ECLI:NL:RBDHA:2026:25073

ECLI:NL:RBDHA:2026:25073

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.8603 [rectificatie]
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Rectificatie. Asiel, Soedan, Eurodac-resultaat onvoldoende actueel, status van internationale bescherming in Griekenland, beroep gegrond, pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.8603 Rectificatie (bladzijde 4)

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

(gemachtigde: mr. K. Kanters).

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 28 november 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

6. De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. M.E. Buijsse als waarnemer van de gemachtigde van eiser,

G. Ali als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond

7. Eiser is van Soedanese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1983. Hij heeft op 28 november 2024 een asielaanvraag in Nederland ingediend.

8. Uit het op 28 november 2024 uitgevoerde Eurodac-onderzoek is gebleken dat eiser met ingang van 20 augustus 2020 internationale bescherming heeft gekregen in Griekenland.

Het bestreden besluit

9. Bij het bestreden besluit heeft de minister de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser in Griekenland internationale beschenning heeft. De minister stelt dat eiser geen concrete aanwijzingen of aanknopingspunten heeft aangebracht om aan te nemen dat de registratie in Eurodac onjuist is. De minister stelt dat eiser, gelet op zijn asielstatus in Griekenland, een zodanige band met Griekenland heeft dat het redelijk is dat hij daarheen terugkeert. De minister stelt verder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer

naar Griekenland in een situatie terecht zal komen die in strijd is met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Heeft eiser nog internationale bescherming in Griekenland?

l 0. Eiser voert aan dat het Eurodac-resultaat van 26 maart 2025 onvoldoende actueel is. Op het moment van het bestreden besluit was deze informatie bijna een jaar oud. Volgens eiser kan de minister niet zonder nader onderzoek ervan uit gaan dat eiser nog steeds internationale bescherming in Griekenland heeft. Eiser verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 27 november 2025.1

11. De rechtbank overweegt als volgt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de minister in beginsel mag afgaan op informatie van een andere lidstaat, zoals een

Eurodac-resultaat.2 Daarvoor geldt wel dat het tijdsverloop sinds het onderzoek in het Eurodac-systeem beperkt dient te zijn en dat uit de informatie duidelijk wordt wat de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling bij terugkeer is. Als het resultaat uit het Eurodac-onderzoek onvoldoende actueel is dan wel onvoldoende verblijfsrechtelijke informatie over de vreemdeling bevat, dient de minister nader onderzoek te doen naar de vraag of de vreemdeling nog steeds over een door de desbetreffende lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning dan wel een andere toestemming tot verblijf beschikt.3

12. De informatie waar de minister het bestreden besluit op heeft gebaseerd, te weten het Eurodac-resultaat van 28 november 2024 waaruit blijkt dat Griekenland aan eiser internationale bescherming heeft verleend, is naar het oordeel van de rechtbank

1 ECLl:NL:RBDHA:2025:22749.

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van l september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2441.

3 ECLI:NL:RVS:2016:2441, overweging 5.

onvoldoende actueel. Op het moment van het bestreden besluit was deze informatie namelijk ruim elf maanden oud. Gelet hierop kon de minister er in het bestreden besluit niet zonder nader onderzoek (in Eurodac of bij de Griekse autoriteiten) van uitgaan dat eiser nog steeds internationale bescherming in Griekenland heeft.

13. Wat betreft het standpunt van de minister dat een verleende internationale beschermingsstatus pas eindigt als die status na een individuele beoordeling wordt ingetrokken of niet wordt verlengd en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat de Griekse autoriteiten een dergelijke individuele beoordeling hebben verricht4 en dat eiser dat niet heeft gedaan, leidt in dit geval niet tot een ander oordeel. Naar het oordeel van de rechtbank geldt dit uitgangspunt alleen indien de informatie waarop de minister zich baseert voldoende actueel is. Daarvan is in dit geval geen sprake. Pas als uit voldoende actuele informatie volgt dat een vreemdeling internationale bescherming in een andere lidstaat heeft, is het aan de vreemdeling om het tegendeel aannemelijk te maken. De minister heeft tijdens de zitting verder aangevoerd dat Eurodac-onderzoek maar op twee wettelijke grondslagen kan worden aangevraagd. Namelijk bij een nieuwe asielaanvraag of als een vreemdeling wordt aangetroffen zonder documenten. Ook dit leidt niet tot een ander oordeel, de minister had namelijk ook anderszins een uitvraag kunnen doen bij de Griekse autoriteiten over de status van de internationale bescherming in Griekenland.

14. Nu de minister het onder overweging 11 bedoelde nader onderzoek (in Eurodac of bij de Griekse autoriteiten) niet heeft verricht en zich in het bestreden besluit heeft gebaseerd op onvoldoende actuele informatie, heeft de minister het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser nog internationale bescherming in Griekenland heeft, zoals artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw voorschrijft. De beroepsgrond slaagt.

15. Omdat het beroep van eiser vanwege het voorgaande al gegrond is, wordt aan de bespreking van de overige beroepsgronden niet meer toegekomen.

Conclusie en gevolgen

16. De minister heeft de aanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

17. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

18. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt€ 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

4 ECLl:NL:RVS:2017:1253.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van l 0 februari 2026;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van€ 1.868,-

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

De griffier

Afschrift verzonden naar partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet. eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend , binnen l week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G. Schnitzler

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand