ECLI:NL:RBDHA:2026:25028

ECLI:NL:RBDHA:2026:25028

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL25.48232
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat uitspraak op beroep is gedaan. Wel reden voor een punt proceskosten vanwege een gegrond beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.48232

(gemachtigde: mr. M. Jozefzoon-Flipse),

en

(gemachtigde: mr. J.L.A.F. van Halteren).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor vernieuwing van haar EU-verblijfsdocument, dan wel een verblijfsvergunning op grond artikel 8 van het Verdrag voor de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 7 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 september 2025 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld, en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep, zaaknummer NL25.48229, op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag in zaaknummer NL25.48229 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoekster een vergoeding krijgt van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan verzoekster moet vergoeden;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Wilpstra - Foppen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand