RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.807
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Balkenende)
en
(gemachtigde: mr. L. Drenthe).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij heeft de Eritrese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . De minister heeft met het bestreden besluit van 12 december 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Referentiekader en bekering
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij Eritrea heeft verlaten, omdat zij zich heeft bekeerd tot de Pinkstergemeente waarmee zij via haar broer in contact is gekomen. In 2022 heeft eiseres van de autoriteiten een document moeten ondertekenen waarin zij heeft verklaard niet meer deel te zullen nemen aan de activiteiten van de Pinkstergemeente. In 2023 heeft eiseres Eritrea verlaten met een uitreisvisum. Zij heeft eerst bij haar dochter verbleven en verblijft nu in een azc. Bij terugkeer vreest zij vervolgd te zullen worden door de autoriteiten vanwege haar geloofsovertuiging en vanwege het feit dat zij niet is teruggekeerd naar Eritrea na het verlopen van haar visum.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
De minister volgt eiseres in de door haar opgegeven identiteit, nationaliteit en herkomst. Haar bekering tot de Pinkstergemeente en de daaropvolgende problemen worden niet geloofwaardig geacht. Toetsend aan Werkinstructie 2022/3 stelt de minister zich op het standpunt, dat eiseres geen inzicht heeft gegeven in haar motief voor en proces van bekering tot de Pinkstergemeente. Haar verklaringen beperken zich tot algemene termen, zoals dat het goed voor haar voelde en dat zij rust ervaarde en deze bieden daarmee geen persoonlijke inkijk in haar beweegredenen om zich te bekeren tot de Pinkstergemeente, een religie die niet in toegestaan in Eritrea. Ondanks dat het verklaringsvermogen van eiseres misschien beperkt is, mag van haar verwacht worden dat zij persoonlijker kan verklaren waarom zij heeft besloten zich te bekeren tot dit geloof dan alleen door aan te geven dat zij haar ziel wil redden. Daarnaast is ook haar kennis van de Pinkstergemeente beperkt. Nu zij stelt sinds 2021 bij de Pinkstergemeente betrokken te zijn, mocht van haar meer inhoudelijke praktische kennis verwacht worden behalve het feit dat Jezus Christus centraal staat. Bovendien is eiseres sinds 2023 niet meer in Eritrea. De minister ziet niet in waarom eiseres zich in Nederland niet verder in de kerk heeft verdiept. Ook heeft eiseres slechts beperkt kunnen verklaren over de activiteiten die zij verricht uit naam van de Pinkstergemeente. In de anderhalf jaar dat zij in Nederland is, is zij slechts vijf keer naar de kerk geweest. Eiseres heeft weliswaar een brief overgelegd van de voorganger van de Philadelphia Kerk, maar eiseres dient haar bekering met eigen verklaringen te onderbouwen. Zij heeft ook aangegeven graag gedoopt te willen worden, maar zij kan niet zeggen wat dat voor haar betekent. De minister volgt eiseres niet in de problemen die zij stelt te hebben gehad met de lokale autoriteiten in Eritrea. Zij zou in 2022 een verklaring hebben moeten ondertekenen dat zij zich niet meer met de activiteiten van de Pinkstergemeente zou bezighouden. Hoe de autoriteiten eiseres op het spoor zouden zijn gekomen, kan zij echter niet verklaren. Dat zij de verklaring heeft ondertekend wordt niet betwist, maar daaruit volgt volgens de minister niet dat zij problemen met de autoriteiten heeft gehad. Niet gebleken is dat zij daarna gemonitord is of in de gaten is gehouden. Bovendien heeft zij nog negen maanden probleemloos in Eritrea kunnen wonen om vervolgens het land legaal met een Schengenvisum te hebben kunnen verlaten.
Ter zitting is komen vast te staan dat de afwijzing (mede) is gebaseerd op artikel 30, zesde lid, onder d, van de Vw 2000. Artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw 2000 wordt niet (langer) tegengeworpen. Zij is op 1 augustus 2023 Nederland met een geldig visum ingereisd maar heeft pas op 5 november 2023, nadat het visum verlopen was, om internationale bescherming gevraagd.
De toets door de rechtbank
5. In de arresten van 4 juni 2026 in de zaken Ebilum en Quotal heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die nu in asielzaken verricht, niet verenigbaar is met het Europees recht. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom vol.
6. In haar gronden heeft eiseres allereerst aangevoerd dat bij het schetsen van het referentiekader onvoldoende rekening is gehouden met haar familiesysteem en de rol van haar broer daarin. Zijn evangelische activiteiten en zijn positie en gezag in het familie-systeem zijn, naast haar eigen beleving van het orthodoxe geloof, de redenen voor haar (proces van) bekering geweest. Een biografische benadering, zoals vereist in Werkinstructie 2025/9 brengt met zich mee dat het, gelet op de perceptie van eiseres van haar broer als hooggeleerd, haar eigen ongeschooldheid, analfabetisme en eenvoudige levensloop, juist maakt dat er wel sprake is van authentieke verklaringen, wanneer zij verklaart dat zij haar broer direct geloofde. Daarbij heeft de minister evenmin betrokken dat eiseres duidelijk heeft aangegeven wat het essentiële verschil is tussen de Pinkstergemeente en het orthodoxe geloof. In plaats van via Maria, Michael en Gabriel tot God te bidden, bidt zij nu rechtstreeks tot Jezus. Dat is voor haar de waarheid, omdat hij gestorven is voor de zonden van de mensen. Dit rechtstreekse contact is persoonlijker en geeft haar rust. Voor haar overgang naar de Pinkstergemeente geloofde zij al in God en Jezus. Zij heeft nu alleen de afgoderij van het orthodoxe geloof achter zich gelaten. De psalm die zij gezongen heeft, geeft de rust die zij nu voelt, goed weer. Gezien haar levensloop en referentiekader verwacht de minister te veel diepgang van eiseres.
De minister heeft in zijn voornemen ten aanzien van het referentiekader van eiser en het gehoor het volgende opgemerkt:
“U bent een 51-jarige vrouw uit Eritrea (geboren op 1 januari 1974). Uw etnische afkomst is Tigrinja. Uw hoogst genoten opleiding is de eerste klas van de basisschool. U hebt dan ook aangegeven dat u niet kunt lezen en schrijven in uw eigen taal.
Met inachtneming van het bovenstaande heeft de specialist van Medifirst geconcludeerd dat u kunt worden gehoord en dat er geen beperkingen zijn vastgesteld die van invloed zouden kunnen zijn op uw verklaringsvermogen. Ook hebt u verklaard de tolk goed te kunnen verstaan en dat u lichamelijk en geestelijk in staat bent om het gehoor plaats te laten vinden. Verder is niet uit het gehoorverslag gebleken dat u niet in staat bent geweest om over uw asielmotieven te verklaren en de vragen die hierover zijn gesteld te beantwoorden. Dit wordt hieronder verder uitgelegd. Na afloop van iedere pauze heeft de hoormedewerker gecheckt hoe het met u ging. Ook is aan u medegedeeld dat u zelf om een pauze kunt verzoeken.”
De rechtbank is van oordeel dat de medewerker tijdens het gehoor voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. De vragen waren eenvoudig, werden uitgelegd of anders verwoord als dat nodig bleek en er werd doorgevraagd om eiseres de gelegenheid te geven uitgebreider te verklaren. Dat zij dat niet deed valt de minister niet te verwijten en gezien hetgeen zij heeft verklaard heeft de minister terecht gesteld dat eiseres haar bekering niet geloofwaardig heeft gemaakt. Zij heeft geen persoonlijk doorgemaakt proces van bekering weten te schetsen. Ook haar verklaringen over wat haar heeft doen kiezen voor de Pinkstergemeente maken een bekering niet geloofwaardig. Eiseres komt niet verder dan het directe contact met Jezus, de innerlijke rust en het niet meer tot afgoden bidden. Daarnaast zijn haar activiteiten in Nederland ook onvoldoende om een bekering aannemelijk te maken. Zoals de minister terecht stelt zal eiseres zelf haar bekering aannemelijk moeten maken en kan deze niet door middel van verklaringen van anderen aannemelijk worden gemaakt. Daar komt bij dat de brief van de voorganger van de Philadelphia Kerk, zoals de minister aangeeft, ook weer nieuwe vragen opwerpt ten aanzien van de doop van eiseres.
De risico’s op vervolging dan wel ernstige schade bij terugkeer
7. Onder verwijzing naar het algemeen ambtsbericht over Eritrea van 2025 wijst eiseres erop, dat er op het vlak van behandeling van terugkerende migranten sprake is van een grote mate van willekeur. Als aanhanger van een niet-erkende religieuze stroming loopt eiseres een verhoogd risico bij terugkeer. Daar komt bij dat uit rapportages, bijvoorbeeld van de AIVD en de NCTV, blijkt dat de Eritrese autoriteiten informatie verzamelen over in Nederland verblijvende Eritreeërs. Bij de Eritrese autoriteiten zal dus bekend zijn dat eiseres, in weerwil van de door haar ondertekende verklaring, in Nederland een kerk van de Pinkstergemeente bezoekt. Ook het feit dat zij langer is weggebleven dan haar was toegestaan en asiel heeft aangevraagd kan aanleiding vormen om in de negatieve aandacht van de autoriteiten te komen staan. In aanvulling op haar gronden heeft eiseres een verklaring van de Eritrese Pinkstergemeente overgelegd waaruit blijkt dat zij die thans wekelijks bezoekt. Tevens is in de verklaring aangegeven dat eiseres bezig is met het behalen van een soort basisniveau aan kennis dat noodzakelijk is om gedoopt te worden. Bij eiseres gaat dat proces wat langzamer als gevolg van haar gezondheid en transportproblemen.
De rechtbank is van oordeel dat de minister gevolgd kan worden in zijn standpunt dat eiseres, nu zij legaal is uitgereisd, aannemelijk zal moeten maken dat zij risico loopt bij terugkeer en dat zij daarin niet is geslaagd. Uit de ambtsberichten over Eritrea van 2023 en 2025 blijkt dat mensen die legaal zijn uitgereisd, bij terugkeer zelden problemen ervaren. Eiseres heeft geen omstandigheden aangevoerd waaruit zou moeten blijken dat dat voor haar anders zal zijn of die maken dat zij een groter risico loopt. In dat kader heeft de minister terecht betrokken dat eiseres een visum heeft weten te bemachtigen, wat volgens het ambtsbericht erg moeilijk te verkrijgen is, en daarmee legaal is uitgereisd wat onwaarschijnlijk maakt dat zij in de negatieve aandacht van de autoriteiten staat als gevolg van haar gestelde betrokkenheid bij de Pinkstergemeente. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij in Nederland in de gaten zou worden gehouden. Het monitoren door de Eritrese autoriteiten verloopt vaak via sociale media en niet gebleken is dat eiseres op sociale media actief is. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt hoe de Eritrese autoriteiten van haar doen en laten op de hoogte zouden kunnen zijn. In de omstandigheid dat eiseres langer zou zijn weggebleven dan het visum haar toestond, heeft de minister ook geen aanleiding hoeven zien voor problemen bij terugkeer. De minister heeft onweersproken aangegeven dat de in het visum vermelde datum betrekking heeft op de uiterlijke datum van vertrek uit Eritrea en niet op de terugkeer naar dat land. En alhoewel het aanvragen van asiel inderdaad tot negatieve aandacht kan leiden, heeft de minister er onder verwijzing naar de pagina’s 52 en 54 van het ambtsbericht over 2025 terecht op gewezen, dat dit ziet op de situatie van gedwongen terugkeer, terwijl conform paragraaf C7/13.8 van de Vc 2000 het uitgangspunt is dat eiseres vrijwillig kan terugkeren. De informatie uit de algemeen ambtsberichten vormt ook geen reden om aan te nemen dat een latere terugkeer problemen geeft zoals de minister in het verweerschrift terecht aangeeft.
Conclusie en gevolgen
8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.