RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.20709
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. C. Mayne),
en
(gemachtigde: mr. J. Sánchez Rhemrev).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. De familierechtelijke relatie met de biologische ouders van eiser, acht de rechtbank voldoende aannemelijk. De rechtbank acht de familierechtelijke relatie tussen eiser en referente en de voogdij die referente over eiser zou hebben, onvoldoende aannemelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 6 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging van voorlopig verblijf in het kader van nareis bij [persoon] (referente). De minister heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 1 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 april 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 20 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referente, de gemachtigde van eiser, I. Welde als tolk in de taal Tigrinya en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
3. Eiser heeft een aanvraag ingediend in het kader van nareis als pleegkind van referente. Eiser is geboren op [geboortedag] 2006. De broer van referente en zijn vrouw zijn de biologische ouders. Referente heeft verklaard dat eiser aan haar is beloofd, omdat zij geen kinderen kon krijgen. Het eerste levensjaar is eiser wel nog (gedeeltelijk) bij zijn biologische moeder gebleven en daarna is hij bij referente en haar moeder (eisers oma) gaan wonen. In juni 2009 is referente gevlucht uit Eritrea en is eiser bij zijn oma gebleven.
Het bestreden besluit
4. De aanvraag is – kort samengevat – afgewezen in het primaire besluit, gehandhaafd in het bestreden besluit, omdat de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn biologische ouders niet aannemelijk is gemaakt. De familierechtelijke relatie tussen eiser en referente is ook niet aangenomen. Niet is gebleken dat referente de voogdij over eiser heeft.
Het beroep
De familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn biologische ouders
5. Eiser voert aan dat de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn biologische ouders voldoende aannemelijk is gemaakt. Het familieregistratienummer van de echt bevonden geboorteakte van eiser komt overeen met die van de familieregistratiekaart. Daarbij heeft eiser ook de huwelijksakte van de ouders overgelegd en komen de namen van eiser en zijn vader ook overeen.
De minister stelt zich op het standpunt dat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk is gemaakt. Uit de geboorteakte van eiser valt niet op te maken wie zijn biologische vader is. Dat eiser en zijn gestelde biologische vader dezelfde naam delen, is onvoldoende.
De rechtbank stelt vast dat eiser verschillende documenten heeft overgelegd om de relatie met zijn biologische ouders te onderbouwen. In bezwaar zijn een onvertaalde familiekaart, geboorteakte, huwelijkscertificaat en doopakte overgelegd. In beroep heeft eiser ook nog een vertaling van de familiekaart overgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat eiser de familierechtelijke relatie met zijn biologische ouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Uit de familiekaart zijn duidelijk geboortedata en nummers te onderscheiden. Het familienummer komt overeen met het familienummer op de geboorteakte van eiser. Ook de geboortedata komen overeen met de andere documenten die zijn overgelegd. De naam van de vader van eiser staat ook op de doopakte die is overgelegd. Het registratienummer dat op huwelijksakte staat bij de vader van eiser, komt overeen met het nummer op de familiekaart. Dat geldt ook voor de moeder van eiser. De inhoud van de familiekaart en de gegevens die erop staan komen ook overeen met de omschrijving van de (family) residence card als het belangrijkste identificerende document in het dagelijks leven van Eritrese burgers, zoals opgenomen in het Algemeen Ambtsbericht over Eritrea van december 2025. De rechtbank acht ook van belang dat eiser een verscheidenheid aan documenten heeft overgelegd, gelet op de bewijsnood die regelmatig wordt aangenomen ten aanzien van het verkrijgen van documenten uit Eritrea. De minister heeft dat ten onrechte niet betrokken in de besluitvorming. Eiser heeft al met al naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt wie zijn biologische ouders zijn. De beroepsgrond slaagt.
Tussenconclusie
6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig tot stand is gekomen. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd. De rechtbank ziet echter aanleiding om te onderzoeken of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven. Daar gaat de rechtbank hierna op in.
De familierechtelijke relatie tussen eiser en referente
7. Eiser voert verder aan dat omdat de familierechtelijke band met de ouders moet worden aangenomen, ook waarde moet worden gehecht aan de geschreven toestemming van de ouders voor zijn vertrek naar Nederland. Het is niet mogelijk om een officiële voogdijverklaring te krijgen, omdat referente niet in Eritrea is. De biologische ouders zijn niet betrokken geweest bij de opvoeding van eiser en referente heeft voor haar vertrek voor eiser gezorgd. In beroep heeft eiser ook nog een verklaring van beide biologische ouders dat zij de voogdij hebben overgedragen aan referente, een verklaring van de biologische vader van eiser dat de voogdij niet gelegaliseerd kan worden in Eritrea en een verklaring van eiser met aanvullend medische gegevens overgelegd.
De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van de familierechtelijke relatie tussen referent en eiser gekeken kan worden naar de volgende omstandigheden die volgen uit paragraaf C2/4.1 van de Vc.
de identiteit en de familierechtelijke relatie van het pleegkind en zijn/haar biologische ouders;
de duur en de reden van de opname van het pleegkind in het gezin van de referent;
de (financiële) afhankelijkheid van het pleegkind van de referent;
in hoeverre de biologische ouders van het pleegkind in staat zijn voor het pleegkind te zorgen en, als dit aan de orde is, in hoeverre zij betrokken zijn gebleven bij de opvoeding van het pleegkind; en
of de referent de voogdij over het pleegkind heeft gekregen.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser de familierechtelijke relatie met referent onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft terecht overwogen dat de in bezwaar overgelegde verklaring van de vader van eiser onvoldoende is. Ten tijde van het bestreden besluit is geen verklaring overgelegd van de biologische moeder van eiser. Eiser heeft verder maar voor een relatief korte periode bij referente verbleven, namelijk vanaf november 2006 tot juni 2009, waarvan hij het eerste jaar ook zorg van zijn biologische moeder kreeg. Uit de stukken die zijn overgelegd blijkt onvoldoende dat referente de voogdij over eiser heeft gekregen. De verklaringen van de biologische ouders, die, voor zover dat de verklaring van de biologische moeder betreft, deels in beroep zijn overgelegd, zijn daartoe onvoldoende. Verder is niet gebleken dat eiser enkel afhankelijk is van referente en dat zijn biologische ouders niet meer in staat zijn om voor hem te zorgen. Referente heeft verklaard dat zij de vader van eiser belt als zij contact wil hebben met eiser en hij vervolgens de telefoon brengt naar het klooster waar eiser verblijft. Uit die omstandigheid blijkt niet dat eiser geen contact meer heeft met zijn biologische ouders. De rechtbank neemt aan dat referente betrokken was bij het leven van eiser, maar acht de betrokkenheid zoals die door eiser is omschreven onvoldoende om te spreken van een (pleeg)ouder-(pleeg)kindrelatie met referente, ondanks dat de biologische ouders in beeld zijn. Daar komt nog bij dat het de rechtbank bevreemd dat referente, die stelt aangewezen te zijn als voogd en de opvoeding van eiser als haar eigen kind op zich zou nemen, ter zitting heeft verklaard dat zij niet weet wie de op de doopakte genoemde peetouder is. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. In rechtsoverweging 6 is al overwogen dat het beroep gegrond is en dat het besluit wordt vernietigd. In rechtsoverweging 7.2. heeft de rechtbank overwogen dat de familierechtelijke relatie tussen eiser en referente onvoldoende aannemelijk is gemaakt en de minister heeft hierom de aanvraag van eiser dan ook mogen afwijzen. De rechtbank bepaalt dan ook dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.
9. Nu het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt dat bedrag vast op €1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepsschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting met een waarde per punt van €934,- en een wegingsfactor 1) .
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.