ECLI:NL:RBDHA:2026:25056

ECLI:NL:RBDHA:2026:25056

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.30671
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin/AMB Letland, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.30671

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 27 mei 2026 niet in behandeling genomen omdat Letland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Aan het einde van de zitting heeft eiser via de telefoon en S. Mustafa als tolk het laatste woord gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Letland
Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening, zoals die van kracht was tot 12 juni 2026. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Letland een verzoek om terugname gedaan. Letland heeft dit verzoek aanvaard.

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Overgangsrecht

5. Op 12 juni 2026 is de Asiel- en Migratiebeheerverordening2 (AMBV) in werking getreden. Artikel 83, eerste volzin, van de AMBV bepaalt dat de Dublinverordening op 12 juni 2026 wordt ingetrokken. De rechtbank bespreekt daarom als eerste welk recht in deze zaak van toepassing is.

6. Artikel 84, tweede lid, van de AMBV bepaalt dat de vraag - welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een vóór 12 juni 2026 ingediend verzoek om internationale bescherming - wordt bepaald volgens de in de Dublinverordening vastgelegde criteria. Eisers verzoek om internationale bescherming is vóór 12 juni 2026 ingediend. Dat betekent dat de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is, op grond van het overgangsrecht, wordt bepaald volgens de in de Dublinverordening vastgelegde criteria. Op grond van de Dublinverordening neemt Nederland een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

6. Eiser voert aan dat hij in Letland verplicht was om een asielaanvraag in te dienen. Hij heeft Letland daarna verlaten vanwege de erbarmelijke leef- en opvangomstandigheden en afwezige opvangmogelijkheden. Eiser is in Letland gedetineerd en zwaar mishandeld. Bij overdracht aan Letland als Dublinclaimant loopt eiser een reëel risico op discriminatie en extreem geweld. Letland komt dus in de praktijk de Europese verdragsverplichtingen niet na, wat maakt dat het claimakkoord hier in de praktijk geen garantie op geeft. In de praktijk heeft eiser ook niet de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Letse overheidsinstanties. Bij een poging tot het indienen van een klacht bij de autoriteiten wordt geen medewerking verleend, dan wel wordt geen gehoor gegeven aan de klacht. Bovendien is het indienen van een klacht zonder bijstand of tolk onmogelijk. Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar een stuk van Vluchtelingenwerk van 15 oktober 2024.

7. Als uitgangspunt geldt dat de minister op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Letland zijn internationale verplichtingen zal nakomen en dat de behandeling van zijn asielaanvraag niet in strijd zal zijn met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM. Dit is ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in de uitspraak van 20 december 20233 en de uitspraak van 15 april 20244. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Van een schending van artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM zal, in geval eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, eerst sprake zijn indien die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken (zie punten 91-93 van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, in de zaak Jawo).

8. Hier is eiser niet in geslaagd. Het enkele feit dat eiser stelt dat het voor hem moeilijk is om aannemelijk te maken dat ten aanzien van Letland niet van het interstatelijk

2 Verordening (EU) nr. 604/2013.

3 ECLI:NL:RVS:2023:4732.

4 ECLI:NL:RVS:2024:1556.

vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden, is geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken. Uit het arrest X van het Hof5 volgt verder dat eerdere ervaringen van een asielzoeker in een lidstaat of objectieve informatie over een lidstaat die wijzen op tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen van die lidstaat - zoals pushbacks en bewaring aan grensposten - niet noodzakelijkerwijs tot het oordeel leiden dat deze asielzoeker niet op grond van de Dublinverordening kan worden overgedragen aan die lidstaat waar deze praktijken bestaan en die verantwoordelijk is voor de behandeling van het door deze asielzoeker ingediende asielverzoek in een andere lidstaat. Eiser heeft geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat Letland zich - ten opzichte van hem - niet aan zijn internationale verplichtingen houdt of dat er in Letland sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen met betrekking tot de asielprocedure en opvangvoorzieningen, welke structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. De verklaringen van eiser over de door hem ervaren slechte behandeling gaan over de wijze waarop hij bij eerste aankomst in Letland is behandeld en niet over de situatie dat eiser als Dublinclaimant aan Letland zal worden overgedragen. Ook het door hem overgelegde stuk van Vluchtelingenwerk ziet op de positie van asielzoekers in Letland en zegt niks over de specifieke positie van Dublinclaimanten. Bovendien heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat hij is gedetineerd, omdat hij Letland illegaal is ingereisd. Van een illegale inreis is bij een overdracht op grond van de Dublinverordening geen sprake.

9. Indien eiser na zijn overdracht van mening is dat Letland zijn verplichtingen niet nakomt, ligt het op zijn weg om daarover in Letland te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe behorende instanties. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit niet mogelijk is.

10. De minister heeft daarom kunnen verwijzen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en zich terecht op het standpunt gesteld dat ervan kan worden uitgegaan dat Letland de internationale verplichtingen nakomt. Deze beroepsgrond slaagt niet.

11. Eiser stelt dat de minister in zijn persoonlijke ervaringen en omstandigheden aanknopingspunten had moeten zien om de asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken. Van eiser kan namelijk niet worden verwacht dat hij terugkeert naar Letland, omdat hij daar is geslagen en is gedetineerd.

11. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, de minister in de door eiser genoemde omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden aanwezig heeft hoeven achten die maken dat overdracht naar Letland van een onevenredige hardheid getuigt. Eiser heeft zijn verklaringen over wat eerder in Letland zou zijn gebeurd niet onderbouwd en daarmee is niet gebleken dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Letland van onevenredige hardheid getuigt. Daarnaast volgt uit de overwegingen hiervoor dat er in het algemeen geen aanleiding is om te veronderstellen dat eiser bij overdracht aan Letland een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling.

5 ECLI:EU:C:2024:195.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 juli 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Loman

Griffier

  • mr. K.L.H. Thomas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand