ECLI:NL:RBDHA:2026:25154

ECLI:NL:RBDHA:2026:25154

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.46416
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep – overdracht Italië – interstatelijk vertrouwensbeginsel – gegrond – proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.46416

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),

en

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 5 juli 2026 een asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 12 augustus 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [persoon] als tolk en de gemachtigden van partijen.

Overwegingen

2. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat Italië moet bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Verweerder heeft de autoriteiten van Italië hiervan kennisgegeven. Italië heeft hierop niet (tijdig) gereageerd. Uit artikel 41, vierde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening (AMBV) volgt dat dit gelijk staat aan het bevestigen van de kennisgeving. Vervolgens heeft verweerder in het bestreden besluit eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië daarvoor verantwoordelijk is op grond van artikel 38, vierde lid, eerste alinea, van de AMBV.

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat verweerder ten opzichte van Italië niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit recente informatie blijkt dat het systeem in Italië onvoldoende op orde is om over te dragen. De enkele toezegging van de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken (Italiaanse minister) dat het Asiel- en Migratiepact compleet geïmplementeerd zou zijn in de Italiaanse wet- en regelgeving, is niet voldoende. Eiser wijst op enkele nieuwsberichten, waaruit volgt dat er in Italië onvoldoende opvangcapaciteit is. Ook blijkt uit informatie dat Italië weigert om asielzoekers terug te nemen. Tot slot stelt eiser dat hij gedurende zijn eerdere verblijf in Italië geen opvang had en op straat eindigde. Het gebrek aan opvang is nog steeds een structurele tekortkoming in Italië. Nederland dient dan ook de behandeling van eisers asielaanvraag op zich te nemen, omdat hij in Italië een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Met de invoering van het Asiel- en Migratiepact is de situatie wezenlijk anders dan daarvoor. De Italiaanse minister heeft aan de Nederlandse minister bevestigd dat Italië de AMBV volledig zal implementeren en adequate opvang zal bieden. Verweerder wijst daarnaast op landeninformatie: daarin is geen informatie opgenomen waaruit blijkt dat vreemdelingen in Italië geen opvang kunnen krijgen of dat er andere serieuze problemen zijn. Ter zitting heeft verweerder een beroep gedaan op de volgende rapporten:

 Het rapport van de Europese Commissie (Communication from the Commission to the European Parliament and the Council) van 15 juli 2026;

 De informatie van de EUAA over de opvangfaciliteiten in Italië in 2025;

 Het rapport van European Migration Network van juli 2026 (Asylum and Migration Overview 2025);

 De wekelijkse openbare rapporten van het Italiaanse ministerie van Binnenlandse zaken (Cruscotto statistico giornaliero).

5. Volgens verweerder volgt uit die rapporten dat er voldoende opvangcapaciteit is en dat die capaciteit ook toeneemt. Uit het rapport van de Europese Commissie volgt dat het nationale opvangsysteem toereikend lijkt om vreemdelingen die op grond van de AMBV worden overgedragen, op te vangen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

6. Een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest is één van de aspecten waarop het beroep gelet op artikel 43, eerste lid, van de AMBV betrekking kan hebben.

7. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) heeft in het arrest van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, in de zaak Jawo geoordeeld dat van een dergelijk risico sprake is als buiten de wil en verdere keuzes van de betrokken vreemdeling om overdracht een zeer verregaande materiële deprivatie meebrengt die hem niet in staat stelt om te voorzien in zijn meest elementaire behoeften, zoals eten, stromend water en beschikken over woonruimte, en negatieve gevolgen zou hebben voor zijn fysieke of mentale gezondheid, of hem in een toestand van achterstelling zou brengen die onverenigbaar is met de menselijke waardigheid en waartegenover de autoriteiten onverschillig staan.

8. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is het aan de vreemdeling om feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit zou kunnen worden afgeleid dat niet mag worden uitgegaan van het vermoeden dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het Handvest. Als de vreemdeling onder verwijzing naar objectieve informatie betoogt dat verweerder niet meer van het vermoeden kan uitgaan dat de aangezochte lidstaat aan zijn internationale verplichtingen zal voldoen, is het aan verweerder om te motiveren dat hij nog altijd van dat vermoeden mag uitgaan.

9. Sinds het einde van 2022 heeft verweerder geen vreemdelingen meer overgedragen aan Italië. Eind 2022 hebben de Italiaanse autoriteiten een zogenoemde 'circular letter' aan de overige EU-lidstaten gestuurd, waarin werd verzocht overdrachten aan Italië tijdelijk op te schorten vanwege het gebrek aan opvangfaciliteiten. De Afdeling heeft in de uitspraak van 26 april 2023 geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Italië niet langer uit mocht gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat vreemdelingen, vanwege het gebrek aan opvangfaciliteiten, bij overdracht een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest.

10. De rechtbank stelt vooreerst vast dat uit de AMBV niet volgt dat een voorwaarde voor overdracht is dat een verantwoordelijke lidstaat bereid moet zijn om vreemdelingen terug te nemen. Een verantwoordelijke lidstaat kan zich niet door een eenvoudige en eenzijdige aankondiging onttrekken aan de krachtens de verordening op hem rustende verantwoordelijkheden. Dat heeft het Hof geoordeeld in arresten van 19 december 2024 en 5 maart 2026, naar welke arresten ook verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen. Zou dus vast komen te staan dat Italië weigert asielzoekers terug te nemen, dan kan daaruit niet worden afgeleid dat eiser daarmee het risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest.

11. De rechtbank is voorts van oordeel dat het in deze situatie aan verweerder is om aan te tonen dat eiser in Italië zal worden behandeld in overeenstemming met artikel 4 van het Handvest. Immers was het uitgangspunt dat ten opzichte van Italië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon worden uitgegaan. De enkele invoering van de AMBV heeft weliswaar een wijziging in de juridische situatie tot stand gebracht, maar de problemen met betrekking tot het gebrek aan opvangfaciliteiten zijn daarmee niet automatisch opgelost. In dit geval is het dus aan verweerder om te motiveren dat de situatie is gewijzigd.

12. Uit de openbare landeninformatie over de situatie in Italië, waarnaar verweerder heeft verwezen, volgt niet hoe de situatie is voor vreemdelingen die terugkeren en of zij opvang kunnen krijgen. Die rapportages kunnen over dat onderwerp ook geen informatie verschaffen, omdat Italië de afgelopen jaren geen vreemdelingen heeft teruggenomen. Uit het meest recente AIDA-rapport (juli 2026) volgt dat de Italiaanse minister in april 2026 nog aangaf dat er geen plaatsen gereserveerd zijn voor Dublin-terugkeerders. Hoewel de Italiaanse minister in een gesprek met de Nederlandse minister later aangaf dat Italië aan het Asiel- en Migratiepact zal voldoen en adequate opvang zal bieden, is die enkele toezegging naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat de situatie wezenlijk is veranderd.

12. Ook het recente rapport van de Europese Commissie geeft geen duidelijk beeld. Uit dat rapport volgt aan de ene kant dat het opvangsysteem voor terugkeerders onder de AMBV toereikend lijkt, maar aan de andere kant staat in het rapport dat er geen indicaties zijn dat de situatie in Italië zoals die was onder de Dublinverordening, is gewijzigd. Uit de andere informatie waarnaar verweerder verwijst, kan de rechtbank ook niet afleiden dat Italië sinds de invoering van het Asiel- en Migratiepact wel voldoende opvangcapaciteit heeft.

14. De rechtbank acht daarbij de actuele nieuwsberichten over de situatie in Italië van belang. Er zijn immers diverse bronnen waaruit volgt dat Italië onvoldoende opvangvoorzieningen beschikbaar heeft. Met de kennis van die informatie ligt het op de weg van verweerder om nader onderzoek te doen naar de daadwerkelijke situatie in Italië.

15. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en onvoldoende heeft gemotiveerd dat de situatie in Italië dermate is veranderd dat wel weer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eisers beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

16. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit genomen is in strijd is met de artikelen 3:4 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

17. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak.

18. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 12 augustus 2026;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J. de Danschutter

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand