RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.37539
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres op 7 juli 2026 heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel “familie en gezin” in het kader van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (de aanvraag).
Op 7 juli 2026 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).
Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het beroep als bezwaarschrift door te sturen naar de minister ter verdere behandeling als bezwaar.
Overwegingen
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiseres gelijk had
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.
met haar beroep. Dit is om de volgende reden. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op haar aanvraag. Omdat de minister op 7 juli 2026 op de aanvraag heeft beslist, heeft het beroep van eiseres geen zin meer. Eiseres heeft zogezegd geen procesbelang meer bij haar beroep.
4. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag heeft mede betrekking op het reële besluit, aangezien het reële besluit niet geheel aan het beroep tegemoetkomt.3
5. De rechtbank zal het beroep tegen het reële besluit niet zelf behandelen, maar met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorsturen naar de minister om in bezwaar te behandelen. Eiseres heeft hierom verzocht per brief van 23 juli 2026. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek in te willigen, omdat het reële besluit een primair besluit betreft waartegen het rechtsmiddel van bezwaar openstond. Eiseres heeft van die gelegenheid geen gebruikt gemaakt.
Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres?
6. Over de vergoeding van de proceskosten die eiseres vraagt, overweegt de rechtbank het volgende.
7. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van 7 juli 2026 te laat heeft genomen en eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.4
8. De rechtbank stelt de proceskosten van eiseres vast op € 467,-. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
9. De minister moet ook het griffierecht ter hoogte van € 200,- aan eiseres vergoeden.5
Beslissing
3 Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
4 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
5 Artikel 8:74, eerste lid, van de Awb.
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 augustus 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.