ECLI:NL:RBDHA:2026:24959

ECLI:NL:RBDHA:2026:24959

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL26.44370
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Eerste beroep bewaring - 59a Vw - inspanningsplicht om te horen niet geschonden - geen lichter middel - beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.44370

(gemachtigde: mr. G. Ocak),

en

(gemachtigde: mr. C.J. Orthmann).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 4 augustus 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de tolk dhr. A. Biada (telefonisch) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in vreemdelingenbewaring stellen met inachtneming van artikel 44 van de Asiel- en migratiebeheerverordening. In de Asiel- en migratiebeheerverordening staat dat de lidstaten wanneer er een onderduikrisico bestaat of indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde, de lidstaten de betrokken persoon in vreemdelingenbewaring kunnen houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling van de situatie van de betrokken persoon en enkel voor zover vreemdelingenbewaring evenredig is en andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.

Op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) kan een vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld of een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening indien er een onderduikrisico bestaat of dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

Heeft de minister voldaan aan zijn hoorplicht?

4. Eiser voert aan dat de minister niet heeft voldaan aan de op hem rustende inspanningsverplichting om eiser te horen voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Volgens eiser was bij de minister bekend dat eiser psychisch ontregeld was, waarbij de minister zich onvoldoende heeft ingespannen om de belangen van eiser in kaart te brengen waardoor eiser zijn belangen niet adequaat en helder kenbaar kon maken. Eiser verwijst in dit verband naar artikel 5.8, eerste lid van de Vb en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 24 juli 2026. Eiser stelt zich op het standpunt dat dit een gebrek is dat verder doorwerkt in de maatregel van vreemdelingenbewaring, wat deze van meet af aan onrechtmatig maakt.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het horen van de vreemdeling als bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, van het Vb een essentieel onderdeel is van de voorbereiding van de maatregel van vreemdelingenbewaring. Daarmee stelt de minister de vreemdeling in de gelegenheid zijn zienswijze te geven op de voorgenomen maatregel en zijn persoonlijke belangen naar voren te brengen. Indien er signalen zijn dat een vreemdeling psychisch niet in staat is om zijn belangen adequaat kenbaar te maken, mag de minister niet zonder meer aannemen dat hij is gehoord in de zin van artikel 5.8 van het Vb.

De rechtbank stelt het volgende vast. Uit het M110-formulier blijkt dat eiser op 4 augustus 2026 om 15:40 uur, in de cellengang van het politiebureau, zijn cel niet wilde uitkomen, dat hij zich agressief gedroeg en niet wilde luisteren. Van deze bevindingen is separaat een proces-verbaal opgemaakt in het HV11-formulier, waaruit blijkt dat verbalisanten getracht hebben om eiser te horen. In hetzelfde proces-verbaal is opgenomen dat eiser zijn scheurpak om zijn nek had geprobeerd te knopen en om die reden ook in een observatiecel zat. Een arts heeft eiser diezelfde dag om 13:34 uur bezocht en insluitwaardig en vervoerbaar heeft bevonden, waarbij de arts geen reden zag om overleg te plegen met de crisisdienst in verband met het gedrag van eiser. In het M105-formulier (het proces-verbaal van ophouding) is ook opgenomen waarom eiser niet is gehoord: ‘’Getracht is de vreemdeling te horen. Echter bij het voorstellen van ons en de tolk begon de vreemdeling te schreeuwen en ons en de tolk uit te schelden. De vreemdeling hervatte ook het getrap tegen de deur van zijn cel, deze moesten wij daardoor weer sluiten’’. In het M109-formulier is opgenomen dat er voorafgaand aan het gehoor van inbewaringstelling contact is geweest met de gemachtigde, waarbij zij is ingelicht over het gedrag van eiser en of gemachtigde vooraf gronden had waarom eiser niet in bewaring zou moeten worden gesteld, mocht eiser wederom niet te horen zijn. Gemachtigde gaf aan dat zij niet bekend was met eiser, daarom daar geen antwoord op kon geven en dat ze eiser de volgende dag zou bezoeken. In het M110-gehoor is opgenomen dat er om 19:05 uur opnieuw getracht is te horen omdat eiser aanvankelijk redelijk rustig was en met de verbalisant mee wilde komen naar een verhoorruimte. Nadat hij enkele vragen had beantwoord schreeuwde eiser vervolgens bij vervolgvragen overal doorheen en liep steeds de verhoorkamer uit, waarop verbalisant eiser, nadat eiser twee keer was teruggehaald, uiteindelijk terug heeft laten brengen naar zijn cel en niet in gelegenheid is geweest om meer vragen te stellen aan eiser. Uit het M109-formulier blijkt dat de maatregel van vreemdelingenbewaring vervolgens aan eiser is opgelegd op 4 augustus om 21:00 uur, waarbij de gronden van de maatregel in het Algerijns aan eiser in zijn cel zijn medegedeeld evenals een informatiefolder in het Algerijns. Ter zitting heeft eiser bovenstaande gang van zaken niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van eiser zoals genoemd onder 4.2, het uitgebreid horen van eiser onmogelijk hebben gemaakt. Vraag is of dit gedrag voortkomt uit een psychische problematiek of dat het een eigen keuze van eiser is om het verhoor te verstoren. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen signalen dat eiser psychisch niet in staat was om zijn belangen adequaat kenbaar te maken. Voor een psychische problematiek zijn geen aanknopingspunten gelet op het oordeel van de arts die eiser insluitwaardig heeft bevonden en geen overleg met de crisisdienst nodig achtte. Ook de antwoorden die wél door eiser zijn gegeven in beide gehoren wijzen niet op psychische problematiek, de antwoorden van eiser zijn namelijk wel ter zake doende en samenhangend. Dit was anders in de door eiser aangehaalde uitspraak. Nu geen sprake is van aanknopingspunten voor psychische problematiek zijn de inspanningen van de verbalisanten voldoende geweest en voldoet het gehoor daarmee aan artikel 5.8 van het Vb. De beroepsgrond slaagt niet.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

5. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening en het bestaan van een onderduikrisico.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;d. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Eiser voert aan dat uit de gronden die aan de maatregel van vreemdelingenbewaring ten grondslag zijn gelegd niet zonder meer een onderduikrisico blijkt.

De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de maatregel van vreemdelingenbewaring ten grondslag zijn gelegd inhoudelijk niet heeft bestreden. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Deze gronden zijn voldoende om aan te nemen dat sprake is van een onderduikrisico en kunnen daarom de maatregel van bewaring dragen. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister voldoende kunnen motiveren waarom is afgezien van een lichter middel?

6. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende gegevens had om het lichtere middel te kunnen beoordelen, omdat voorafgaand aan de oplegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring eiser niet volledig is gehoord.

De minister stelt zich ter zitting op het standpunt dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs mogelijk was om eiser in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze omtrent het lichter middel te geven en kan de minister niet verweten worden dat er geen volledig gehoor heeft plaats kunnen vinden. Volgens de minister heeft eiser de gelegenheid gekregen om zijn zienswijze te geven doordat de minister met eisers gemachtigde heeft gebeld, vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd en eiser ook via deze zitting de mogelijkheid heeft om argumenten naar voren te brengen omtrent het lichter middel.

De rechtbank stelt vast dat eiser geen grond aanvoert die gericht zijn op de motivering van het lichtere middel, maar deze grond toeziet op de totstandkoming van de motivering, nu slechts een beperkt gehoor is afgelegd door eiser. De rechtbank volgt de minister in diens stelling dat hij eiser genoeg mogelijkheden heeft geboden om argumenten naar voren te brengen voor het opleggen van een lichter middel en is van oordeel dat de minister voldoende heeft kunnen motiveren dat niet kon worden volstaan met het opleggen van een lichter middel. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat het, gelet op het overwogene in 4.3, aan het gedrag van eiser te wijten is dat het gehoor niet volledig heeft plaatsgevonden en dat ook de advocaat nog om input is gevraagd voor aanvang van het tweede gehoor, maar dat zij desgevraagd op dat moment en nadat zij eiser heeft bezocht daar geen invulling aan heeft gegeven. Het is de rechtbank uit de gronden of tijdens het verhandelde ter zitting verder niet gebleken, van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend zouden maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien om een lichter middel toe te passen. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van J.M. Pattynama, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 augustus 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.E.A. Braeken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand