ECLI:NL:RBDHA:2026:25044

ECLI:NL:RBDHA:2026:25044

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.29694
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep niet tijdig, asiel, besluitmoratorium Syrië, beroep ontvankelijk en gegrond, overschrijding 21-maandentermijn, nadere beslistermijn van 4+2 weken

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.29694

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.H. Hekman),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
De rechtbank verbindt een rechterlijke dwangsom aan de uitspraak

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

Is het beroep van eiser ontvankelijk en gegrond?

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

3. De minister heeft de aanvraag op 31 oktober 2024 ontvangen. De minister moet daarop in beginsel uiterlijk binnen zes maanden nadien beslissen.3

4. Eiser komt uit Syrië. Van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor asielaanvragen van vreemdelingen uit Syrië een besluitmoratorium.4 Dit hield in dat de

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.

3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), zoals dat gold tot 12 juni 2026.

4 Stcrt. 2024, 41538.

beslistermijn was uitgesteld voor de duur van het besluitmoratorium.5 De beslistermijn eindigde daardoor op 31 oktober 2025.

5. Eiser heeft de minister op 13 mei 2026 in gebreke gesteld. Dat was ná het verstrijken van de beslistermijn op de aanvraag. De ingebrekestelling is dus tijdig ingediend. Het beroep is ten minste twee weken nadien ingediend. Het beroep is daarmee kennelijk gegrond.

6. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.6 In deze zaak is dit aan de orde.

7. De minister heeft aan de rechtbank geen verzoek gedaan tot het bepalen van een concrete nadere beslistermijn. Mede tegen deze achtergrond ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de lijn die zij heeft ingezet met haar uitspraken van 20 juli 2026.7

8. Bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn maakt de rechtbank een afweging. Daarbij houdt zij rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.8 De rechtbank weegt verder mee dat de uiterste beslistermijn van 21 maanden9 inmiddels is overschreden. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een gehoor moet afnemen. Uiterlijk twee weken daarna moet de minister een besluit op de aanvraag bekend maken.

9. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom van € 50,- voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn overschrijdt. Het maximum is

€ 15.000,-. Eén en ander is overeenkomstig de aanbeveling die in dit verband geldt.10 De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak van deze aanbeveling af te wijken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en dat de minister binnen zes weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, dan verbeurt hij een dwangsom.

5 Artikel 43, eerste lid, van de Vw, zoals dat gold tot 12 juni 2026, en artikel 2 van het Besluit tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië. Vergelijk voorts ECLI:NL:RBDHA:2026:21819.

6 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.

7 ECLI:NL:RBDHA:2026:20129, ECLI:NL:RBDHA:2026:20130, ECLI:NL:RBDHA:2026:20133 en ECLI:NL:RBDHA:2026:20136.

8 ECLI:NL:RVS:2020:1560.

9 Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.

10 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/bestuursrecht/aanbeveling-rechterlijke-dwangsom-bij-beroep-niet-tijdig-beslissen-in-vreemdelingenzaken.

11. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser ook een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 augustus 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Skerka

Griffier

  • mr. A.W. van Eerden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand