ECLI:NL:RBDHA:2026:24961

ECLI:NL:RBDHA:2026:24961

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL25.38105 NL25.38106
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel, Turkije, HDP/DBP, beroep gegrond, overgelegde politieverklaringen - die niet op echtheid onderzocht konden worden - ten onrechte niet inhoudelijk betrokken, de minister heeft niet voldaan aan de nadere vergewisplicht naar aanleiding van de contra-expertise. De minister vindt ten onrechte dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft en dat eiser niet als activist wordt gezien in het kader van het risicoprofiel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] ,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL25.38105 (beroep)

NL25.38106 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [V nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

geboren op [geboortedatum] 1989, van Turkse nationaliteit, eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. F. Zeven),

en

(gemachtigde: mr. D. Gigengack).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Eiser heeft op 22 juli 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het besluit van 11 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt het bestreden besluit te schorsen tot op zijn beroep is beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de minister en M. Ates als tolk in de Turkse taal deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

Toetsingskader

2. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact inwerking getreden. In dat kader is de Vreemdelingenwet 2000 met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (de Uitvoerings- en implementatiewet) gewijzigd. Op grond van artikel IX, zesde lid, onder b, van de Uitvoerings- en implementatiewet, zijn de artikelen van de Vreemdelingenwet 2000 zoals deze gold tot 12 juni 2026 op eisers aanvraag van toepassing omdat deze aanvraag is ingediend vóór 12 juni 2026. In deze uitspraak hebben de verwijzingen naar de Vreemdelingenwet 2000 dan ook betrekking op de wetsversie die geldig was tot 12 juni 2026.

3. Daarnaast zijn er met dit pact diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Zo is onder meer de Kwalificatierichtlijn ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.

Waar gaat deze zaak over?

Het asielrelaas

4. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn Koerdische etniciteit problemen heeft ondervonden in Turkije. Koerden worden in Turkije gediscrimineerd. Zo is eiser op Newroz, het Koerdische traditionele nieuwjaars- en lentefeest, met een wapenstok geslagen. Daarnaast is er in Turkije een zaak aanhangig gemaakt tegen hem vanwege de politieke activiteiten die hij voor de DBP en de HDP heeft verricht. In verkiezingstijden hielp hij met activiteiten zoals vlaggen ophangen, inschrijfadressen voor Koerden regelen zodat zij konden stemmen en in partijgebouwen thee inschenken voor bezoekers. Uit de door eiser overgelegde strafdocumentatie volgt dat hij wordt beschuldigd en vervolgd voor het maken van terreurpropaganda voor de PKK. Bij terugkeer vreest eiser gearresteerd, geëxecuteerd of vermoord te worden.

5. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende asielmotieven:

De minister vindt het eerste en het derde asielmotief geloofwaardig. Ook vindt de minister het geloofwaardig dat eiser politiek actief is bij de DBP en de HDP. Dat eiser door deze politieke activiteiten problemen heeft met de Turkse autoriteiten vindt de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen onvoldoende met documenten onderbouwd. Hij krijgt niet het voordeel van de twijfel omdat hij geen goede verklaring heeft voor het ontbreken van documenten. Ook vormen de verklaringen van eiser over de gestelde problemen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel.

Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij voor wat betreft de geloofwaardig geachte asielmotieven een vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Turkije. Eiser heeft volgens de minister geen sterke politieke overtuiging. Ook heeft de onjuiste bejegening niet tot dusdanig ernstige beperkingen van zijn bestaansmogelijkheden geleid dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren.

De minister heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser duidelijk onwaarschijnlijke en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar opgelegd.

Wat vindt eiser in beroep?

6. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst is de door de minister gehanteerde geloofwaardigheidsbeoordeling zoals vastgelegd in Werkinstructie (WI) 2024/6 in strijd met het Unierecht. De documenten die niet op echtheid konden worden onderzocht zijn namelijk niet kenbaar bij de besluitvorming betrokken. Ook heeft de minister geen integrale beoordeling gemaakt van de vrees van eiser. Daarnaast voert eiser aan dat de minister de door eiser overgelegde documenten onjuist heeft beoordeeld. Van de inhoud van de strafdocumentatie, waarin eiser wordt beschuldigd van en veroordeeld voor het maken van terreurpropaganda voor de PKK, dient, anders dan de minister stelt, wel uitgegaan te worden. Uit die documenten volgt dat er een lopende strafzaak tegen eiser aanhangig is en dat eiser de status ‘beschuldigd’ heeft in UYAP. Daarbij komt dat hij zijn strafrechtelijke documentatie heeft verkregen als originele PDF-documenten uit de Turkse overheidssystemen e-devlet en UYAP.

Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom de onderzochte documenten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid inhoudelijk niet juist zijn, of niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Zo heeft de minister niet gemotiveerd op welke wijze de onderzochte documenten afwijken van het vergelijkingsmateriaal. Daarnaast heeft eiser een formele verklaring van een Turkse advocaat als contra-expertise overgelegd waaruit volgt dat het onderzoek van de minister onvolledig en onbetrouwbaar is.

Ten aanzien van de vrees bij terugkeer heeft de minister een te hoge bewijslast gehanteerd. Er moet sprake zijn van een redelijke mate van waarschijnlijkheid. Ook had de minister de algemene informatie over de kwetsbare positie van Koerden en Koerdische activisten in Turkije moeten betrekken. Eiser loopt als politiek, pro-Koerdische activist en als familielid van zijn ooms een verhoogd risico op schending van artikel 3 van het EVRM.

Verder heeft eiser, anders dan de minister stelt, een sterkte politieke overtuiging. Hij zette zich in Turkije kenbaar en publiekelijk in voor de Koerdische beweging en doet dit in Nederland nog steeds. Ten onrechte heeft de minister nagelaten de betrokkenheid bij de Koerdische beweging in Nederland te betrekken.

Daarnaast werpt de minister ten onrechte tegen dat eiser legaal heeft kunnen uitreizen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

7. De rechtbank beoordeelt of de minister de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser gelijk. Hieronder legt de rechtbank haar oordeel uit en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Legale uitreis

8. De minister heeft eiser tegengeworpen dat het, gelet op de aanhangige zaak, bevreemdend is dat eiser op legale wijze Turkije heeft verlaten. Op de zitting heeft de minister deze tegenwerping laten vallen. Uit de algemene landeninformatie volgt namelijk dat het mogelijk is om het land legaal uit te reizen in gevallen waarbij er ook een strafrechtelijke procedure loopt. De beroepsgrond gericht tegen deze tegenwerping behoeft dus geen verdere bespreking.

De geloofwaardigheidsbeoordeling in het algemeen

9. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de toepassing van de in WI 2024/6 neergelegde geloofwaardigheidsbeoordeling in iedere asielzaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht strijdige geloofwaardigheids-beoordeling. Wel zijn er situaties denkbaar waarin de toepassing van WI 2024/6 in een concrete zaak kan leiden tot een geloofwaardigheidsbeoordeling die in strijd is met artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn. De rechtbank verwijst hiervoor naar rechtsoverweging 7.1-7.3 van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 10 juni 2025en maakt deze overwegingen de hare. Uit deze uitspraak volgt dat per individuele zaak moet worden beoordeeld of de verrichte geloofwaardigheidsbeoordeling in lijn met het Unierecht is.

Naar het oordeel van de rechtbank is in het specifieke geval van eiser gebleken dat de minister geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt. De minister heeft namelijk de door eiser overgelegde politieverklaringen van 9 mei 2023 en 21 juni 2023 niet inhoudelijk bij zijn beoordeling betrokken en is er geen waarde toegekend aan de (inhoud van) deze documenten. Dat had de minister wel moeten doen. De rechtbank constateert dan ook dat het besluit op dit punt onzorgvuldig tot stand is gekomen. Uit de verklaring van onderzoek volgt dat Bureau Documenten geen uitspraak kan doen over de echtheid, opmaak en afgifte van deze documenten, omdat betrouwbaar vergelijkingsmateriaal ontbreekt. Dit kan en mag echter niet op zichzelf reden zijn om niet inhoudelijk op deze stukken in te gaan. Met het standpunt op de zitting heeft de minister het geconstateerde gebrek onvoldoende hersteld. De minister heeft namelijk nagelaten een inhoudelijk standpunt in te nemen ten aanzien van de politieverklaringen door slechts naar voren te brengen dat deze verklaringen niet opwegen tegen de andere vals bevonden documenten en daarom niet in eisers voordeel kunnen meewegen. De minister is niet ingegaan op de inhoud van de politieverklaringen en de vraag wat die inhoud betekent voor de geloofwaardigheid van eisers verklaringen. De rechtbank maakt uit de toelichting van de minister op de zitting op dat aan de verklaringen geen gewicht toekomt omdat deze niet op echtheid onderzocht konden worden vanwege het gebrek aan vergelijkingsmateriaal. Dit standpunt is niet in lijn met de jurisprudentie van het Hof.

Documenten en contra-expertise

10. Allereerst stelt de rechtbank vast dat de minister op de zitting heeft bevestigd dat de vergewisbrief van 11 augustus 2025 en het memo ‘voorlopige uitslag onderzoek documenten’ van 22 april 2025, waarnaar wordt verwezen in het bestreden besluit, niet bij dit bestreden besluit waren bijgevoegd. Deze documenten zijn desgevraagd pas op 13 en 14 augustus 2026 aan het dossier toegevoegd. De rechtbank en de gemachtigde van eiser hebben deze documenten dan ook niet eerder kunnen inzien.

11. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat een advies van Bureau Documenten een deskundigenadvies is aan de minister ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. De minister mag in beginsel uitgaan van de juistheid van dit advies, maar moet wel nagaan of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, of de redenering daarin begrijpelijk is, en of de getrokken conclusies daarop aansluiten. Een vreemdeling kan deze onderwerpen van een deskundigenadvies betwisten door middel van een contra-expertise, dan wel door concrete aanknopingspunten voor inhoudelijke twijfel aan te voeren. In dat geval mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de opsteller van het advies een reactie te geven op wat over het advies is aangevoerd. Als een vreemdeling gemotiveerd heeft betwist dat een verklaring van onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten, zal de minister nader invulling moeten geven aan zijn vergewisplicht.

12. Eiser heeft op 7 augustus 2026 een verklaring van de Turkse advocaat [advocaat] overgelegd als contra-expertise. Hij heeft de documenten die hij in zijn asielprocedure heeft overgelegd naar haar opgestuurd en zij heeft deze vervolgens onderzocht. In de overgelegde verklaring vermeldt zij dat deze documenten behoren tot een echt gerechtelijk dossier dat binnen het rechtsstelsel van de Republiek Turkije is opgesteld. Daarnaast zijn de documenten volledig in overeenstemming met de officiële lay-out van Turkse gerechtelijke documenten. Ook komt de inhoud van de documenten volledig overeen met de officiële gerechtelijke gegevens die toegankelijk zijn via het persoonlijke e-Devlet account van eiser. Tot slot schrijft zij dat een verificatie via de gerechtelijke instanties of officiële overheidssystemen dient plaats te vinden om een betrouwbare, technische en juridische beoordeling te kunnen maken over de authenticiteit.

13. Op de zitting heeft eiser verklaard dat hij mr. [advocaat] gemachtigd heeft om in zijn digitale overheidssystemen te kunnen. Ook heeft hij toegelicht dat zij niet dezelfde advocaat is die betrokken is bij zijn strafzaak. Hij heeft toegelicht dat hij bewust een andere advocaat heeft gevraagd om de documenten te onderzoeken om zo enige schijn van subjectiviteit weg te nemen.

14. In dit geval heeft eiser met de door hem overgelegde contra-expertise naar het oordeel van de rechtbank gemotiveerd betwist dat de minister met de verklaring van onderzoek aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Op de zitting heeft de gemachtigde van de minister toegelicht dat Bureau Documenten haar telefonisch een reactie heeft gegeven op de verklaring van mr. [advocaat] . Bureau Documenten heeft daarbij meegedeeld dat een advocaat geen documentenexpert is en het door haar opgemaakte rapport daarom niet als contra-expertise wordt aangemerkt. Ook is niet duidelijk hoe zij haar onderzoek heeft verricht. Bureau Documenten heeft verder verklaard dat niet alleen naar de QR-codes is gekeken. Ook zijn er bij Bureau Documenten gevallen bekend waarbij valse documenten in UYAP zijn gehangen. Verder is het volgens de minister alleen mogelijk voor de in de strafzaak betrokken advocaat om toegang te krijgen tot de Turkse overheidssystemen van eiser en kan een derde advocaat daar niet bij. Dit alles maakt volgens de minister dat er uitgegaan kan blijven worden van de conclusies van Bureau Documenten. Naar het oordeel van de rechtbank kan de nadere vergewisplicht niet op deze wijze, via deze korte mondelinge toelichting van het telefoongesprek met Bureau Documenten, worden ingevuld. Zij overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat zonder nadere motivering niet kan worden volgehouden dat een advocaat die werkzaam is in Turkije en in die hoedanigheid dagelijks met Turkse overheidssystemen werkt in het kader van rechtszaken niet als expert zou kunnen worden aangemerkt. Daarnaast heeft de mondelinge toelichting op de zitting niet inzichtelijk gemaakt hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen en, met inachtneming van verklaringen van de Turkse advocaat, bij deze conclusies is gebleven. Ook is er, naast de stelling dat er niet alleen naar de QR-codes op de documenten is gekeken, niet inhoudelijk gereageerd op de andere bevindingen van mr. [advocaat] . Wat betreft het onderzoek begrijpt de rechtbank de verklaring van mr. [advocaat] zo dat zij zelf, met de toestemming van eiser, heeft ingelogd in eisers UYAP en de documenten die eiser heeft overgelegd, één-op-één heeft aangetroffen in zijn lopende strafzaak. Daarbij komt dat uit algemene landeninformatie blijkt dat niet alleen een eigen advocaat uit een lopende strafzaak toegang heeft tot de online overheidssystemen. Zo staat in het Algemeen Ambtsbericht Turkije van februari 2025 namelijk dat een gevolmachtigde advocaat toegang kan krijgen tot iemands UYAP. Deze informatie ondersteunt dus eisers verklaring dat de Turkse advocaat in zijn juridische informatiesystemen heeft kunnen kijken. De stelling van Bureau Documenten dat er ook valse documenten in UYAP gehangen worden, is niet nader onderbouwd en volgt ook niet uit de algemene landeninformatie. Onduidelijk is hoe deze informatie in het kader van eisers procedure is betrokken.

15. De minister heeft dan ook niet voldaan aan zijn vergewisplicht. Dit maakt dat het besluit op dit punt onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit gebrek te passeren of om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Het beroep is om die reden al gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank zal de minister opdragen een nieuw besluit te nemen. De beoordeling van de documenten werkt door in de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten. Gelet op deze samenhang zal de rechtbank de overige beroepsgronden die gaan over dit asielmotief op dit moment niet bespreken.

Politieke activiteiten en overtuiging

16. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser geen sterke politieke overtuiging heeft. Eiser komt duidelijk op voor de Koerdische kwestie en heeft hier ook uitgebreid over verklaard tijdens het nader gehoor. Eiser was in Turkije politiek actief. Zo heeft hij ook verklaard dat hij naar dorpen ging om mensen stembiljetten te laten zien en uit te leggen wat het BDP-logo was. Ook heeft hij in Istanbul Koerden geholpen bij het regelen van inschrijfadressen zodat zij konden stemmen. Deze politieke activiteiten heeft de minister ten onrechte niet bij de besluitvorming betrokken. Ook in Nederland geeft eiser uiting aan zijn politieke overtuiging. Daarnaast volgt uit landeninformatie dat de Turkse autoriteiten het ook gemunt hebben op laaggeplaatste HDP-leden en dat ook low-level-politieke activiteiten negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten kunnen opleveren. Dit geldt ook zonder veronderstelde banden met de HDP. Daarbij acht de rechtbank het van belang dat de DBP zelfstandig acteert op regionaal niveau en zich op nationaal niveau laat vertegenwoordigen door de HDP. De DBP en de HDP zijn bovendien in ideologisch opzicht nauw aan elkaar verwant. Verder beschouwen de Turkse autoriteiten HDP-supporters als terroristen en Koerden als HDP-supporters. In het licht van al deze informatie heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser, gelet op zijn politieke overtuiging en activiteiten, niet als activist wordt gezien in het kader van het risicoprofiel. Ook om deze reden is het beroep gegrond.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op om nadere invulling te geven aan zijn vergewisplicht. De minister dient Bureau Documenten te verzoeken om een schriftelijk reactie over te leggen op de door eiser overgelegde verklaring van de Turkse advocaat. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser naar voren gebracht dat haar bekend is dat er gehoren plaatsvinden waarbij de vreemdeling in aanwezigheid van de hoormedewerker inlogt in zijn of haar UYAP-systeem. Zo nodig kan de minister een dergelijk gehoor organiseren. Vervolgens dient de minister een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van acht weken. Bij het nieuw te nemen besluit moet de minister ook kenbaar en gemotiveerd ingaan op het risico vanwege eisers sterke politieke overtuiging en op het door eiser gestelde risico als familielid van zijn ooms, gelet op de recente gebeurtenissen waar eiser in beroep op heeft gewezen.

18. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

19. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,-.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.38105:

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.38106:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De rechtbank/voorzieningenrechter in beide zaken:

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand