser is zonder een geldig reisdocument naar Nederland gereisd en beweegt zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie, hij heeft niet voldaan aan de bij besluit van 13 augustus 2024 opgelegde verplichting tot vertrek en hij heeft verklaard niet te willen terugkeren naar Marokko. Ook werkt niet hij niet mee aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit. De minister heeft de gronden a, b, c en h dus kunnen tegenwerpen en hij heeft deze gronden ook voorzien van de vereiste toelichting. Deze vier gronden, in onderlinge samenhang bezien, zijn voldoende om aan te nemen dat het risico bestaat dat eiser zal onderduiken. Wat eiser heeft aangevoerd tegen de overige gronden van de maatregel hoeft daarom niet te worden besproken.

5. Eiser betoogt verder dat sprake is van een schending van het verdedigingsbeginsel, omdat hem niet voldoende duidelijk is gemaakt dat het aan hem was om eventueel bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot zijn persoonlijke belangen aan te voeren die tot het oordeel hadden kunnen leiden dat in zijn geval met toepassing van een lichter middel moet worden volstaan. Volgens eiser is ten gevolge daarvan ook de motivering ten aanzien van het lichtere middel in de maatregel ontoereikend.

Voor het beantwoorden van de vraag of de minister met de toepassing van een lichter middel moet volstaan, moet voldoende kennis worden vergaard over de af te wegen belangen. Daartoe moet de minister de vreemdeling voorafgaand aan het opleggen van een maatregel van vreemdelingenbewaring duidelijk maken dat die vreemdeling eventuele bijzondere feiten of omstandigheden met betrekking tot zijn persoonlijke belangen kan aanvoeren die tot het oordeel kunnen leiden dat in zijn geval met de toepassing van een lichter middel moet worden volstaan. In plaats daarvan of in aanvulling daarop kan de minister de vreemdeling ook zelf concrete vragen stellen over mogelijke bijzondere feiten of omstandigheden. In dat geval moet de minister zich ervan verzekeren dat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen om alles naar voren te kunnen brengen wat van belang kan zijn.

In het geval van eiser heeft de minister hem bij aanvang van het gehoor meegedeeld dat het aan hem is om met betrekking tot zijn persoonlijke belangen bijzondere

feiten of omstandigheden aan te voeren die tot toepassing van een lichter middel zouden moeten leiden. Vervolgens heeft de minister aan eiser vragen gesteld over zijn verblijf(plaats) in Nederland, een eventuele partner of kinderen in Nederland, zijn gezondheidstoestand en over zijn middelen van bestaan. Daarna heeft de minister aan eiser meegedeeld dat hij voornemens was hem in vreemdelingenbewaring te stellen en heeft hij aan eiser gevraagd waarom hij daarvan zou moeten afzien en eiser een lichter middel zou moeten opleggen. Gelet daarop heeft de minister zich ervan verzekerd dat eiser alles naar voren heeft kunnen brengen wat van belang kan zijn voor het al dan niet opleggen van de bewaringsmaatregel en heeft hij dus voldoende kennis vergaard over de af te wegen belangen.

De minister heeft vervolgens in de maatregel gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met het opleggen van een lichter middel, waarbij de minister heeft betrokken dat eiser naar eigen believen op illegale wijze door diverse Europese landen reist, dat hij niet naar Marokko maar naar Spanje wil vertrekken, dat hij niet kan aantonen dat hij in Spanje verblijfsrecht heeft en dat eiser geen contact wil met de ambassade van Marokko. De minister heeft daarover overwogen dat de kans daarom groot is dat eiser bij het opleggen van een lichter middel toch weer onderduikt en dat eiser ook geen individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht die ertoe hadden moeten leiden dat in zijn geval een lichter middel kon worden toegepast. De rechtbank is van oordeel dat de minister met die motivering kon volstaan en dat geen sprake is een motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

6. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van

D.P. van Middelkoop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.L.C.M. Ficq

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand