ECLI:NL:RBDHA:2026:25018

ECLI:NL:RBDHA:2026:25018

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer NL26.26830
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Samenhangende zaken, beroepen niet tijdig, 8 EVRM-aanvragen, vrijstelling griffierecht, beroepen ontvankelijk en gegrond, verweerschrift, fifo-beleid niet van toepassing op 8 EVRM-aanvragen, nadere beslistermijn van 2 weken

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.26830, NL26.26831, NL26.26832, NL26.26835, NL26.26837,

NL26.26841, NL26.26846, NL26.268250 en NL26.26851

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser 1] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 2] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 3] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 4] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 5] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 6] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 7] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 8] , met V-nummer: [V-nummer] ,

[eiser 9] , met V-nummer: [V-nummer] , hierna gezamenlijk: eisers,

(gemachtigde: mr. H.A. Rispens), en

de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: A. van den Heuvel).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” in het kader van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (de aanvragen).

Overwegingen

Zijn de beroepen van eisers gegrond?
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
De rechtbank verbindt een rechterlijke dwangsom aan de uitspraak

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

2. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen. Eisers hebben voldoende aangetoond dat zij aan de voorwaarden voor deze vrijstelling voldoen. De rechtbank verleent eisers daarom vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen.

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

4. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen de minister had moeten beslissen op de aanvragen is overschreden en dat eisers de minister rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld. Eisers hebben meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen. Dit betekent dat de beroepen terecht zijn ingediend. De beroepen zijn kennelijk gegrond.

5. De rechtbank geeft in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.3

6. De minister heeft op 5 juni 2026 een verweerschrift ingediend. Daarin beroept de minister zich op het zogenoemde fifo-beleid. Naar verwachting neemt de minister de aanvragen in januari 2028 in behandeling. De minister verzoekt de rechtbank daarom een nadere beslistermijn van twintig weken op te leggen.

7. De rechtbank volgt de minister hierin niet. Het fifo-beleid is immers van toepassing op nareisaanvragen. Van dergelijke aanvragen is hier geen sprake. De rechtbank is voorts niet gebleken van omstandigheden die een langere nadere beslistermijn dan twee weken rechtvaardigen. De rechtbank legt de minister dus een nadere beslistermijn op van twee weken. Deze termijn begint na de dag van verzending van deze uitspraak.

8. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom van € 50,- voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn overschrijdt. Het maximum is

€ 15.000,-. Eén en ander is overeenkomstig de aanbeveling die in dit verband geldt.4 De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaken van deze aanbeveling af te wijken.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en dat de minister binnen twee weken alsnog een besluit op de aanvragen bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, dan moet hij een dwangsom betalen.

2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

3 Artikel 8:55d, derde lid, van de Awb.

4 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/bestuursrecht/aanbeveling-rechterlijke-dwangsom-bij-beroep-niet-tijdig-beslissen-in-vreemdelingenzaken.

10. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen beroepschriften in te dienen. Omdat de zaken alleen gaan over de vraag of de beslistermijn is overschreden, geldt een lagere wegingsfactor van 0,5. Tevens geldt de hogere wegingsfactor van 1,5, omdat de gemachtigde van eisers beroepschriften heeft ingediend in negen samenhangende zaken. De vergoeding bedraagt aldus € 700,50 (1 punt voor het indienen van beroepschriften, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactoren 0,5 en 1,5).

10. De rechtbank beschouwt de zaken met nummers NL26.26830, NL26.26831, NL26.26832, NL26.26835, NL26.26837, NL26.26841, NL26.26846, NL26.268250 en

NL26.26851 vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Immers, eisers zijn gezinsleden, hun procedures lopen gelijk op en zijn hebben dezelfde advocaat. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak zou worden toegekend.5 Dit geldt ook voor de verbeurde en te verbeuren dwangsommen.6

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

5 Artikel 3 van het Bpb.

6 ECLI:NL;RVS:2020:1624.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

19 augustus 2026

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.A. Schaaf

Griffier

  • mr. A.W. van Eerden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand