ECLI:NL:RBDHA:2026:25096

ECLI:NL:RBDHA:2026:25096

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer SGR 25/788
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen. Brede ondersteuning buitenland. De woonsituatie van eiseres is in de voorbereiding van het bestreden besluit niet goed in beeld gebracht. Dit is deels te wijten aan een moeizame communicatie tussen partijen, waarin eiseres een aandeel heeft, maar dat ontslaat verweerder niet van zijn verplichting om duidelijke aanwijzingen van een ongeschikte woonsituatie in de voorbereiding te onderzoeken. Beroep gegrond. Vernietiging met terugverwijzing. Overweging ten overvloede omtrent het vervolg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 augustus 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] (Curaçao), verzoekster

de minister van Financiën, verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/788

(gemachtigden: mr. F. Heinink en mr. S. Arakelyan)

en

(gemachtigden: V.N. Giang en V.K. Oedai).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van een aangevraagde financiële vergoeding als brede ondersteuning in het buitenland op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

Verweerder heeft de aangevraagde vergoeding bij besluit van 24 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 december 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2025 op zitting behandeld. Eiseres werd ter zitting bijgestaan door haar eerdere gemachtigde, [naam 1] en verscheen zelf per beeldverbinding. Namens verweerder verschenen [naam 2] en V.N. Giang. Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst, om partijen gelegenheid te geven in onderling overleg tot een oplossing te komen.

Partijen hebben geen oplossing bereikt.

Eiseres heeft op 3 februari 2026 om een voorlopige voorziening verzocht, die bij uitspraak van 23 maart 2026 door de voorzieningenrechter is toegewezen.

Op 28 mei 2026 is het onderzoek ter zitting hervat. Ter zitting verschenen de gemachtigden van eiseres, mr. F. Heinink en mr. S. Arakelyan. Eiseres verscheen per beeldverbinding. Namens verweerder verschenen V.N. Giang en V.K. Oedai. Het onderzoek is vervolgens gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire.

3. Mede naar aanleiding van de problemen die zij ondervond als gevolg van de terugvorderingen van de kinderopvangtoeslag, is zij in 2008 met haar kinderen naar Curaçao vertrokken.

4. Op Curaçao heeft eiseres een bouwwerk gekocht, gelegen aan de [adres] . Het bouwwerk is bestemd als gezinswoning, maar nog niet afgebouwd; er ontbreken nog ramen, deuren, sanitair en andere gebruikelijke voorzieningen.

5. Verweerder heeft eiseres in het kader van de hersteloperatie benaderd voor brede ondersteuning. Aan eiseres is een casemanager toegewezen van Ondersteuning Team Buitenland (OTB).

6. Op 21 juli 2023 is een plan van aanpak opgesteld. In het plan van aanpak is omschreven dat eiseres de onvoltooide koopwoning wil afbouwen, om daarna met haar kinderen de woning te betrekken.

7. Eiseres heeft verweerder verzocht om bij wijze van brede ondersteuning een tegemoetkoming te verstrekken in de afbouwkosten van de woning, begroot op € 32.000,-. Verweerder heeft dat afgewezen. Volgens verweerder kan de aangevraagde tegemoetkoming niet worden aangemerkt als een redelijke kostenpost waarvoor brede ondersteuning is bedoeld.

8. Tot februari 2026 bewoonde eiseres met haar kinderen een provisorische verblijfsruimte, bestaand uit een kleine slaapkamer en een badkamer. Het gezin heeft deze provisorische verblijfsruimte vanaf februari 2026 verlaten. Sindsdien verblijft het gezin in de onafgewerkte koopwoning.

Ontwikkelingen hangende het beroep

9. Na schorsing van het onderzoek heeft verweerder nader onderzoek gedaan naar de actuele woonomstandigheden en naar mogelijke woonoplossingen. Het onderzoek valt uiteen in drie onderdelen: (-) de mate van geschiktheid van de provisorische verblijfsruimte, (-) afwerking van de koopwoning en (-) alternatieve woonoplossingen, zoals urgentieverklaringen of remigratie. Verweerder heeft een aannemingsbedrijf ingeschakeld, dat in januari 2026 de onafgewerkte koopwoning en de provisorische verblijfsruimte heeft bezocht. Over de provisorische verblijfsruimte heeft de aannemer vastgesteld, dat deze niet geschikt is voor bewoning door het gezin. Met betrekking tot de koopwoning heeft de aannemer vastgesteld, dat die vooralsnog onbewoonbaar is wegens het ontbreken van essentiële woonvoorzieningen.

10. Op 3 februari 2026 heeft verweerder aangegeven de noodzaak van een woonoplossing te erkennen, maar dat een vergoeding van de afbouwkosten niet past binnen de wettelijke regeling en het doel van de brede ondersteuning. Verweerder heeft eiseres uitgenodigd voor nader overleg.

11. Na vertrek uit de provisorische verblijfsruimte heeft eiseres zich gewend tot de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op 23 maart 2026 een voorlopige voorziening getroffen. Deze voorziening houdt in, dat verweerder zich moet inspannen om voor tijdelijke woonruimte te zorgen, waarvan verweerder de kosten draagt en die tot zes weken na de uitspraak in de beroepsprocedure beschikbaar blijft.

12. Verweerder heeft vervolgens een Airbnb-woning op Curaçao voor eiseres geregeld voor de duur van zes maanden. Eiseres en de kinderen verblijven vanaf 4 april 2026 op kosten van verweerder in deze woning.

Wat voert eiseres aan in beroep?

13. Volgens eiseres moet verweerder de afbouwkosten voor de koopwoning vergoeden op grond van artikel 2.15 van de Wht en is de weigering daarvan onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd. De afbouw van de koopwoning draagt bij aan een nieuwe start en de kosten daarvan zijn niet onredelijk. Daarbij is de weigering strijdig met het plan van aanpak. Verder zijn de belangen van de kinderen niet voldoende in de besluitvorming betrokken, wat in strijd komt met de artikelen 3 en 12 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en de Guidelines on Child Friendly Justice van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Zo nodig had verweerder toepassing moeten geven aan de hardheidsclausule uit artikel 9.1 van de Wht, althans de aanvraag op grond van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten toekennen. De weigering geeft namelijk geen blijk van een redelijke weging van belangen en leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

14. Verweerder kan brede ondersteuning in het buitenland aanbieden aan een ouder die door de kinderopvangtoeslagaffaire is gedupeerd. De ondersteuning is bedoeld om de gedupeerde ouder een steun in de rug te geven zodat een nieuwe start kan worden gemaakt. Aan de ondersteuning moet een plan van aanpak ten grondslag liggen, dat verweerder in overleg met de ouder heeft opgesteld. In het plan van aanpak wordt de ondersteuningsbehoefte in beeld gebracht op vijf leefgebieden, waaronder het leefgebied “Wonen”.

15. Voor het zorgvuldig in beeld krijgen van de leefsituatie zijn beide partijen nodig. Aan zowel de aanvrager als verweerder mogen in dat verband dus verwachtingen worden gesteld. Enerzijds heeft verweerder een verplichting tot zorgvuldig onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden. Aan de andere kant mag worden verlangd, dat de aanvrager de gegevens verstrekt waarover die redelijkerwijs kan beschikken en die voor de beoordeling nodig zijn.

16. De rechtbank stelt vast, dat de woonsituatie van eiseres in de voorbereiding van het bestreden besluit niet goed in beeld is gebracht. Uit de zaakstukken komt naar voren, dat dit deels is te wijten aan een moeizame communicatie tussen partijen. Daarin heeft eiseres een aandeel, door verweerder onregelmatig en met vertraging te informeren over haar leefsituatie. Dat ontslaat verweerder evenwel niet van zijn verplichting, om de duidelijke aanwijzingen van een ongeschikte woonsituatie in de voorbereiding te onderzoeken. Daarin is verweerder tekortgeschoten. Hierbij acht de rechtbank het volgende van belang.

Tijdens de bezwaarprocedure heeft de gemachtigde van eiseres aan de orde gesteld, dat de provisorische verblijfsruimte ongeschikt was voor bewoning en dat de woonsituatie problemen opleverde voor de veiligheid en gezondheid van het gezin. Ter onderbouwing hiervan zijn foto’s aan verweerder verstrekt. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen de woonsituatie van eiseres betreurenswaardig te achten, maar dat hij geen vergoeding kan verstrekken voor afbouw van de koopwoning. Daaraan heeft verweerder toegevoegd dat de geschetste woonomstandigheden op Curaçao niet ongebruikelijk zijn.

Het oordeel over de geschiktheid van de provisorische woonsituatie berust niet op zorgvuldig onderzoek en is, gelet op de bevindingen van de aannemer, inhoudelijk niet te verdedigen. Omdat de brede ondersteuning moet steunen op een plan van aanpak, is bovendien vereist dat de motivering daar voldoende op aansluit. Daaraan is niet voldaan. Het plan van aanpak is beperkt tot de wens van eiseres om de koopwoning te laten afbouwen. Er zijn daarbij geen concrete actiepunten of doelen geformuleerd, zodat voor eiseres niet duidelijk was wat zij kon verwachten en welk traject zou worden gevolgd om in kaart te brengen of het al dan niet aangewezen is om hiervoor financiële ondersteuning te bieden. Onder deze omstandigheden kon verweerder in het bestreden besluit niet volstaan met een verwijzing naar de gebrekkig in kaart gebrachte woonsituatie van dat moment en het feit dat aan eiseres al een bepaald bedrag aan brede ondersteuning is verleend. Hiermee ontbreekt het in het bestreden besluit dan ook aan een deugdelijke motivering.

17. Hieruit volgt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is genomen en niet deugdelijk is gemotiveerd. Het bestreden besluit moet dan ook worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, lid 1 van de Awb. Daarom slagen de daarop betrekking hebbende beroepsgronden.

Overwegingen over het vervolg

18. De rechtbank streeft zoveel mogelijk naar finale geschilbeslechting. Op basis van de beschikbare informatie in deze zaak, kan de rechtbank echter niet vaststellen in hoeverre de gevraagde vergoeding een redelijke vorm van ondersteuning is die past binnen de doelstellingen van de brede ondersteuning. Hierbij is van belang, dat verweerder beleids- en beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen of in het concrete geval een bepaalde vorm van ondersteuning wordt verleend. De rechtbank komt dus niet toe aan een finale beslechting van deze zaak. Het is daarmee aan verweerder om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen verdere bespreking.

De rechtbank geeft voor het vervolg nog in overweging dat het voorgaande niet betekent dat verweerder het bedrag aan brede ondersteuning en compensatie dat reeds is ontvangen door eiseres niet mag betrekken in de afweging of nadere financiële ondersteuning voor de afbouw van de woning al dan niet verstrekt kan worden. Ook kan eiseres gelet op de toepasselijke regelgeving niet verwachten dat zonder meer volledig aan haar woonwens tegemoet kan worden gekomen, temeer nu gedurende de procedure vast is komen te staan dat het afbouwen van de woning aanzienlijk duurder is dan de oorspronkelijke inschatting. Dit laat echter onverlet dat verweerder in kaart zal moeten brengen wat de wensen en de mogelijkheden van eiseres en haar gezin zijn en aan de hand daarvan moet bepalen waar verweerder al dan niet (nog) ondersteuning kan verlenen. Eiseres zal hier voorts haar medewerking aan moeten verlenen door de daarvoor benodigde informatie te verstrekken, ook als dat bijvoorbeeld betekent dat zij inzage moet geven in haar financiële situatie. Aangezien partijen ter zitting hebben aangegeven dat hoe dan ook een nieuw plan van aanpak zal worden gemaakt voor de situatie van eiseres, lijkt het daarmee voor de hand te liggen om ook de woonsituatie daarin mee te nemen en de uiteindelijke uitkomst van dat onderdeel op te nemen in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.

Conclusie en gevolgen

19. Gezien het voorgaande is het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiseres.

20. Daarnaast moet verweerder de proceskosten van eiseres vergoeden, tot een bedrag van € 2.335,-. Ook moet verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoeden.

21. In een schriftelijke reactie op het verweerschrift heeft eiseres om een voorlopige voorziening verzocht. Daarover hoeft de rechtbank niet meer te oordelen, omdat de voorzieningenrechter op een later moment een daarmee overeenstemmende voorlopige voorziening heeft getroffen. Verder is op de latere zitting niet om een nieuwe of andere voorziening gevraagd.

22. Er is verder geen grond om een gerechtelijk deskundige aan te wijzen, zoals door eiseres verzocht. Het geschil valt namelijk terug in de bezwaarfase.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerder een proceskostenvergoeding aan eiseres betaalt van € 2.335,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiseres vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. D.C. van Genderen, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand