ECLI:NL:RBDHA:2026:25046

ECLI:NL:RBDHA:2026:25046

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.45769
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring – art. 59a, eerste lid, van de Vw – gronden – lichter middel – indirect refoulement – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.45769

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

(gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiseres is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres is het niet eens met die maatregel. Zij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiseres een schadevergoeding moet worden toegekend.

Omdat de vreemdelingenbewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling van de maatregel van vreemdelingenbewaring zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband beoordeelt de rechtbank onder meer aan de hand van de beroepsgronden van eiseres of de tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de volgende afkortingen voor de wet- en regelgeving:

Vw: Vreemdelingenwet 2000

Vb: Vreemdelingenbesluit 2000

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 11 augustus 2026 heeft de minister aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De minister heeft eiseres op 14 augustus 2026 overgedragen aan Duitsland en de maatregel van vreemdelingenbewaring opgeheven.

De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in vreemdelingenbewaring stellen met inachtneming van artikel 44 van de Asiel- en migratiebeheerverordening. In de Asiel- en migratiebeheerverordening staat dat de lidstaten wanneer er een onderduikrisico bestaat of indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde, de lidstaten de betrokken persoon in vreemdelingenbewaring kunnen houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling van de situatie van de betrokken persoon en enkel voor zover vreemdelingenbewaring evenredig is en andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.

Op grond van het Vb kan een vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld of een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening indien er een onderduikrisico bestaat of dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

De aan eiseres opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. De minister heeft aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Asiel- en migratiebeheerverordening en een significant risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiseres:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;m. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen de termijn die geldt op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening;p. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. Eiseres betwist de grond onder 2k. Dat zij op 4 augustus 2026 niet in een bus is gestapt om haar overdracht aan Duitsland te realiseren heeft te maken met haar in Syrië ontstane angst om haar documenten niet terug te krijgen. Om haar dan te verwijten dat zij geen medewerking aan de overdracht verleent, is volgens eiseres een brug te ver.

6. De rechtbank stelt vast dat de overige gronden van de maatregel van vreemdelingenbewaring niet zijn betwist. De rechtbank oordeelt dat deze niet betwiste gronden feitelijk juist en voor zover nodig voldoende gemotiveerd zijn om een onderduikrisico aan te nemen en daarmee de maatregel van vreemdelingenbewaring te kunnen dragen. De rechtbank laat de door eiseres betwiste grond om die reden verder onbesproken.

Lichter middel

7. Eiseres stelt dat de minister had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring. Hiertoe voert eiseres aan dat haar nog eens de kans gegeven had moeten worden om mee te werken aan een vrijwillige overdracht aan Duitsland. Eiseres vreesde eerder dat zij haar documenten niet terug zou krijgen van de minister, waardoor zij niet meewerkte aan de geplande overdracht op 4 augustus 2026. Inmiddels is haar duidelijk uitgelegd dat zij deze na de overdracht aan de Duitse autoriteiten terug zal krijgen.

8. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat niet kon worden volstaan met een lichter middel. Allereerst blijkt uit de niet betwiste gronden van de maatregel en de motiveringen al dat een onderduikrisico bestaat. Hieruit volgt onder meer dat eiseres geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en onvoldoende middelen van bestaan heeft. In het verslag van het vertrekgesprek van 30 juli 2026 is onder meer het volgende vermeld:

“De regievoerder geeft aan dat eventuele overgelegde documenten naar landgrens worden verzonden en dat ze tegelijkertijd met betrokkene worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat”.

Dit is door eiseres niet bestreden. Naar het oordeel van de rechtbank had hiermee aan eiseres duidelijk kunnen zijn dat haar documenten samen met haar worden overgedragen. Eiseres was hier dus al van op de hoogte voorafgaand aan de overdracht van 4 augustus 2026, welke is geannuleerd omdat eiseres weigerde in de bus te stappen. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank daarom geen aanleiding hoeven te zien om nogmaals afspraken met eiseres te maken voor een vrijwillige overdracht. De beroepsgrond slaagt niet.

Indirect refoulement

9. Eiseres stelt dat de minister in de maatregel van vreemdelingenbewaring kenbaar had moeten overwegen waarom haar overdracht niet in strijd is met indirect refoulement. Hiertoe voert zij aan dat de minister in de motivering enkel verwijst naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en onvoldoende is ingegaan op haar individuele situatie.

10. De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onder meer in de uitspraak van 11 september 2024 heeft bevestigd dat ten aanzien van Duitsland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Dit houdt in dat de minister er als uitgangspunt op mag vertrouwen dat andere lidstaten zich houden aan hun verplichtingen uit het Unierecht en mensenrechtenverdragen. Het ligt op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat in dit geval Duitsland dit niet doet. Van een schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest zal, in geval eiseres aannemelijk maakt dat er sprake is van tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, eerst sprake zijn indien die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres hierin niet geslaagd. Hierbij merkt de rechtbank allereerst op dat eiseres in het gehoor, voorafgaand aan haar inbewaringstelling, hierover niets heeft verklaard. Voor zover sprake is van individuele omstandigheden, mag de minister er op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uitgaan dat Duitsland hier een zorgvuldige beoordeling over uitvoert. Naar het oordeel van de rechtbank was de minister dan ook niet gehouden om een beoordeling van het eventuele risico op indirect refoulement te betrekken in de maatregel van vreemdelingenbewaring. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

11. Los van de door eiseres aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Bruins, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

26 augustus 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Bruins

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand