ECLI:NL:RBDHA:2026:25000

ECLI:NL:RBDHA:2026:25000

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL25.42196
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Samenhangende zaken, beroepen niet tijdig, asiel, overschrijding 21-maandentermijn, beroepen ontvankelijk en gegrond, verweerschrift, eisers hebben internationale bescherming in Griekenland, geen duidelijkheid over beslistermijn, nadere beslistermijn van 4+2 weken

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.42196

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

(gemachtigde: mr. H. Metselaar).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M.A. Ottosiyan als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Op [datum huwelijk] 2022 is eiser in het geheim met een meisje getrouwd in een andere stad, omdat hij de bruidsschat niet kon betalen. De ouders van het meisje zijn hier achter gekomen en hebben dit tegen Al-Shabaab verteld. Op 9 februari 2022 is eiser meerdere keren telefonisch bedreigd door Al-Shabaab. Al-Shabaab heeft eiser drie dagen de tijd gegeven om zich bij hen te melden met getuigen en degene die het huwelijk gesloten heeft. Op 10 februari 2022 is eiser met de taxi naar Mogadishu gevlucht. Toen eiser daar aan kwam werd hij door Al-Shabaab gebeld met de vraag of hij al onderweg was. De dag van aankomst in Mogadishu viel samen met de dag dat eiser moest langskomen bij Al-Shabaab, namelijk op 12 februari 2022. Eiser heeft geantwoord dat hij onderweg was en heeft daarna zijn telefoon uitgezet. Later toen hij zijn telefoon weer aanzette en zijn moeder belde, kreeg hij te horen dat Al-Shabaab herhaaldelijk bij zijn moeder is langs geweest. Kort daarna werd eiser zelf gebeld door Al-Shabaab met de mededeling dat ze wisten waar eiser verbleef en dat ze hem zouden komen ophalen. Eiser is toen naar zijn tante gevlucht. Hij heeft zijn simkaart gewisseld maar werd rond eind februari 2022 alsnog meer dan vier keer gebeld. Hij is begin maart weer gebeld en toen wist Al-Shabaab wederom waar eiser verbleef. Eiser heeft toen opnieuw zijn simkaart gewisseld. Bij terugkeer vreest eiser voor Al-Shabaab en dat zij hem gaan vinden en doden. De harde kern van Al-Shabaab bevindt zich namelijk in de woonplaats van eiser, [plaats] .

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.

2. Problemen met Al-Shabaab.

De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De problemen van eiser met Al-Shabaab zijn niet geloofwaardig. Eiser voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw, omdat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser heeft wisselend verklaard over de telefonische bedreigingen van Al-Shabaab en zijn reactie hierop. Ook verklaart hij oppervlakkig over zijn partner. Verder is het onwaarschijnlijk dat Al-Shabaab eiser niet in Mogadishu heeft opgepakt. Er is geen sprake van een gegronde vrees voor vervolging. Dat eiser uit Somalië komt is op zichzelf onvoldoende om een risico op ernstige schade aan te nemen. Eiser komt uit een gebied waar Al-Shabaab aan de macht is. Voor deze gebieden geldt dat er voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Eiser heeft echter een vestigingsalternatief, namelijk Mogadishu. Eiser heeft familie die hem kan helpen aan een woonplek en hij heeft hier meer dan een maand gewoond en gewerkt. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

Beoordeling gronden van beroep

Problemen met Al-Shabaab en verklaringen over partner

5. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte de verklaringen van eiser als wisselend en niet samenhangend heeft aangemerkt. De verklaringen omtrent de data van de bedreigingen zijn chronologisch gezien coherent. Op 10 februari 2022 is eiser naar Mogadishu gereisd en op 12 februari 2022 is hij telefonisch benaderd door Al-Shabaab met de vraag of hij al onderweg was. Toen eiser in zijn gehoor is geconfronteerd met de tegenstijdigheden over het wisselen van de simkaart heeft hij de tijdlijn verduidelijkt. Eiser is onvoldoende geconfronteerd met de tegenstrijdigheden over de chronologische volgorde die de minister tegenwerpt. De minister gaat niet in op de zienswijze waarin de data zijn rechtgezet. Ook heeft de minister het referentiekader van eiser onvoldoende bij de beoordeling betrokken. Eiser is een laaggeschoolde asielzoeker die onder extreme stress een getraumatiseerde vlucht heeft meegemaakt en een nader gehoor in een tweede taal (via tolk) heeft ondergaan. De minister werpt verder ten onrechte tegen dat eiser niet voldoende gedetailleerd over zijn partner heeft verklaard. De minister gaat er aan voorbij dat zij elkaar maar twee keer per week zagen en dat door de controle van Al-Shabaab uitgebreide romantische omstandigheden niet mogelijk waren. Het culturele patroon verklaart waarom het huwelijk snel en in het geheim moest plaatsvinden. De minister werpt ten onrechte tegen dat de tolk zich nooit mengt in het gesprek. De tolk heeft eiser tijdens het gehoor verteld dat hij kort moest antwoorden op de vragen.

6. Het betoog van eiser dat hij in het nader gehoor niet voldoende is geconfronteerd met de tegenstrijdigheden over de chronologische volgorde, volgt de rechtbank niet. De minister heeft eiser tijdens de nadere vraagstelling in het nader gehoor voldoende geconfronteerd met de tegenstrijdigheden en heeft ook vervolgvragen gesteld. Deze confrontatie ziet niet alleen op de simkaartwisselingen maar ook op de chronologische gebeurtenissen in het algemeen. De minister heeft gevraagd hoe vaak eiser is gebeld en op welke momenten dit is geweest en heeft hiermee voldoende invulling gegeven aan zijn samenwerkingsplicht.

De rechtbank stelt vast dat eiser in zijn nader gehoor het volgende heeft verklaard: “Op 10 februari 2022 ben ik met de taxi naar Mogadishu gegaan. Toen ik daar aan kwam, dat was de dag dat ik bij hun langs moest komen, werd ik gebeld met de vraag ben je al onderweg.”“De afspraak was dat ik 12 februari bij hun langs zou komen. De 12e hebben ze mij gebeld met de vraag ben je onderweg naar ons.” De minister heeft hieruit niet de conclusie kunnen trekken dat eiser inconsistent verklaard heeft over het eerste moment waarop Al-Shabaab hem telefonisch benaderde. De minister heeft zich echter terecht op het standpunt gesteld dat het afbreuk doet aan de geloofwaardigheid dat eiser in zijn vrije relaas heeft verklaard dat hij twee keer zijn simkaart heeft gewisseld, terwijl hij later in het gehoor heeft verklaard dat hij één keer zijn simkaart heeft gewisseld. De toelichting van eiser ter zitting dat hij twee keer zijn simkaart heeft gewisseld bevestigt deze inconsistentie. Voor zover eiser stelt dat zijn referentiekader niet voldoende is betrokken, overweegt de rechtbank dat de minister in het bestreden besluit heeft verwezen naar de laaggeschooldheid van eiser en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat dit niet betekent dat van eiser geen consistente verklaringen over de problemen met Al-Shabaab kan worden verwacht. Verder heeft de minister ter zitting er terecht op gewezen dat uit het medisch advies van MediFirst ook niet is gebleken dat eiser problemen zou hebben met consistent verklaren. Eiser heeft dit in beroep en ter zitting niet gemotiveerd betwist.

De minister heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over zijn partner. Het betoog van eiser dat de lokale repressieve context, de beperkte contactmomenten en het culturele patroon van een geheim huwelijk maken dat gedetailleerdere verklaringen niet van hem verwacht kunnen worden, slaagt niet. Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze omstandigheden maken dat van hem niet verwacht mag worden dat hij meer gedetailleerd kan verklaren over zijn partner. De rechtbank betrekt verder bij haar oordeel dat eiser op geen enkel moment in de procedure, ook niet ter zitting, meer inzicht heeft geboden in zijn relatie met zijn partner. Voor zover eiser stelt dat hij kort heeft geantwoord op de vragen in het nader gehoor, omdat de tolk hem destijds instrueerde dat hij kort moest antwoorden op de gestelde vragen, is dit onvoldoende gebleken. Dat eiser oppervlakkig over zijn partner heeft verklaard is dan ook aan eiser zelf toe te rekenen.

Het standpunt van de minister dat het onwaarschijnlijk is dat Al-Shabaab eiser niet in Mogadishu heeft opgepakt, heeft eiser in beroep niet betwist. Gelet op wat de rechtbank onder 6 tot en met 6.2. heeft overwogen, heeft de minister terecht eisers problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

Vestigingsalternatief Mogadishu

7. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte Mogadishu heeft aangemerkt als vestigingsalternatief. Al-Shabaab is ook hier actief via infiltratie, mobiele rechtbanken en terroristische aanvallen. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk wordt gezocht door Al-Shabaab. Het korte verblijf van eiser bij zijn tante van anderhalve maand biedt onvoldoende basis voor de aanname van de minister dat eiser zich hier permanent kan vestigen.

8. Op grond van paragraaf C7/30.4.1.1. Vc is de mensenrechtensituatie in gebieden waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert zodanig dat voor iedere terugkeerder, een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 augustus 2021 blijkt dat een vestigingsalternatief kan worden tegengeworpen als een vreemdeling in een deel van zijn land van herkomst geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico op ernstige schade loopt, hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en toegang kan verkrijgen tot dat deel van het land, en redelijkerwijs van hem kan worden verwacht dat hij zich er vestigt. Als de minister aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden is voldaan, is het aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het vestigingsalternatief in zijn geval niet aanwezig is en dat van hem niet kan worden verlangd dat hij zich elders in het land vestigt. Volgens paragraaf C7/30.5.2. betrekt de minister specifiek ten aanzien van Somalië bij zijn beoordeling het eerdere verblijf in het gebied buiten het gebied van herkomst en de aanwezigheid van familie.

Niet in geschil is dat eiser niet kan terug keren naar het dorp waar hij vandaan komt, omdat Al-Shabaab hier aan de macht is. De minister stelt zich echter op het standpunt dat eiser wel terug kan keren naar Mogadishu nu zijn problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn geacht, hij hier anderhalve maand bij zijn tante heeft gewoond en heeft gewerkt voordat hij uit Somalië vertrok. Volgens de minister mag het redelijkerwijs van eiser worden verwacht dat hij zich hier vestigt.

De rechtbank overweegt dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging in Mogadishu nu zijn problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn. De vraag of eiser bij terugkeer naar Mogadishu geen reëel risico loopt op ernstige schade heeft de minister in het bestreden besluit enigszins kort gemotiveerd. De minister heeft deze motivering echter in het verweerschrift en ter zitting voldoende aangevuld. De minister wijst er terecht op dat er in Mogadishu sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn en dat er geen individuele omstandigheden zijn gebleken die maken dat eiser een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van dit geweld. Het feit dat eiser behoort tot de Abgaal-clan, anderhalve maand bij zijn tante heeft gewoond in Mogadishu en daar ook heeft gewerkt, heeft de minister mogen zien als omstandigheden die maken dat er van eiser verwacht kan worden dat hij zich daar vestigt. Eiser heeft niet gemotiveerd gesteld dat het vestigingsalternatief in zijn geval niet aanwezig is en dat van hem niet kan worden verlangd dat hij zich in Mogadishu vestigt. Voor zover eiser stelt dat Al-Shabaab ook in Mogadishu actief is via infiltratie, mobiele rechtbanken en terroristische aanvallen, heeft hij dit niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. R.R. Nortier, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

07 augustus 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.M. Dijksterhuis

Griffier

  • mr. R.R. Nortier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand