RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.38220
(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),
en
(gemachtigde: mr. E.M.G. Walraven).
Procesverloop
3. De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.38219, op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
5. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.38219, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
6. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,00.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 21 augustus 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.