ECLI:NL:RBDHA:2026:25066

ECLI:NL:RBDHA:2026:25066

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.38219
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

AMB België. Beroep gegrond, onzorgvuldige voorbereiding en motiveringsgebrek, opvang niet-kwetsbare alleenstaande mannen, effectieve rechtsbescherming. besluit vernietigd, pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.38219

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),

en

(gemachtigde: mr. E.M.G. Walraven).

1. Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 23 mei 2026 een asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juli 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

6. De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het besluit

7. Eiser stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1977.

8. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Uit Eurodac blijkt dat eiser asiel heeft aangevraagd in België. De minister heeft daarom bij België een verzoek om kennisgeving inzake terugname gedaan. België heeft de kennisgeving bevestigd.

Toepasselijk recht

9. Op 12 juni 2026 is de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV) in werking getreden. Artikel 83, eerste volzin, van de AMBV bepaalt dat de Dublinverordening op 12 juni 2026 wordt ingetrokken. De rechtbank bespreekt daarom als eerste welk recht in deze zaak van toepassing is.AMBV van toepassing

10. Uit de beroepsgronden begrijpt de rechtbank dat eiser zich op het standpunt stelt dat de Dublinverordening op zijn situatie van toepassing is. De minister stelt zich op het standpunt dat in deze zaak de AMBV van toepassing is.

11. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat de AMBV in deze zaak van toepassing is. De AMBV is op 12 juni 2026 in werking getreden en heeft als verordening onmiddellijke en rechtstreekse werking. Dat betekent dat de bepalingen daarvan vanaf die datum direct van toepassing zijn, behoudens voor zover de AMBV zelf in overgangsrecht voorziet. De rechtbank stelt vast dat de asielaanvraag van eiser op 23 mei 2026 is ingediend, daarmee vóór de inwerkingtreding van de AMBV. Anders dan eiser aanvoert, leidt dit echter niet tot toepassing van het overgangsrecht. Weliswaar is sprake van een vóór 12 juni 2026 ingediende aanvraag, maar in deze zaak is sprake van een terugnamesituatie en niet van een overnamesituatie. Artikel 84, tweede lid, van de AMBV ziet uitsluitend op de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat in overnamesituaties, waarin die verantwoordelijkheid nog moet worden bepaald. Van een dergelijke situatie is hier geen sprake. Eiser heeft reeds eerder in België asiel aangevraagd. Met de acceptatie van het terugnameverzoek op 22 juni 2026 heeft België bevestigd verantwoordelijk te zijn voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. De verantwoordelijkheidsvraag is dus al beantwoord. Nu de AMBV voor het overige geen overgangsbepalingen bevat, zijn de overige bepalingen daarvan vanaf 12 juni 2026 onmiddellijk van toepassing. De minister heeft de aanvraag daarom terecht aan de hand van de AMBV beoordeeld.Kan de minister ten aanzien van België uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?

Structurele tekortkomingen in de asielopvang

12. Eiser voert aan dat sprake is van ernstige en structurele tekortkomingen in de asielopvang in België waardoor alleenstaande meerderjarige mannen structureel het risico lopen verstoken te blijven van opvang. Hierbij verwijst eiser naar uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen van 5 februari 2025, 6 maart 2025, 11 maart 2025, 17 maart 2025. Ook verwijst eiser naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 21 augustus 2024.

13. De minister stelt zich op het standpunt dat de opvangsituatie in België sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 23 juli 2025 is gewijzigd. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat niet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoekers niet langer aan België mochten worden overgedragen, omdat niet kon worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van de opvangvoorzieningen in België. Volgens de minister blijkt uit nieuwe informatie van het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil) dat de opvangsituatie inmiddels zodanig is verbeterd dat deze conclusie niet langer geldt. De minister verwijst daarbij naar de brief van Fedasil van 5 februari 2026, die als bijlage is opgenomen bij Informatiebericht 2026/8. Op basis van deze informatie stelt de minister zich op het standpunt dat de opvang voor niet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoekers weer voldoende op orde is en dat voor iedere alleenstaande mannelijke Dublinclaimant daadwerkelijk (nood)opvang beschikbaar is.

14. De minister wijst erop dat het aantal alleenstaande mannen op de doorstroomlijst voor een plaats in het reguliere federale opvangnetwerk van Fedasil al langere tijd afneemt. Volgens de minister is in ruim een half jaar tijd sprake geweest van een aanzienlijke daling: op 30 september 2025 stonden nog 1.945 personen op de doorstroomlijst, terwijl dit aantal op 1 mei 2026 was gedaald naar 1.126 personen. Tijdens de zitting heeft de minister toegelicht dat het aantal personen op de doorstroomlijst per 1 juni 2026 verder was gedaald naar 1.043 personen. Volgens de minister laat deze ontwikkeling zien dat sprake is van een structurele en voortdurende afname van het aantal personen dat nog wacht op doorstroom naar het reguliere opvangnetwerk. Hierdoor neemt de beschikbaarheid van (nood)opvangplekken volgens de minister steeds verder toe. Op grond hiervan stelt de minister zich op het standpunt dat opnieuw van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan worden uitgegaan.

15. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gebleken van een aanzienlijke en structurele verbetering van de opvangsituatie voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen in België sinds de Afdelingsuitspraak van 23 juli 2025. De rechtbank verwijst hiertoe naar de motivering van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht van 2 juni 2026 en van 14 juli 2026. Uit deze uitspraken volgt dat weliswaar sprake is van een daling van het aantal alleenstaande mannelijke verzoekers om internationale bescherming op de zogenoemde doorstroomlijst en dat dit aantal inmiddels structureel lager ligt dan de beschikbare capaciteit van 2.000 humanitaire opvangplaatsen, maar dat hieruit niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat voor iedere niet-kwetsbare alleenstaande man daadwerkelijk een opvangplaats beschikbaar is. Daarbij is van belang dat de genoemde 2.000 opvangplaatsen niet uitsluitend zijn bedoeld voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen, maar ook worden ingezet voor andere doelgroepen, waaronder niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Daarnaast bestaat deze capaciteit uit 1.800 generieke plaatsen en 200 plaatsen specifiek voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, waardoor onduidelijk blijft hoeveel plaatsen feitelijk beschikbaar zijn voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen. Het enkele feit dat het aantal personen op de doorstroomlijst afneemt, biedt daarom onvoldoende grond voor de conclusie dat voor deze groep een opvangplaats is gegarandeerd. Evenmin is gebleken dat het aantal plaatsen in de reguliere opvang voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen sinds de Afdelingsuitspraak van 23 juli 2025 is toegenomen.

16. Naar het oordeel van de rechtbank is bij deze stand van zaken nog steeds sprake is van structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in België en bereiken deze tekortkomingen de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid als bedoeld in het arrest Jawo. Het bestreden besluit bevat geen nadere motivering waaruit blijkt waarom in het geval van eiser, in afwijking van de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 2 juni 2026 en 14 juli 2026, toch van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De minister heeft volstaan met verwijzing naar dezelfde brief van Fedasil van 5 februari 2026 en dezelfde doorstroomcijfers als die reeds bij de beoordeling in voornoemde uitspraken zijn betrokken. Ook tijdens de zitting heeft de minister geen duidelijkheid kunnen verschaffen over de punten die in de eerdere uitspraken aanleiding hebben gegeven tot twijfel. De rechtbank komt daardoor tot dezelfde conclusie dat de minister nader onderzoek had moeten verrichten naar de opvangsituatie in België. De beroepsgrond slaagt.

Effectieve rechtsbescherming

17. Op de zitting is ook aan de orde gesteld of in België sprake is van effectieve rechtsbescherming. Daarnaast is de houding van de Belgische autoriteiten aan de orde gesteld. De minister heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat uit het ‘AIDA Landenrapport België – 2024 Update’ blijkt dat het mogelijk is om te klagen bij de Ombudsman. Daarnaast verwijst de minister ook naar het ‘AIDA Landenrapport België – 2025 Update’ waaruit volgt dat een asielzoeker succesvol zou hebben geklaagd bij de Belgische autoriteiten.

18. De Afdeling heeft in de uitspraak van 23 juli 2025 geoordeeld dat asielzoekers in België, doordat de Belgische autoriteiten rechterlijke uitspraken niet naleven en dwangsommen niet betalen, ook geen toegang hebben tot effectieve rechtsbescherming van hun recht op opvang. Daarom is de Afdeling van oordeel dat in België ook op het gebied van rechtsbescherming sprake is van structurele tekortkomingen, die maken dat niet-kwetsbare alleenstaande mannen de geconstateerde tekortkomingen in de opvangvoorzieningen niet effectief bij de Belgische rechter kunnen afdwingen.

19. De rechtbank is niet gebleken van nieuwe informatie op grond waarvan kan worden geoordeeld dat in België nu wel sprake is van effectieve rechtsbescherming als het gaat om het verkrijgen van opvang. De door de minister genoemde AIDA-rapporten leiden niet tot een ander oordeel. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze rapporten niet expliciet van een verbetering van de effectieve rechtsbescherming op het gebied van het verkrijgen van opvang. Daarnaast heeft de minister geen andere informatie overgelegd waaruit blijkt dat de situatie op het gebied van effectieve rechtsbescherming na de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 is verbeterd.Conclusie en gevolgen

20. Gelet op het voorgaande kon de minister niet zonder nader onderzoek concluderen dat eiser niet terechtkomt in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie, zoals bedoeld in het Jawo-arrest. Ook mocht de minister er niet van uitgaan dat voor eiser in België sprake is van effectieve rechtsbescherming als het gaat om het verkrijgen van opvang. De minister mocht dan ook niet zonder nader onderzoek uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelt dat de minister in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd.

21. Omdat het beroep gegrond is, ziet de rechtbank aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van eiser. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 3 juli 2026;

- draagt de minister op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 21 augustus 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.M.M. Heppe

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand