ECLI:NL:RBDHA:2026:25109

ECLI:NL:RBDHA:2026:25109

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer NL26.48638
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring – lichter middel – ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48638

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. S.T.V. Le),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 24 augustus 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a van de Vw opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling. Eiser heeft op 26 augustus 2026 zijn gronden van beroep ingediend. Verweerder heeft op 27 augustus 2026 een reactie op de beroepsgronden ingediend en nadere stukken ingebracht. De rechtbank heeft eiser in de gelegenheid gesteld om op deze nadere stukken te reageren, eiser heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 1 september 2026 gesloten.

Overwegingen

Ambtshalve toets

Beslissing

Toetsingskader

1. Verweerder kan de vreemdeling op wie de AMB-Vo van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in vreemdelingenbewaring stellen met inachtneming van artikel 44 van de AMB-Vo. In de AMB-Vo staat dat de lidstaten wanneer er een onderduikrisico bestaat of indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde, de lidstaten de betrokken persoon in vreemdelingenbewaring kunnen houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling van de situatie van de betrokken persoon en enkel voor zover vreemdelingenbewaring evenredig is en andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.

2. Op grond van het Vb kan een vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld of een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat als bedoeld in de AMB-Vo indien er een onderduikrisico bestaat of dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

3. Verweerder stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

4. Verweerder heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel van vreemdelingenbewaring nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMB-Vo en een risico bestaat dat eiser zal onderduiken.

5. Eiser voert aan dat er geen sprake is van risico op onderduiken. Verweerder heeft het bestaan van een risico op onderduiken alleen gebaseerd op de omstandigheden dat eiser niet aanwezig was bij een geplande overdracht, dat eiser niet in het bezit is van documenten en voldoende middelen van bestaan, en dat eiser geen vaste woon- of verblijfsplaats heeft. Deze omstandigheden kunnen niet de conclusie dragen dat er sprake is van een risico op onderduiken.

6. De rechtbank overweegt als volgt. De door eiser gehanteerde veronderstelling dat verweerder omstandigheden moet aanvoeren die de conclusie kunnen dragen dat er sprake is van een risico op onderduiken is onjuist. Uit artikel 5.6, eerste lid, van het Vb volgt immers dat er sprake is van een onderduikrisico indien zich ten minste twee gronden genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

7. In de maatregel heeft verweerder als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt; k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening; p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

8. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die door verweerder in de maatregel van vreemdelingenbewaring zijn opgenomen, niet heeft betwist. Deze gronden zijn juist en voor zover nodig voldoende toegelicht in de maatregel. De gronden zijn voldoende om de maatregel te dragen. Daarom kan worden aangenomen dat er een risico op onderduiken bestaat. De beroepsgrond van eiser slaagt niet.

Lichter middel

9. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichter middel dan vreemdelingenbewaring. Daarbij voert eiser aan dat onvoldoende is onderbouwd waarom niet opnieuw een (verscherpte) meldplicht kan worden opgelegd.

10. Eiser wordt hierin niet gevolgd. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan vreemdelingenbewaring doeltreffend konden worden toegepast om het risico op onderduiken te ondervangen. Nadat ten aanzien van eiser een overdrachtsbesluit voor overdracht naar Oostenrijk is genomen is op 4 augustus 2026 met hem een vertrekgesprek gevoerd en is hij geïnformeerd dat hij op 11 augustus 2026 naar Oostenrijk zou vertrekken. Aan eiser is medegedeeld dat hij de dag voor zijn vertrek zich beschikbaar moest houden. Op de dag voor vertrek was eiser echter niet aanwezig en heeft het COA een brief achtergelaten met de ophaaltijd. Op 11 augustus 2026 was eiser evenmin aanwezig toen hij zou worden opgehaald door DT&V. Hierdoor heeft de geplande overdracht geen doorgang kunnen vinden. Verweerder heeft hiermee terecht gewezen op de eerdere overdracht die geen doorgang heeft kunnen vinden omdat eiser niet aanwezig was. Gelet daarop heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat een gedwongen setting nodig is voor de overdracht van eiser. Ook is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de vreemdelingenbewaring voor eiser onevenredig bezwarend maken.

11. Los van de door eiser aangevoerde gronden ziet de rechtbank geen grond om te komen tot het oordeel dat de maatregel op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

12. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaargemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M. de Jager

Griffier

  • mr. A.M. Verberne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand