ECLI:NL:RBDHA:2026:25075

ECLI:NL:RBDHA:2026:25075

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.21018 en NL26.21019
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Dublin Kroatië, beroep ongegrond. Eiseres komt uit Syrië en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. Eiseres heeft eerder asiel aangevraagd in Kroatië. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat tussen eiseres en haar dochter geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie, zoals bedoeld in artikel 16 van de Dv. De rechtbank neemt hierbij in acht dat eiseres zich een jaar staande heeft weten te houden in Syrië zonder haar dochter, en alleen vanuit Syrië naar Kroatië en vervolgens naar Nederland is gereisd, ondanks haar gezondheidsproblemen. Ook betrekt de rechtbank hierbij het feit dat eiseres in Nederland niet permanent bij haar dochter verblijft. In het kader van het beroep van eiseres op artikel 17 van de Dv, is de rechtbank van oordeel dat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uit moet worden gegaan dat eiseres in Kroatië, net als in Nederland, terecht kan voor de benodigde medische zorg. Hier heeft eiseres geen argumenten tegen ingebracht. Voorts heeft verweerder over de band van eiseres met haar dochter kunnen wijzen op het feit dat daarvoor een andere vergunning kan worden aangevraagd en dat de Dublinprocedure daar niet voor is bedoeld. Voorts vormt het analfabetisme van eiseres geen bijzondere omstandigheid in het kader van artikel 17 van de Dv.

Uitspraak

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. F.M. Holwerda),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.A. Westrate).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 april 2026 niet in behandeling genomen omdat hij Kroatië verantwoordelijk acht voor de aanvraag. Eiseres heeft ook een verzoek ingediend tot treffen van een voorlopige voorziening.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Z. Hamawandi als tolk en de gemachtigde van verweerder. De dochter van eiseres was ook aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waarover gaat deze uitspraak?

2. De rechtbank concludeert in deze uitspraak dat verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling heeft hoeven nemen omdat Kroatië daarvoor verantwoordelijk is. Het beroep is ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De rechtbank legt hierna uit, aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, hoe zij tot dat oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Wat betrekt de rechtbank in haar beoordeling?

3. Eiseres is geboren op [datum] 1964 en heeft de Syrische nationaliteit. Zij heeft op 11 februari 2026 asiel aangevraagd in Nederland.

De Europese Unie heeft gezamenlijke regels over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die stonden in de Dublinverordening (Dv). Vanaf 12 juni 2026 geldt niet meer de Dublinverordening maar de Asiel- en migratiebeheerverordening (AMBV). In deze zaak dateren de aanvraag en het bestreden besluit van vóór 12 juni 2026 en heeft verweerder dat besluit dus ook genomen met toepassing van de Dublinverordening. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en rechtsbescherming beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit niet op grond van artikel 43, eerste lid, van de AMBV, maar nog op grond van artikel 27, eerste lid, van de Dublinverordening.

Op grond van de Dublinverordening neemt Nederland een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Uit Eurodac is gebleken dat eiseres eerder asiel heeft aangevraagd in Kroatië. Hierbij is gebleken dat zij op die asielaanvraag nog geen beslissing heeft gekregen. Volgens artikel 18, eerste lid onder b, van de Dv is Kroatië daarom verantwoordelijk voor de behandeling van haar asielaanvraag. Verweerder heeft op 4 maart 2026 aan Kroatië gevraagd om eiseres terug te nemen. Kroatië heeft dit verzoek op 16 maart 2026 aanvaard.

Is tussen eiseres en haar dochter sprake van een afhankelijkheidsrelatie, zoals bedoeld in artikel 16 van de Dv?

4. Eiseres doet een beroep op artikel 16 van de Dv en stelt dat er tussen haar en haar dochter sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. Eiseres heeft een dochter in Nederland die voor haar zorgt. Zij stelt dat haar dochter in Syrië ook al voor haar heeft gezorgd, en dat deze zorg tijdelijk is overgenomen door anderen toen haar dochter, een jaar eerder dan eiseres, naar Nederland is gegaan. Verweerder werpt ten onrechte tegen dat vast moet komen te staan dat de dochter de enige is die voor haar kan zorgen, aldus eiseres. Uit artikel 16 van de Dv volgt namelijk niet de eis van ‘exclusieve afhankelijkheid’. Hiermee stelt verweerder een te zware eis, aldus eiseres. Eiseres voert ter onderbouwing twee uitspraken aan: een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem van 3 september 2020 en een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 26 juni 2024. Voorts stelt zij dat niet in geschil is dat zij lijdt aan diabetes en hypertensie. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom dat niet is aan te merken als ernstige ziekte als bedoeld in artikel 16 van de Dv. Verder stelt eiseres dat zij – naar Syrische begrippen – met haar 62 jaar een hoge leeftijd heeft. Hier is verweerder ook zonder motivering aan voorbijgegaan.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de situatie van eiseres niet voldoet aan de regels en voorwaarden om te kunnen spreken van afhankelijkheid van haar dochter. Uit de klachten van eiseres neergelegd in het GZ-rapport blijkt niet dat zij ernstig ziek is, of dat vanwege hoge leeftijd een afhankelijkheidsrelatie is ontstaan tussen haar en haar dochter. Voorts is eiseres al vijftien jaar bekend met de gezondheidsklachten die zij ervaart. Ook heeft zij niet aangetoond dat de dochter de enige is die voor haar kan zorgen. Eiseres heeft daarnaast niet voldoende stukken overgelegd om aan te tonen hoe de hulp of zorg aan haar eruitziet in de praktijk. Voorts heeft eiseres zelfstandig naar Nederland kunnen reizen, zonder haar dochter en heeft zij eerst in Kroatië, en daarna in Nederland asiel aangevraagd. Uit haar dossier blijkt dat zij in Nederland niet permanent verblijft bij haar dochter. Gelet op het voorgaande kan dus niet worden geconcludeerd dat eiseres steeds afhankelijk is (geweest) van de zorg van haar dochter, of dat de dochter de enige is die voor eiseres kan zorgen. Gedurende de afwezigheid van haar dochter van ongeveer een jaar heeft eiseres zelfstandig gefunctioneerd. Niet is gebleken dat er daardoor sprake is geweest van een verergering van haar ziektebeeld en/of gezondheidsklachten. Met betrekking tot het beroep van eiseres op de uitspraak van 3 september 2020, heeft verweerder zich ter zitting op het standpunt gesteld dat die uitspraak op meerdere punten verschilt van de situatie van eiseres. In die zaak was sprake van een BMA-advies, mantelzorg, en suïcidaliteit. Ook woonde de vreemdeling in die zaak bij de zoon in huis, en had de vreemdeling in die zaak een gezamenlijk huishouden gevoerd in het land van herkomst. Op essentiële punten gaat het dus om verschillende gevallen, aldus verweerder. Wat het beroep van eiseres betreft op de uitspraak van 26 juni 2024, verwijst verweerder naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 19 december 2019, waarin het exclusieve karakter van de afhankelijkheidsrelatie in het kader van artikel 16 van de Dv nog steeds als voorwaarde geldt volgens de Afdeling.

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat tussen eiseres en haar dochter geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie, zoals bedoeld in artikel 16 van de Dv. De rechtbank neemt hierbij in acht dat eiseres zich een jaar staande heeft weten te houden in Syrië zonder haar dochter, en alleen vanuit Syrië naar Kroatië en vervolgens naar Nederland is gereisd, ondanks haar gezondheidsproblemen. Ook betrekt de rechtbank hierbij het feit dat eiseres in Nederland niet permanent bij haar dochter verblijft. Daarnaast onderschrijft de rechtbank het standpunt van verweerder dat de gezondheidsklachten van eiseres niet kunnen worden aangemerkt als ‘ernstige ziekte’, en dat de leeftijd van eiseres (62 jaar) niet kan worden aangemerkt als ‘hoge leeftijd’. Voorts volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat de eerste zaak waar eiseres naar heeft verwezen op essentiële punten verschilt van de situatie van eiseres, en dat het beroep van eiseres op de tweede uitspraak niet kan slagen, gezien genoemde uitspraak van de Afdeling van 19 december 2019. Exclusieve afhankelijkheid mag als eis worden gesteld.

De rechtbank begrijpt dat eiseres veel steun heeft aan haar dochter en neemt aan dat de dochter feitelijk ook zorgtaken uitvoert om eiseres te helpen. Gezien het voorgaande is dit echter niet voldoende om een geslaagd beroep te doen op artikel 16 van de Dv. De beroepsgrond slaagt niet.

Is het onevenredig hard om eiseres over te dragen aan Kroatië, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, Dv?

5. Eiseres stelt dat het van onevenredige hardheid getuigt om haar te scheiden van haar dochter en kleinkind. Eiseres zal zich vanwege haar medische klachten en het zijn van analfabeet niet alleen kunnen redden in Kroatië. Zo zal zij bijvoorbeeld niet de juiste medicatie op het juiste moment innemen en niet de juiste voeding tot zich nemen. Dit zal tot een verslechtering van haar gezondheidssituatie leiden. Het is dan ook om humanitaire redenen niet wenselijk dat eiseres wordt overgedragen aan Kroatië. Eiseres stelt dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom haar medische situatie, de hulp en ondersteuning door haar dochter en het feit dat zij heeft moeten vluchten en analfabeet is, in onderlinge samenhang bezien, geen grond vormt om met toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat Nederland er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel op mag vertrouwen dat Kroatië zich aan de regels houdt. Als eiseres in Kroatië niet de juiste opvang krijgt, kan zij daar een klacht indienen. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij niet kan klagen bij de Kroatische autoriteiten (ook niet wegens analfabetisme). Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat in Kroatië sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure. Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat in Kroatië niet genoeg hulp is en dat dit de drempel van het Jawo-arrest haalt. Met de verwijzing naar het AIDA-rapport over Kroatië, update 2024, heeft eiseres niet voldoende laten zien dat in Kroatië sprake is van structurele tekortkomingen de asielprocedure, opvang of toegang tot medische zorg. Uit dit rapport blijkt weliswaar dat er moeilijkheden kunnen ontstaan in het faciliteren van toegang tot de gezondheidszorg, maar niet dat een schending van artikel 3 EVRM of artikel 4 Handvest hieruit volgt. Ook heeft eiseres geen medische stukken overgelegd waarin wordt ingegaan op de gevolgen van een overdracht naar Kroatië en de specifieke gevolgen voor haar gezondheidstoestand. Gelet op het voorgaande is niet gebleken dat sprake zal zijn van een ernstige mentale of lichamelijke aandoening, waarbij de overdracht een reëel en bewezen risico zal inhouden op een aanzienlijke onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheidstoestand.

Voorts leidt haar overdracht aan Kroatië niet tot onevenredige hardheid. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Als zij familie heeft in Nederland waar zij wil verblijven, kan zij hier een aparte vergunning voor aanvragen. Als eiseres medische zorg nodig heeft van instanties, dan kan zij daarvoor in Kroatië terecht. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder daarvan uitgaan.

De rechtbank is van oordeel dat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uit moet worden gegaan dat eiseres in Kroatië, net als in Nederland, terecht kan voor de benodigde medische zorg. Hier heeft eiseres geen argumenten tegen ingebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder over de band van eiseres met haar dochter kunnen wijzen op het feit dat daarvoor een andere vergunning kan worden aangevraagd en dat de Dublinprocedure daar niet voor is bedoeld. Voorts vormt het analfabetisme van eiseres geen bijzondere omstandigheid in het kader van artikel 17 van de Dv. Verweerder had daarom ook hierin in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om artikel 17, eerste lid, van de Dv toe te passen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Roubos, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand