ECLI:NL:RBDHA:2026:25143

ECLI:NL:RBDHA:2026:25143

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.48026
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring; vervolgberoep; zicht op uitzetting; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48026

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. den Ouden),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 juni 2026 aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op

grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel

duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Eiser heeft ook verzocht

om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek

op 26 augustus 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van vreemdelingenbewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 23 juli 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 22 juli 2026.

4. Eiser stelt dat het zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt. Hiertoe voert hij aan dat sinds de aanvraag om afgifte van een laissez-passer op 11 juni 2026 geen reactie is ontvangen van de Marokkaanse autoriteiten ondanks dat verweerder vier keer heeft gerappelleerd. Verder stelt eiser dat de vreemdelingenbewaring, die sinds 4 juni 2026 voortduurt, hem zwaar valt. Hij wil in vrijheid aan zijn vertrek werken en meent daarom dat verweerder met een lichter middel kan volstaan.

5. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de vreemdelingenbewaring tot het moment van sluiting van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Er zijn geen aanknopingspunten dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn in het algemeen, of in het bijzonder van eiser, is komen te ontbreken. Er zijn ten aanzien van eiser geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit volgt dat de Marokkaanse autoriteiten geen laissez-passer aan hem zullen verstrekken. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser niet voldoet aan zijn verplichting om actief en volledig mee te werken aan zijn uitzetting. Ook bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder met een lichter middel moet volstaan. Een lichter middel is al eerder beoordeeld en eiser heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andere beoordeling leiden.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. M. Gasi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand