ECLI:NL:RBDHA:2026:25076

ECLI:NL:RBDHA:2026:25076

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-07-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.14360 NL26.14361
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, problemen vanwege uithuwelijking aan een Al-Shabaab lid, de minister mocht uitgaan van de informatie in het Griekse asieldossier, eiseres heeft tegenstrijdig verklaard over het hebben van documenten, alleenstaande vrouw, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.14360

(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),

en

(gemachtigde: mr. Y. Thole).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft op 3 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 9 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

6. De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Ikar als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Documenten
Problemen vanwege uithuwelijking aan een Al-Shabaab lid

Het asielrelaas

7. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit, is geboren op [geboortedatum] 2000 en behoort tot de Dir-Stam. Eiseres is rond 2019 uitgehuwelijkt aan een lid van Al-Shabaab. Toen eiseres werd opgehaald ter voorbereiding op de uithuwelijking vond er een incident plaats waarbij haar moeder verwondingen op liep en haar broer werd doodgeschoten. In afwachting van de huwelijksvoltrekking verbleef eiseres in het huis van de zoon van haar toekomstige echtgenoot. Hier werd eiseres door haar toekomstige echtgenoot mishandeld en seksueel misbruikt. Eiseres is uiteindelijk gevlucht naar een vriendin van haar tante, die met behulp van een reisagent een reis naar Turkije heeft geregeld. In augustus 2019 heeft eiseres Somalië verlaten. Zij is via Griekenland Europa ingereisd.

Het bestreden besluit

8. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Problemen vanwege uithuwelijking aan een Al-Shabaab lid.

9. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat haar identiteit, nationaliteit en herkomst deels geloofwaardig zijn. De problemen vanwege uithuwelijking aan een Al-Shabaab lid zijn volgens de minister niet geloofwaardig. De minister heeft het Griekse dossier betrokken bij de beoordeling van haar asielaanvraag. Eiseres heeft haar verklaringen niet volledig kunnen onderbouwen met de overgelegde documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dit is volgens de minister niet het geval omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en omdat zij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd. Hiermee voldoet eiseres niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en e Vw.

10. Verder is eiseres volgens de minister geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag omdat zij niet kan worden aangemerkt als alleenstaande vrouw. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er geen familielid of sociaal netwerk is waar zij op kan terugvallen. Uit de verklaringen van eiseres blijkt namelijk dat haar moeder, tante, zus en neven nog in Somalië wonen. Daarnaast loopt eiseres volgens de minister ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Voor de regio waarin eiseres woont, [plaats 1] , geldt namelijk dat het niveau van willekeurig geweld relatief laag is. Ook hoeft zij bij terugkeer niet door gebieden te reizen die onder controle staan van Al-Shabaab omdat uit landeninformatie blijkt dat zij rechtstreekst naar [plaats 1] kan vliegen. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen.

Identiteit, nationaliteit en herkomst

11. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte niet is ingegaan op haar argumenten in de zienswijze. Volgens haar heeft zij met concrete voorbeelden aannemelijk gemaakt dat sprake is van structurele tekortkomingen in de Griekse asielprocedure. Zo verklaarde eiseres dat zij in Griekenland in slechte gezondheidstoestand verkeerde en in het ziekenhuis lag, dat zij door de Somalische tolk is onder druk is gezet, dat zij tevergeefs correcties op het aanmeldgehoor heeft geprobeerd in te dienen en dat zij betwist dat de door haar opgegeven persoonsgegevens aan haar zijn voorgelezen. Daarnaast voert eiseres aan dat de minister slechts een deel van het Griekse dossier bij de besluitvorming heeft betrokken. Gelet op de samenwerkingsverplichting had de minister het gehele Griekse asieldossier moeten opvragen.

12. Gelet op de inhoud van het beroepschrift en hetgeen tijdens de zitting is besproken, dient de rechtbank eerst te beoordelen of de minister bij de beoordeling van de asielaanvraag van de juistheid van de informatie in het Griekse asieldossier mocht uitgaan.

13. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat ze van het Griekse asieldossier mochten uitgaan. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er tijdens de gehoren in Griekenland onvoldoende procedurele waarborgen in acht zijn genomen. Uit het dossier blijkt dat het gehoor van 12 augustus 2021 plaatsvond met een geregistreerde tolk in de Somalische taal, afkomstig van het Europese Bureau voor Asiel. Eiseres was voor dit gehoor aanwezig bij het Regionale Bureau voor Asielaanvragen in [plaats 2] . Ook volgt uit het dossier dat het gehoor van 10 juni 2022 in het bijzijn van twee tolken heeft plaatsgevonden en dat eiseres toen is gewezen dat zij eventuele problemen met de tolken op onmiddellijk moest melden. Aan het einde van dit gehoor verklaarde eiseres zelf dat zij alles goed had begrepen en dat er geen sprake was van communicatieproblemen. De rechtbank is van oordeel dat de gehoren hiermee met voldoende zorgvuldigheid zijn afgenomen. De stellingen van eiseres maken dit niet anders.

14. Zo heeft eiseres verklaard dat zij onder druk is gezet door een mannelijk tolk om de door haar opgegeven gegevens, zoals haar stam, te wijzigen zodat de kans op een verblijfsvergunning zou worden vergoot. Tijdens de zitting heeft eiseres de situatie verduidelijkt en gesteld dat de politie haar in het ziekenhuis heeft gehoord en dat er daarna nog twee officiële gehoren hebben plaatsgevonden. Volgens eiseres was bij alle drie de gesprekken dezelfde tolk aanwezig, die haar zowel tijdens het politiegehoor als tijdens het eerste officiële gehoor onder druk heeft gezet. Eiseres heeft deze stelling echter niet onderbouwd met documenten en ook het Griekse dossier biedt hiervoor geen aanknopingspunten. Uit het Griekse dossier blijkt namelijk dat tijdens het eerste officiële gehoor één tolk aanwezig was, die zowel van het Somalisch naar het Grieks als van het Grieks naar het Somalisch vertaalde. Tijdens het tweede officiële gehoor waren er volgens het Griekse dossier twee tolken aanwezig, waaronder een vrouw. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de mannelijke tolk die tijdens het eerste officiële gehoor aanwezig was, ook bij het tweede officiële gehoor aanwezig was. Indien dat het geval was geweest, had hij de vertaling in beide richtingen zelfstandig kunnen verzorgen, zodat de inzet van een vrouwelijke tolk niet voor de hand had gelegen. Daarbij komt dat eiseres tijdens het tweede officiële gehoor, waarin zij volgens haar eigen verklaringen niet onder druk is gezet, kennelijk op vergelijkbare wijze heeft verklaard over haar identiteit, herkomst en asielrelaas als tijdens het eerste officiële gehoor waarin ze heeft gesteld onder druk te zijn gezet. Dit volgt uit het feit dat het Griekse besluit niet rept over enige tegenstrijdigheid op dit punt in de verklaringen van eiseres hierover in Griekenland.

15. Eiseres heeft ook verklaard dat zij meerdere keren heeft geprobeerd haar identiteitsgegevens te corrigeren, maar dat dit niet gelukt is. Ook deze stelling is niet onderbouwd met documenten en ook het Griekse dossier geeft voor deze stelling geen aanknopingspunten. Daarbij komt dat eiseres tijdens de zitting heeft aangegeven dat er geen correcties en aanvullingen op de verslagen van het gehoor in Griekenland zijn ingediend. Ook de stelling van eiseres dat er uit diverse rapporten blijkt dat er in Griekenland een tekort aan (gecertificeerde) tolken is en dat zij zich daardoor afvraagt of wel sprake was van een gecertificeerde tolk maakt dit niet anders. Deze stelling is niet onderbouwd en uit het Griekse dossier blijkt dat er bij het gehoor van 10 juni 2022 een gecertificeerde tolk aanwezig was. Het feit dat de tegenwerping van de minister dat eiseres ten onrechte heeft verklaard dat het eerste gehoor in het ziekenhuis heeft plaatsgevonden omdat uit de stukken blijkt dat het eerste officiële gehoor in persoon en op locatie heeft plaatsgevonden, mogelijk geen stand houdt gezien eiseres haar toelichting ter zitting dat dit het politiegehoor betrof dat voorafgaande aan de twee officiële gehoren heeft plaatsgevonden en waarvan het Griekse dossier geen stukken bevat – maakt dit niet anders.

16. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister waarde heeft mogen hechten aan het feit dat eiseres veel informatie pas na het voornemen in haar zienswijze naar voren heeft gebracht en niet uit eigen beweging direct in de gehoren naar voren heeft gebracht. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat dit afdoet aan de geloofwaardigheid.

17. Tot slot maakt ook de stelling van eiseres dat het Griekse dossier niet volledig is omdat het alleen het besluit en het verslag van tweede officiële gehoor bevat maar niet het verslag van het eerste gehoor het oordeel van de rechtbank niet anders. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat het zorgvuldiger was geweest als de minister had geprobeerd het Griekse dossier volledig te maken. Echter uit het voorgaande en de wel in het Griekse dossier aanwezige stukken blijkt dat voldoende procedurele waarborgen in acht zijn genomen. De beroepsgrond slaagt niet.

18. Eiseres voert aan dat zij niet tegenstrijdig heeft verklaard over het bezit van een Somalisch paspoort. Volgens haar zijn eventuele tegenstrijdigheden het gevolg van een onvolledige vraagstelling door de Griekse immigratiedienst ten aanzien van het Somalische paspoort. Daarnaast stelt eiseres dat het een feit van algemene bekendheid is dat Somalische asielzoekers vaak met valse paspoorten en visa het land uitreizen.

19. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over het hebben van documenten. Uit het proces-verbaal van verhoor en uit het aanmeldgehoor blijkt dat eiseres heeft verklaard nooit in het bezit te zijn geweest van documenten. Uit het Griekse dossier blijkt daarentegen dat eiseres tijdens het gehoor van 10 juni 2022 heeft verklaard dat zij wel in het bezit was van een paspoort en dat zij dit zelf heeft aangevraagd. De verklaring van eiseres in de zienswijze dat het zou gaan om een vals paspoort, dat de Griekse autoriteiten niet voldoende hebben doorgevraagd en dat zij in Nederland naar waarheid heeft verklaard, leidt niet tot een ander oordeel. Ook de toelichting tijdens de zitting dat zij in Nederland heeft verklaard nooit een paspoort te hebben gehad omdat beide paspoorten die zij tijdens haar uitreis heeft gebruikt vals waren, vormt hiervoor geen afdoende verklaring.

20. Niet valt namelijk in te zien waarom eiseres op de vraag naar documenten in Griekenland bevestigend heeft geantwoord, terwijl zij in Nederland ontkennend heeft verklaard, nu zij stelt dat het in beide gevallen om dezelfde valse paspoorten ging. Daarbij komt dat eiseres niet kan worden gevolgd in haar stelling dat in Griekenland onvoldoende is doorgevraagd. Uit het Griekse gehoor blijkt dat eerst is gevraagd of eiseres met een reisdocument heeft gereisd, vervolgens of zij in het bezit was van een paspoort, of dat paspoort van haar was, waar het was uitgegeven en door welke instantie. Het betreft daarmee meerdere, gedetailleerde vragen. De beroepsgrond slaagt niet.

21. Eiseres voert aan dat zij niet tegenstrijdig heeft verklaard over het verblijf bij haar broer en over de leden van Al-Shabaab. Hierbij verwijst zij naar de uitleg in de zienswijze. Daarnaast voert eiseres aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat haar verklaringen over de ontsnapping onwaarschijnlijk zijn. Gelet op haar referentiekader had de minister volgens eiseres moeten doorvragen over de details van de ontsnapping. Verder is de minister volgens haar niet ingegaan op de uitleg die in de zienswijze is gegeven over de wijze waarop zij is ontsnapt.

22. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres verwijst ter onderbouwing van haar standpunt dat zij niet tegenstrijdig heeft verklaard over haar verblijf bij haar broer en over de leden van Al-Shabaab uitsluitend naar de zienswijze. De rechtbank is van oordeel dat deze enkele verwijzing naar de zienswijze, zonder daarbij concreet te onderbouwen op welke onderdelen de reactie van de minister in het bestreden besluit tekortschiet, onvoldoende is om aan te merken als een beroepsgrond waarover de rechtbank moet beslissen. Feitelijk slaagt al daarom al de beroepsgrond op dit punt niet.

23. Daarbij komt dat de rechtbank eiseres ook inhoudelijk niet volgt. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres in Nederland een wezenlijk ander asielrelaas naar voren heeft gebracht dan in haar Griekse asielprocedure. In Nederland heeft eiseres verklaard dat zij is gevlucht vanwege een gedwongen huwelijk met een Al-Shabaab lid, de vrees voor haar oom en mishandelingen en seksueel misbruik door haar toekomstige echtgenoot. In de Griekse procedure heeft eiseres daarentegen verklaard dat een man die haar op jonge leeftijd had verkracht opnieuw contact met haar had gezocht en dat zij vervolgens, nadat haar zus had geweigerd mee te werken aan spionageactiviteiten, de opdracht had gekregen explosieven te plaatsen. Daarnaast verschillen ook de verklaringen over de dood van haar broer in het Nederlandse dossier ten opzichte van het Griekse dossier. Eiseres heeft hierover in Nederland verklaard dat haar broer werd doodgeschoten toen zij door haar oom werd meegenomen, kort voor haar vertrek uit Somalië. In de Griekse procedure heeft zij verklaard dat haar broer al op veel jongere leeftijd, voorafgaand aan de gestelde verkrachting, werd doodgestoken. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van twee verschillende asielrelazen.

24. Daarnaast heeft eiseres ook binnen haar Nederlandse asielprocedure tegenstrijdig verklaard. Zo heeft zij over het verblijf bij haar broer gesteld dat zij niet heeft verklaard dat haar oom diezelfde middag bij haar broer zou langskomen, maar dat zij heeft gezegd dat hij “later in de middag” zou komen. Volgens eiseres kan deze aanduiding ook zien op de volgende dag, zodat geen sprake is van een tegenstrijdigheid. De rechtbank vindt deze uitleg wat ver gezocht en volgt deze niet. In het normale taalgebruik wordt met “later in de middag” gedoeld op een later moment op dezelfde dag en niet op een gebeurtenis die pas de volgende dag plaatsvindt. Met betrekking tot de verklaringen over de leden van Al-Shabaab verklaarde eiseres tijdens het aanmeldgehoor van 28 oktober 2023 dat zij nooit door Al-Shabaab was benaderd en dat haar familieleden niet samenwerkten met Al-Shabaab. In de correcties en aanvulling op het aanmeldgehoor van 8 april 2025 is vervolgens aangevuld dat eiseres in Nederland van haar moeder heeft vernomen dat haar oom lid was van Al-Shabaab. Tijdens het nader gehoor van 14 april 2025 heeft eiseres verklaard dat zij van haar oom hoorde dat zij werd uitgehuwelijkt aan ‘ [naam] ’, ook wist eiseres te vertellen dat hij Al-Shabaab lid is. Ook heeft zij verklaard dat haar oom voor ‘ [naam] ’ werkte. Het is volgens de rechtbank opmerkelijk dat eiseres in de correcties en aanvullingen haar verklaring dat haar familieleden niet samenwerkten met Al-Shabaab heeft gewijzigd, door aan te vullen dat zij had vernomen dat haar oom lid was van Al-Shabaab, zonder daarbij uit te leggen waarom zij tijdens het aanmeldgehoor anders heeft verklaard. Ook acht de rechtbank het opmerkelijk dat eiseres vervolgens tijdens het nader gehoor wel in veel detail kon verklaren over de banden tussen haar familie en Al-Shabaab. De door eiseres gegeven uitleg dat deze verklaringen op verschillende situaties zien en in verschillende contexten moeten worden gelezen, volgt de rechtbank niet.

25. Wat betreft de ontsnapping is de rechtbank het met eiseres eens dat de minister beter had kunnen doorvragen naar de manier waarop zij heeft weten te ontsnappen. Dit doet echter niet af aan al het voorgaande zodat blijft staan dat de minister de problemen vanwege uithuwelijking aan een Al-Shaab lid ongeloofwaardig heeft mogen vinden. De beroepsgrond slaagt niet.

Alleenstaande vrouw

26. Eiseres voert aan dat vaststaat dat zij een alleenstaande Somalische vrouw is. Haar moeder, tante en zus zijn naar Jemen vertrokken. Haar neven zijn nog jong, namelijk zes en acht jaar oud, hier kan eiseres niet op terugvallen. De minister dient te beoordelen of zij bij terugkeer naar Somalië, zonder sociaal netwerk, een risico loopt op ernstige schade.

27. In het beleid van de minister is opgenomen dat alleenstaande vrouwen in Somalië als risicoprofiel worden aanmerkt. Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft hangt onder meer af van de aanwezigheid van (groot)familie. Tot de grootfamilie kunnen onder meer vader, moeder, kinderen, tantes en ooms behoren. Uit de gehoren volgt dat eiseres wisselend heeft verklaard over haar familierelaties in Somalië. Zo heeft zij verklaard geen contact te hebben met haar familie in Somalië, waaronder haar moeder. Later heeft zij echter verklaard dat zij met haar moeder en tante in Somalië heeft gewoond. In de Griekse procedure van 10 juli 2022 heeft eiseres echter verklaard dat ze al sinds 2019 geen contact meer heeft met haar moeder Gelet op deze verklaringen kan niet worden vastgesteld dat eiseres voldoet aan het criterium van alleenstaande vrouw. Dat haar moeder, tante en zus naar Jemen zouden zijn vertrokken, heeft eiseres niet onderbouwd. Ook in beroep heeft zij geen inzicht gegeven in haar huidige gezinssituatie of die van haar familieleden. Gelet op de tegenstrijdigheden in haar verklaringen over haar identiteit kan bovendien niet worden vastgesteld wie eiseres is, zodat evenmin kan worden vastgesteld of zij bij terugkeer naar Somalië daadwerkelijk geen sociaal vangnet meer heeft. De minister heeft zich daarom naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

28. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 20 juli 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Lange

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand