ECLI:NL:RBDHA:2026:25058

ECLI:NL:RBDHA:2026:25058

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.38246
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin/AMBV – overgangsrecht - artikel 35, eerste lid van de AMBV - artikel 43, eerste lid van de AMBV – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.38246

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. V. Senczuk),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.M. Sánchez Rhemrev).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 2 juli 2026 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder nader bericht niet verschenen. Na telefonisch contact heeft de gemachtigde van eiser ermee ingestemd dat zonder zijn aanwezigheid de zitting doorgang kan vinden.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Dit staat in de Dublinverordening, welke tot 12 juni 2026 van kracht was. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de

behandeling daarvan.1 In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.

Overgangsrecht

5. Op 12 juni 2026 is de Asiel- en Migratiebeheerverordening2 (AMBV) in werking getreden. Artikel 83, eerste volzin, van de AMBV bepaalt dat de Dublinverordening op 12 juni 2026 wordt ingetrokken. De rechtbank bespreekt daarom als eerste welk recht in deze zaak van toepassing is.

6. Artikel 84, tweede lid, van de AMBV bepaalt dat de vraag - welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een vóór 12 juni 2026 ingediend verzoek om internationale bescherming - wordt bepaald volgens de in de Dublinverordening vastgelegde criteria. Eisers verzoek om internationale bescherming is vóór 12 juni 2026 ingediend. Dat betekent dat de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is, op grond van het overgangsrecht, wordt bepaald volgens de in de Dublinverordening vastgelegde criteria. Op grond van de Dublinverordening neemt Nederland een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

7. Voor zover eisers gronden ook zien op de toepassing van de discretionaire bevoegdheid van de minister, is het volgende van belang. De rechtbank stelt vast dat artikel 35 van de AMBV, op grond waarvan de minister een de discretionaire bevoegdheid heeft, directe werking heeft sinds 12 juni 2026. Uit artikel 84, tweede lid, van de AMBV volgt namelijk niet dat het overgangsrecht ook op artikel 35 van de AMBV van toepassing is.

Bestaat er een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling, in de zin van artikel 4 van het Handvest?

8. Eiser heeft aangevoerd dat hij Duitsland heeft moeten verlaten vanwege problemen met een familielid. Deze problemen zijn al in Algerije ontstaan. Dit familielid verblijft illegaal in Duitsland, waardoor het volgens eiser niet mogelijk is om bescherming te vragen bij de Duitse autoriteiten. Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar pagina 5 van het aanmeldgehoor, waar eiser heeft verklaard: "Ik ben echt op tijd gevlucht. Het is een kwestie van leven of dood."

9. De rechtbank begrijpt eisers beroepsgrond zo, dat hij een beroep heeft willen doen op artikel 43, eerste lid, aanhef en onder a, van de AMBV: ‘’de overdracht voor de betrokken persoon een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling zou inhouden in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten;’’

10. Als uitgangspunt geldt dat de minister op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen zal nakomen en dat de behandeling van zijn asielaanvraag niet in strijd zal zijn met artikel 4 van het Handvest. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. De rechtbank oordeelt dat eiser geen informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat Duitsland zich - ten opzichte van hem - niet aan zijn internationale verplichtingen houdt. Eisers verklaringen zijn onvoldoende om tot dit oordeel te komen. De minister heeft ten aanzien van Duitsland mogen uitgaan van het

1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

2 EU 2024/1351 en EU 2025/90929 rectificatie.

interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat eiser zonodig een beroep kan doen op de Duitse autoriteiten als hij bescherming nodig heeft. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

11. Voor zover eisers gronden ook zien op de toepassing van de discretionaire bevoegdheid van de minister, is het volgende van belang.

12. De minister maakt op grond van het huidige beleid3, zoals dat geldt met ingang van 12 juni 2026, in de regel geen gebruik van deze discretionaire bevoegdheid, tenzij dit naar het oordeel van de IND vanwege proceseconomische redenen aangewezen is.

13. In artikel 43, eerste lid, van de AMVB staat dat de verzoeker het recht heeft tegen het overdrachtsbesluit bij een rechterlijke instantie een doeltreffend rechtsmiddel in te stellen. De draagwijdte van een dergelijk rechtsmiddel is beperkt tot een beoordeling of: a) de overdracht voor de betrokken persoon een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling zou inhouden in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten; b) er sprake is van omstandigheden na het overdrachtsbesluit die bepalend zijn voor de juiste toepassing van deze verordening; en c) inbreuk is gemaakt op de artikelen 25 tot en met 28 en artikel 34, in het geval van op grond van artikel 36, lid 1, punt a), overgenomen personen.

13. De rechtbank stelt vast dat er, gelet op artikel 43, eerste lid van de AMBV geen rechtsmiddel openstaat tegen het niet gebruikmaken van de discretionaire bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 35, eerste lid, van de AMBV. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling daarvan.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het overdrachtsbesluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

3 C2/3.3.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

07 augustus 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.P. Loman

Griffier

  • mr. K.L.H. Thomas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand